Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  BOETEN,  MAATREGELEN  EN  TERUG-  EN  INVORDERING  SOCIALE  ZEKERHEID

Versie 25 april 1996

(Geconsolideerde versie)

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1994-1995, 1995-1996, 23 909.
Handelingen II 1995-1996, blz. 2193-2204, 2275-2285, 2292-2301, 2350-2353; 2363.
Kamerstukken I 1995-1996, 23 909 (114, 114a, 114b, 114c, 114d, 114e, 114f, 114g).
Handelingen I 1995-1996, zie vergadering d.d. 23 april 1996.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 25 april 1996, Stb.1996, 248, tot wijziging van de socialezekerheidswetten in verband met de nadere vaststelling van een stelsel van administratieve sancties, alsook tot wijziging van de daarin vervatte regels tot terugvordering van ten onrechte betaalde uitkeringen en de invordering daarvan (Wet boeten, maatregelen en terug-  en invordering sociale zekerheid). Inwerkingtreding: 1 augustus 1996 (Stb. 1996, 295); artikelen IX, X en XI 1 juli 1997 (Stb. 1996, 661).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het omwille van de rechtshandhaving in de sociale zekerheid wenselijk is te komen tot een nadere vaststelling van het stelsel van administratieve sancties, van terugvordering van ten onrechte betaalde uitkering en van de invordering daarvan;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I.
De Werkloosheidswet wordt gewijzigd als volgt:
A.
[MvT]
Na artikel 22 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 22a.
-1. Onverminderd het elders in deze wet bepaalde ter zake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van uitkering en ter zake van weigering van uitkering, herziet de bedrijfsvereniging een dergelijk besluit of trekt zij dat in:
a. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 24, 25 of 26 heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering;
b. indien anderszins de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;
c. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 25, ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op uitkering bestaat.
-2. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan de bedrijfsvereniging besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking af te zien.
B.
[MvT]
Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt vervangen door:
-2. De werknemer is verwijtbaar werkloos geworden, indien:
a. hij zich verwijtbaar zodanig heeft gedragen dat hij redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat dit gedrag de beŰindiging van zijn dienstbetrekking tot gevolg zou kunnen hebben;
b. de dienstbetrekking eindigt of is beŰindigd zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren zijn verbonden dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd.
2. Na het vierde lid worden twee nieuwe leden toegevoegd, luidende:
-5. De werknemer is verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, dat deel uitmaakt van het Tijdelijk instituut voor co÷rdinatie en afstemming, of de bedrijfsvereniging niet benadeelt of zou kunnen benadelen. Onder benadeling in de zin van dit artikel is niet begrepen een gedraging als bedoeld in artikel 25.
-6. Het Tijdelijk instituut voor co÷rdinatie en afstemming is bevoegd regels te stellen waarbij bepaalde groepen werknemers worden vrijgesteld van verplichtingen, hun op grond van het eerste lid, onderdeel b, onder 1║, 2║ en 4║, opgelegd.
C.
[MvT]
Artikel 25 komt te luiden:
Art. 25.
De werknemer is verplicht aan de bedrijfsvereniging op haar verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mede te delen waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of op het bedrag van de uitkering dat aan de werknemer wordt betaald.
D.
[MvT]
Aan artikel 26 wordt een derde lid toegevoegd, luidende:
-3. Het Tijdelijk instituut voor co÷rdinatie en afstemming is bevoegd regels te stellen waarbij bepaalde groepen werknemers worden vrijgesteld van verplichtingen hun op grond van het eerste lid, onderdeel d, f of g, opgelegd.
E.
[MvT + bis + bis + bis + bis]
Artikel 27 wordt vervangen door:
Art. 27.
-1. Indien de werknemer een verplichting, hem op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of onderdeel b, onder 3║, opgelegd, niet is nagekomen, weigert de bedrijfsvereniging de uitkering blijvend geheel, tenzij het niet nakomen van de verplichting de werknemer niet in overwegende mate kan worden verweten. In dat geval weigert de bedrijfsvereniging de uitkering over een periode van 26 weken gedeeltelijk door het uitkeringspercentage te verlagen van 70 naar 35.
-2. Indien de werknemer een verplichting, hem op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel b, onder 2║, opgelegd, niet is nagekomen, weigert de bedrijfsvereniging de uitkering blijvend over het aantal uren waarover het recht op uitkering zou zijn geŰindigd indien de werknemer de betreffende arbeid zou hebben aanvaard of verkregen.
-3. Indien de werknemer een verplichting, hem op grond van de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1║ of 4║, vijfde lid, of 26 opgelegd, of de verplichting, bedoeld in artikel 91, vierde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen, niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 25, niet binnen de door de bedrijfsvereniging daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, weigert de bedrijfsvereniging de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk.
[MvT]
-4. Een maatregel als bedoeld in het derde lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de werknemer de gedraging verweten kan worden.
[MvT]
-5. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan de bedrijfsvereniging besluiten van het opleggen van een maatregel af te zien.
[MvT]
-6. Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een boete als bedoeld in artikel 27a wordt opgelegd.
-7. Het Tijdelijk instituut voor co÷rdinatie en afstemming stelt nadere regels met betrekking tot het derde en vierde lid.
[MvT]
F.
Na artikel 27 worden zeven artikelen ingevoegd, luidende:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x