Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  SOCIALE  WERKVOORZIENING

Versie 11 september 1997

(Geconsolideerde versie)

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1995-1996, 1996-1997, 24 787.
Handelingen II 1996-1997, blz. 4754-4801, 4954-4955.
Kamerstukken I 1996-1997, 24 787 (247, 247a, 247b, 247c, 247d, 247e).
Handelingen I 1996-1997, blz. 2074-2101.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 11 september 1997, Stb. 1997, 465, houdende nieuwe regeling inzake de sociale werkvoorziening (Wet sociale werkvoorziening). Inwerkingtreding: 1 januari 1998 (Stb. 1997, 466).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regels te stellen inzake de sociale werkvoorziening, onder meer inzake de doelgroep, de indicatiestelling, voorzieningen voor begeleid werken, de rechtspositie van de werknemers en de bekostiging;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  1

Inleidende bepalingen

 

Art. 1.
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. doelgroep: personen die nog niet de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt en die door lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen uitsluitend onder aangepaste omstandigheden tot regelmatige arbeid in staat zijn;
b. arbeidshandicap: het vanwege lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen verminderd vermogen om arbeid te verrichten;
c. arbeidshandicapcategorie: een groep van tot de doelgroep behorende personen die in dezelfde orde arbeidsgehandicapt is;
d. dienstbetrekking: een dienstbetrekking met de gemeente als bedoeld in hoofdstuk 2;
e. werknemer: degene die een dienstbetrekking heeft;
f. uitvoeringsinstantie: de rechtspersoon die krachtens de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 is belast met de uitvoering van de socialeverzekeringswetten;
g. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
-2. Indien bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen de uitvoering van deze wet volledig is overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van die wet, treedt dat bestuur voor de toepassing van deze wet in de plaats van de betrokken gemeentebesturen.
-3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld voor de bepaling van de doelgroep en de arbeidshandicapcategorieŽn.

 

 

HOOFDSTUK  2

De gemeentelijke sociale werkvoorziening

 

Art. 2.
-1. De gemeente draagt er zorg voor dat zij aan zoveel mogelijk ingezetenen die blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking tot de doelgroep behoren een dienstbetrekking krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht aanbiedt voor het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden. Deze dienstbetrekking is een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 1637a van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek.
-2. Op de arbeidsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, zijn de bepalingen van titel 7a van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
-3. Het gemeentebestuur kan een rechtspersoon aanwijzen ten behoeve van de uitvoering van deze wet. Het gemeentebestuur regelt in het aanwijzingsbesluit de inhoud van de rechtsbetrekking tussen de gemeente en de betrokken rechtspersoon.
-4. Bij ministeriŽle regeling kunnen, met het oog op een goede verdeling van de beschikbare dienstbetrekkingen over de ingezetenen die tot de doelgroep behoren, nadere regels worden gesteld met betrekking tot de volgorde van aanbieding van een dienstbetrekking.

 

Art. 3.
-1. De arbeid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gericht op het behouden dan wel het bevorderen van de arbeidsbekwaamheid van de werknemer mede met het oog op het kunnen gaan verrichten van arbeid onder normale omstandigheden.
-2. Bij de aanpassing van de omstandigheden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt rekening gehouden met het advies ter zake dat in de indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking is opgenomen.
-3. Bij ministeriŽle regeling kunnen regels worden gesteld inzake de aanpassing van de omstandigheden, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

 

Art. 4.
-1. De gemeente, de uitvoeringsinstanties en de Arbeidsvoorzieningsorganisatie werken samen om de inschakeling in het arbeidsproces te bevorderen van de werknemers van wie de verwachting bestaat dat zij in staat zullen zijn om binnen ťťn jaar arbeid te verrichten onder normale omstandigheden en bij de toepassing van artikel 7.
-2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de uitvoering van het eerste lid.

 

Art. 5.
De gemeente bedingt voor de door de werknemer verrichte arbeid dan wel voor tengevolge van zijn arbeid geleverde goederen of diensten een vergoeding die de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord mag beÔnvloeden.

 

Art. 6.
-1. De werknemer is verplicht mee te werken aan het behoud dan wel het bevorderen van zijn arbeidsbekwaamheid en aan het verkrijgen van arbeid onder normale omstandigheden, voor zover hij daartoe in staat wordt geacht.
-2. Onverminderd de bepalingen van titel 7a van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek wordt de dienstbetrekking opgezegd, indien:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x