Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  WIJZIGING  AOW  EN  ENKELE  ANDERE  WETTEN

Versie 21 december 1995

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1994-1995, 1995-1996, 24 258.
Handelingen II 1995-1996, blz. 1999-2029, 2071-2081, 2267.
Kamerstukken I 1995-1996, 24 258 (106, 106a, 106b, 106c).
Handelingen I 1995-1996, zie vergadering d.d. 20 december 1995.

 

 

WET van 21 december 1995, Stb. 1995, 696, tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet en enkele andere wetten. Inwerkingtreding: 1 januari 1997, zie artikel XIV.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is personen die duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voeren en tussen wie bloedverwantschap in de tweede graad bestaat gelijk te behandelen met personen die duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voeren en tussen wie deze bloedverwantschap niet bestaat en in verband hiermee de Algemene Ouderdomswet te wijzigen alsmede een nieuwe regeling te treffen met betrekking tot uitkeringen aan nabestaanden in geval van overlijden van de uitkeringsgerechtigde en in verband daarmee in enkele andere wetten enige wijzigingen aan te brengen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I.
De Algemene Ouderdomswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 1, derde lid, vervalt de zinsnede "of tweede".
B.
In artikel 8, eerste lid, wordt na "de gehuwde pensioengerechtigde" toegevoegd: die vr 1 januari 2015 recht heeft op ouderdomspensioen en.
C.
In artikel 11, aanhef, vervalt de zinsnede "of in verband met".
D.
Artikel 18 komt te luiden:
Art. 18.
-1. Na het overlijden van degene aan wie ouderdomspensioen is toegekend, wordt met ingang van de dag na het overlijden ouderdomspensioen in de vorm van een overlijdensuitkering uitbetaald:
a. aan de langstlevende van de echtgenoten;
b. bij ontstentenis van de in onderdeel a bedoelde persoon, aan de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen;
c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan degenen ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde.
-2. De overlijdensuitkering is gelijk aan het bedrag van het ouderdomspensioen over n maand, met uitzondering van de toeslag, berekend naar de hoogte van het ouderdomspensioen in de maand van overlijden van degene aan wie ouderdomspensioen is toegekend.
-3. De overlijdensuitkering wordt ambtshalve of op verzoek aan de rechthebbende of rechthebbenden door de Sociale Verzekeringsbank uitbetaald.
-4. De overlijdensuitkering wordt in een bedrag ineens aan de rechthebbende of rechthebbenden uitbetaald.
-5. Het bedrag van de overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan ouderdomspensioen dat, over na het overlijden gelegen dagen, reeds is uitbetaald.
-6. De overlijdensuitkering is niet vatbaar voor beslag.
E.
Artikel 21 vervalt.
F.
In artikel 32 vervalt de zinsnede "21,".

 

Art. II.
De Algemene Weduwen- en Wezenwet wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 29 komt te luiden:
Art. 29.
-1. Na het overlijden van degene aan wie een weduwenpensioen is toegekend, wordt met ingang van de dag na het overlijden weduwenpensioen in de vorm van een overlijdensuitkering uitbetaald:
a. aan de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen;
b. bij ontstentenis van de in de onderdeel a bedoelde kinderen, aan degenen ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde.
-2. Met degene aan wie een weduwenpensioen is toegekend, wordt voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld degene wiens overlijden heeft plaatsgevonden in de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt doch vr het bereiken van deze leeftijd is overleden en uitsluitend ingevolge artikel 8, derde lid, geen recht op weduwenpensioen heeft of wiens recht op weduwenpensioen ingevolge artikel 27, tweede lid, onderdeel a is ingetrokken.
-3. De overlijdensuitkering is gelijk aan het bedrag van het weduwenpensioen over n maand berekend naar de hoogte van dat pensioen in de maand van overlijden van degene aan wie het weduwenpensioen is toegekend.
-4. In verband met het overlijden van degene aan wie een weduwenpensioen is toegekend, is artikel 8, derde lid, en artikel 27, tweede lid, onderdeel a, niet van toepassing.
-5. De overlijdensuitkering wordt ambtshalve of op verzoek aan de rechthebbende of rechthebbenden door de Sociale Verzekeringsbank uitbetaald.
-6. De overlijdensuitkering wordt in een bedrag ineens uitbetaald.
-7. Het bedrag van de overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan weduwenpensioen dat, over na het overlijden gelegen dagen, reeds is uitbetaald.
-8. De overlijdensuitkering is niet vatbaar voor beslag.
B.
Artikel 33 vervalt.
C.
In artikel 37e vervalt de zinsnede "33,".

 

Art. III.
De Ziektewet wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 35 komt te luiden:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x