Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

INVOERINGSWET  HERINRICHTING  ALGEMENE  BIJSTANDSWET

Versie 12 april 1995

(Geconsolideerde versie)

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1991-1992, 1992-1993, 1993-1994, 1994-1995, 22 614.
Handelingen II 1994-1995, blz. 1002-1031, 1067-1068.
Kamerstukken I 1994-1995, 22 614 (76, 75b, 75c, 75d, 75e, 75f).
Handelingen I 1994-1995, zie vergadering d.d. 11 april 1995.

1. Waar de in deze wet genoemde artikelen van de Ioaw en Ioaz ingevolge artikel 57 zijn vernummerd, heeft de redactie achter die artikelen het nieuwe artikelnummer tussen hoekhaken vermeld.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 12 april 1995, Stb. 1995, 200, houdende invoering van een nieuwe Algemene bijstandswet (Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet). Inwerkingtreding: 1 januari 1996 (Stb. 1995, 201). Vervallen met ingang van 1 januari 2004 (artikel 2, eerste lid, IWwb).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen met betrekking tot de intrekking van de Algemene Bijstandswet en de invoering van de nieuwe Algemene bijstandswet;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  I

Algemene bepalingen

 

Art. 1.
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. Algemene Bijstandswet: de Algemene Bijstandswet en de daarop berustende besluiten, zoals deze luidden op de peildag;
c. nieuwe Algemene bijstandswet: de Algemene bijstandswet en de daarop berustende besluiten;
d. peilmaand: de kalendermaand voorafgaand aan de inwerkingtreding van de nieuwe Algemene bijstandswet;
e. peildag: de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de nieuwe Algemene bijstandswet.

 

Art. 2.
Het toezicht op de uitvoering van hoofdstuk II van deze wet berust bij Onze Minister. Artikel 130 van de nieuwe Algemene bijstandswet is van overeenkomstige toepassing.

 

 

HOOFDSTUK  II

Overgangsbepalingen

 

1.  Algemeen

 

Art. 3.
De Algemene Bijstandswet wordt ingetrokken.

 

Art. 4.
-1. De Algemene Bijstandswet blijft gedurende ten hoogste twaalf maanden na de inwerkingtreding van de nieuwe Algemene bijstandswet van toepassing ten aanzien van degene die in de peilmaand recht had op algemene bijstand en wiens recht op de peildag niet is geindigd.
-2. De in het eerste lid bedoelde toepassing van de Algemene Bijstandswet eindigt:
a. zodra burgemeester en wethouders in het betreffende geval naar aanleiding van het onderzoek als bedoeld in artikel 5, eerste lid, een nieuw besluit hebben getroffen;
b. zodra een wijziging van omstandigheden van de persoon of het gezin optreedt of is opgetreden die op grond van hoofdstuk IV, afdeling 1, paragraaf 2 en 3, van de nieuwe Algemene bijstandswet tot toepassing van een andere bijstandsnorm dient te leiden en burgemeester en wethouders in het betreffende geval een nieuw besluit inzake de verlening van algemene bijstand hebben getroffen; dan wel
c. zodra in het betreffende geval gedurende ten minste n kalendermaand geen recht op algemene bijstand heeft bestaan.
-3. Zolang het eerste lid van toepassing is, blijven de besluiten inzake de verlening van bijstand die burgemeester en wethouders op grond van de Algemene Bijstandswet ten aanzien van de betrokkenen hebben genomen van kracht.
-4. Besluiten van burgemeester en wethouders op grond van de Algemene Bijstandswet inzake terugvordering of anderszins terugbetaling van reeds verleende bijstand, inzake verhaal van reeds verleende of nog te verlenen bijstand en inzake borgstelling, die op de peildag van kracht zijn, blijven van kracht tot het moment waarop zich in het betrokken geval een zodanige wijziging van de omstandigheden voordoet of heeft voorgedaan dat een herziening van het besluit dient plaats te vinden. Indien bijstand is verleend met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 7a van de Algemene Bijstandswet, blijven bij herziening van het besluit de aan de reeds gevestigde hypotheek verbonden verplichtingen en bedingen van kracht.
-5. Indien in een geval als bedoeld in het eerste lid bijstand is verleend met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 7a van de Algemene Bijstandswet en op de peildag de hypotheek nog niet is gevestigd, wordt deze gevestigd met inachtneming van de krachtens artikel 20, zevende lid, van de nieuwe Algemene bijstandswet gestelde regels.

 

Art. 5.
-1. Burgemeester en wethouders stellen tijdig ten aanzien van de in artikel 4, eerste lid, bedoelde persoon een onderzoek in naar de rechtsgevolgen waartoe de toepassing van de nieuwe Algemene bijstandswet zal leiden inzake het recht op bijstand en de daaraan verbonden verplichtingen.
-2. Op het onderzoek is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 65, 66, eerste, tweede en derde lid, 69, 71, 121 en 122 van de nieuwe Algemene bijstandswet van overeenkomstige toepassing.
-3. Uiterlijk twaalf maanden na de peildag nemen burgemeester en wethouders naar aanleiding van het onderzoek een besluit inzake de verlening van bijstand en de daaraan verbonden verplichtingen, onder vermelding in het besluit van de rechtsgevolgen waartoe de toepassing van de nieuwe Algemene bijstandswet in het betreffende geval leidt. Op dit besluit is artikel 70 van de nieuwe Algemene bijstandswet van overeenkomstige toepassing.
-4. Indien de in het derde lid bedoelde toepassing leidt tot wijziging van de hoogte van de algemene bijstand, wordt in het besluit vermeld dat genoemde wijziging ingaat op het tijdstip gelegen twaalf maanden na de peildag. Tot dat tijdstip blijft, onverminderd de algemene periodieke aanpassing van de uitkeringshoogte en artikel 4, tweede lid, onderdeel b en c, de hoogte van de algemene bijstand gehandhaafd op het niveau waarop

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x