Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  WIJZIGING  VREEMDELINGENWET  EN  ENIGE  ANDERE  WETTEN  ["KOPPELINGSWET"]

Versie 26 maart 1998

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1994-1995, 1995-1996, 1996-1997, 1997-1998, 24 233.
Handelingen II 1996-1997, blz. 410-463, 844-862, 1112-1135, 1452-1466, 1552-1554.
Kamerstukken I 1996-1997, 24 233 (76, 76a (herdr.), 76b, 76c, 76d); 1997-1998, 24 233 (149, 149a).
Handelingen I 1997-1998, zie vergadering d.d. 24 maart 1998.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 26 maart 1998, Stb. 1998, 203, tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te koppelen aan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland.Ļ Inwerkingtreding: 1 juli 1998 (Stb. 1998, 204).

1. De niet-officiŽle citeertitel van deze wet luidt Koppelingswet, red.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is te voorzien in een wettelijke regeling teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te koppelen aan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I.  [MvT]
De Vreemdelingenwet wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
In artikel 1 wordt na de omschrijving van samengestelde aanvraag om toelating, onder vervanging van de punt door een puntkomma, ingevoegd: gemeenschapsonderdanen:
a. onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie die op grond van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap een verblijfsrecht in Nederland bezitten;
b. leden van de gezinnen van de onder a genoemden die de nationaliteit van een derde staat bezitten en die uit hoofde van een ter toepassing van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap genomen besluit gerechtigd zijn een lidstaat binnen te komen en er te verblijven;
c. onderdanen van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992, die ter zake van binnenkomst en verblijf in een lidstaat rechten genieten die gelijk zijn aan die van burgers van de lidstaten van de Unie, alsmede de leden van de gezinnen van laatstgenoemden die de nationaliteit van een derde staat genieten en die krachtens bovengenoemde overeenkomst gerechtigd zijn een lidstaat binnen te komen en er te verblijven.
B.
[MvT]
Na artikel 1a wordt een artikel 1b ingevoegd, luidende:
Art. 1b.
Vreemdelingen genieten in Nederland slechts rechtmatig verblijf:
1. op grond van een besluit tot toelating alsmede op grond van toelating als gemeenschapsonderdaan, tenzij deze onderdaan verblijf houdt in strijd met een beperking op grond van een regeling krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;
2. op grond van een besluit tot voorwaardelijke toelating;
3. in afwachting van de beslissing op een aanvraag om toelating, voortgezette toelating daaronder begrepen, terwijl ingevolge deze wet dan wel op grond van een beschikking ingevolge deze wet of op grond van een rechterlijke beslissing uitzetting van de aanvrager achterwege dient te blijven totdat op de aanvraag is besloten;
4. binnen de termijn, bedoeld in artikel 8, eerste lid, mits voldaan is aan de daar omschreven voorwaarden;
5. indien tegen de uitzetting beletselen bestaan vastgesteld bij beschikking ingevolge deze wet.
C.
[MvT]
Na artikel 8 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 8a.
[MvT]
-1. Behoudens ten aanzien van gemeenschapsonderdanen geschiedt toelating, voorwaardelijke toelating daaronder begrepen, slechts door een besluit van een bestuursorgaan.
-2. Onze Minister verschaft aan een vreemdeling, bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder 1, 2, 3 en 5, een document of schriftelijke verklaring waaruit het rechtmatig verblijf blijkt. Bij de aanvraag van een beschikking legt de vreemdeling desgevraagd een kopie van het document of de schriftelijke verklaring over, dat wordt aangemerkt als een bescheid als bedoeld in artikel 4:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
-3. Onze Minister wijst bij ministeriŽle regeling de bescheiden, bedoeld in het tweede lid, aan en kan modellen vaststellen voor de documenten en de schriftelijke verklaring.
Art. 8b.
[MvT]
-1. Vreemdelingen die niet het in artikel 1b bedoelde rechtmatig verblijf genieten, kunnen geen aanspraak maken op toekenning van verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen bij wege van een beschikking van een bestuursorgaan. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen ontheffingen of vergunningen.
-2. Van het eerste lid kan worden afgeweken indien de aanspraak betrekking heeft op het onderwijs, de verlening van medisch noodzakelijke zorg, de voorkoming van inbreuken op de volksgezondheid of de rechtsbijstand aan een vreemdeling.
-3. Toekenning van aanspraken geeft geen recht op verblijf als bedoeld in artikel 1b.
Art. 8c.
[MvT]
-1. De aanspraken van vreemdelingen die rechtmatig verblijf houden in de zin van artikel 1b zijn in overeenstemming met de aard van het verblijf. Tenzij bij of krachtens het wettelijk voorschrift waarop de aanspraak is gegrond anders is bepaald, geldt daarbij het bepaalde, bedoeld in het tweede lid.
-2. De vreemdelingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen aanspraken maken op voorzieningen, verstrekkingen en uitkeringen, indien:
a. zij rechtmatig verblijf genieten als bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder 1;
b. zij rechtmatig verblijf genieten als bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder 2 en 3, en een aanspraak wordt toegekend in de Wet gemeentelijke zorg voor houders van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf, de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, dan wel een andere regeling waarin aanspraken van deze vreemdelingen zijn neergelegd;
c. zij rechtmatig verblijf genieten als bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder 4 en 5, voor de aanspraken die uitdrukkelijk aan deze vreemdelingen zijn toegekend.
-3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen ontheffingen of vergunningen.
D.
In artikel 10 wordt na het eerste lid, onderdeel b, onder vervanging van de punt door een puntkomma, een nieuw onderdeel c ingevoegd, luidende:
c. indien zij gemeenschapsonderdaan zijn, tenzij zij verblijf houden in strijd met een beperking op grond van een regeling vastgesteld krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap dan wel de toelating is geweigerd op grond van een actuele bedreiging van de openbare orde, de nationale veiligheid of van de volksgezondheid ingeval de vreemdeling lijdt aan een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen ziekte of gebrek.
E.
[MvT]
Aan artikel 48 wordt een vijfde lid toegevoegd, luidende:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x