Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  RECHTSPOSITIE  RECHTERLIJKE  AMBTENAREN

Versie 29 november 1996

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1994-1995, 1995-1996, 24 220.
Handelingen II 1995-1996, blz. 2541.
Kamerstukken I 1995-1996, 24 220 (126, 126a, 126b, 126c); 1996-1997, 24 220 (21, 21a, 21b).
Handelingen I 1996-1997, zie vergadering d.d. 26 november 1996.

 

 

WET van 29 november 1996, Stb. 1996, 590, tot vaststelling van de gewijzigde Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (aanvulling met onder meer de onderwerpen omvang van de taak, arbeidstijd, vakantie en verlof). Inwerkingtreding: 1 januari 1997 (Stb. 1996, 616).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, mede ter uitvoering van artikel 117, vierde lid, van de Grondwet, wenselijk is de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren uit te breiden met onder meer de onderwerpen omvang van de taak, arbeidstijd, vakantie en verlof, en dat het in verband daarmee gewenst is deze wet opnieuw vast te stellen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de Beroepswet relevante artikelen, red.]

 

 

HOOFDSTUK  9

Slotbepalingen

 

Art. 56.
De Beroepswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
De artikelen 3 en 4 komen te luiden als volgt:
Art. 3.
Op de president, de co÷rdinerend vice-presidenten, de vice-presidenten, de raadsheren en de raadsheren-plaatsvervangers zijn de artikelen 7a, tweede lid, 24, 28 en 28a van de Wet op de rechterlijke organisatie van overeenkomstige toepassing.
Art. 4.
Op de president, de co÷rdinerend vice-presidenten, de vice-presidenten, de raadsheren en de raadsheren-plaatsvervangers is de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, met uitzondering van de artikelen 10 tot en met 12 en 22, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. wat hun bezoldiging betreft de president, de co÷rdinerend vice-presidenten, de vice-presidenten, de raadsheren en de raadsheren-plaatsvervangers worden gelijkgesteld met diezelfde ambten bij een gerechtshof;
b. voor de overeenkomstige toepassing van artikel 4 en de hoofdstukken 5 en 6 de president wordt aangemerkt als functionele autoriteit;
c. artikel 29, eerste lid, niet van toepassing is op de president.
B.
De artikelen 5, 6, 8 en 13 vervallen.
C.
Artikel 15 komt te luiden als volgt:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x