Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

INVOERINGSWET  ARBEIDSVOORZIENINGSWET  1996

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 1995-1996, 24 554

Invoering van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Het overgangsrecht
3 Vergunningsstelsels arbeidsbemiddeling en ter beschikking stellen van arbeidskrachten
4 Samenwerking en inkoopconstructie
5 De bemiddeling van gedeeltelijk arbeidsongeschikten
6 Adviezen CBA, VNG en Tica
7 Rapport interdepartementale werkgroep financiŽle vernieuwing arbeidsvoorziening
xArtikelsgewijs
xx Artikelen 2 t/m 35
 

 

 

I.  Algemeen

 

1. Inleiding


     Zoals ook al is uiteengezet in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Kamerstukken II 1995-1996, 24 450, nr. 1-3), is ervoor gekozen om naast dat wetsvoorstel een afzonderlijke invoeringswet in te dienen. Deze strekt ertoe het overgangsrecht en de aanpassingswetgeving te regelen, alsmede enkele op zichzelf staande, deels tijdelijke, onderwerpen die met arbeidsvoorziening samenhangen. Bij dit laatste gaat het met name om de vergunningsstelsels voor de arbeidsbemiddeling en voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten.
     Enkele van de in dit wetsvoorstel geregelde onderwerpen worden hierna eerst in algemene zin besproken. Dit betreft achtereenvolgens: het overgangsrecht, de genoemde vergunningsstelsels, de samenwerking en de zogenoemde inkoopconstructie en ten slotte de bemiddeling van gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Daarna volgt een bespreking van de over dit wetsvoorstel uitgebrachte adviezen en een paragraaf over het rapport van de interdepartementale werkgroep financiŽle vernieuwing
rblz.|2| arbeidsvoorziening. Ten slotte volgt, voor zover nodig, een artikelsgewijze toelichting.

 

2. Het overgangsrecht


     Dit wetsvoorstel voorziet erin dat, ter gelegenheid van de intrekking van de bestaande wet en de vaststelling van een nieuwe wet, niet behoeft te worden overgegaan tot oprichting van een nieuwe rechtspersoon. In de toelichting op artikel 2 van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 is deze benadering reeds aangekondigd. Handhaving van de bestaande Arbeidsvoorzieningsorganisatie als rechtspersoon heeft een aantal belangrijke voordelen: er behoeft geen overgang te worden geregeld van rechtsbetrekkingen (vermogensrechtelijk, arbeidsrechtelijk) en van lopende procedures (zowel gerechtelijke als administratieve).

     Intrekking van de bestaande wet heeft tot gevolg dat tevens de daarop steunende regelgeving (zowel van de Kroon en de minister als van het Centraal Bestuur (CBA) en de Regionale Besturen voor de Arbeidsvoorziening (RBAís)) komt te vervallen. Nagegaan is

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | de wet | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x