Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  INBURGERING  NIEUWKOMERS

Versie 9 april 1998

(Geconsolideerde versie)

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1996-1997, 1997-1998, 25 114.
Handelingen II 1997-1998, blz. 1579-1603, 1666-1668.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 114 (122, 122a, 122b, 122c, 122d, 122e).
Handelingen I 1997-1998, blz. 1355-1365.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 9 april 1998, Stb. 1998, 261, houdende regels met betrekking tot de inburgering van nieuwkomers in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering nieuwkomers). Inwerkingtreding: 30 september 1998 (Stb. 1998, 533).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels vast te stellen met betrekking tot de inburgering van nieuwkomers in de Nederlandse samenleving;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  1

Begripsomschrijvingen

 

Art. 1.
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. nieuwkomer:
1. de vreemdeling aan wie het op grond van artikel 9 of 10, eerste lid, onderdeel b, van de Vreemdelingenwet is toegestaan in Nederland te verblijven, die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en die voor de eerste keer tot Nederland is toegelaten dan wel na een vergunning als bedoeld in artikel 9a van die wet een vergunning als bedoeld in artikel 9 van die wet heeft verkregen, behoudens degene die hier voor een tijdelijk doel verblijft dan wel op grond van bepalingen van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties niet verplicht kan worden aan een inburgeringsprogramma deel te nemen; en
2. de Nederlander die geboren is buiten Nederland, de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en voor de eerste keer in Nederland ingezetene in de zin van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is;
b. college van burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de nieuwkomer een woonplaats als bedoeld in titel 3 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek heeft;
c. inburgeringsonderzoek: een onderzoek als bedoeld in
artikel 4, derde lid;
d. inburgeringsprogramma: een programma als bedoeld in artikel 6, eerste lid;
e. educatief programma: een programma als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a;
f. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 2.3.4 van die wet is gesloten;
g. bevoegd gezag: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel w, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
h. deelnemer: de nieuwkomer die zich bij een instelling heeft laten inschrijven voor het volgen van het voor hem vastgestelde educatieve programma;
i. toets: de toets, bedoeld in artikel 10;
j. ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 17, eerste lid;
k. Arbeidsvoorzieningsorganisatie: de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, bedoeld in de Arbeidsvoorzieningswet 1996.
-2. Onder verblijf voor een tijdelijk doel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1, wordt het verblijf verstaan van:
a. de vreemdeling ten behoeve van wie over een geldige tewerkstellingsvergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet arbeid vreemdelingen wordt beschikt, en zijn gezinsleden;
b. de vreemdeling, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Wet arbeid vreemdelingen, en zijn gezinsleden; en
c. de vreemdeling die behoort tot een bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken aan te wijzen categorie van vreemdelingen.
-3. Met een nieuwkomer als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1 en 2, worden voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld respectievelijk de in het eerste lid, onderdeel a, onder 1, bedoelde vreemdeling en de in het eerste lid, onderdeel a, onder 2, bedoelde Nederlander op wie de artikelen 2 en 4a van de Leerplichtwet 1969 niet van toepassing zijn en die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.
-4. Met een nieuwkomer als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1 en 2, worden voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld respectievelijk de in het eerste lid, onderdeel a, onder 1, bedoelde vreemdeling en de in het eerste lid, onderdeel a, onder 2, bedoelde Nederlander die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en die op grond van de artikelen 4a tot en met 4c van de Leerplichtwet 1969 gedurende ten hoogste twee dagen per week het daar bedoelde onderwijs geregeld zou dienen te volgen. Artikel 4a van de Leerplichtwet 1969 is niet van toepassing ten aanzien van degene die op grond van de eerste volzin is gelijkgesteld met een nieuwkomer.

 

 

HOOFDSTUK  2

Het inburgeringsonderzoek

 

Art. 2.
-1. Iedere nieuwkomer meldt zich op een door het college van burgemeester en wethouders te bepalen wijze bij een door dit college aangewezen instantie voor het houden van een inburgeringsonderzoek. Hij meldt zich met een door hem ingevuld aanmeldingsformulier. Indien het een nieuwkomer als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1, betreft, wordt hem dit formulier overhandigd tegelijk met de beschikking, bedoeld in artikel 15d van de Vreemdelingenwet. Indien het een nieuwkomer als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2, betreft, wordt hem dit formulier overhandigd op het moment dat hij aangifte van verblijf en adres als bedoeld in artikel 65 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens doet. Onze Minister van Binnenlandse Zaken stelt voor het formulier een model vast.
-2. De nieuwkomer die vreemdeling is, voldoet aan de in het eerste lid bedoelde verplichting:
a. indien hij in een opvangcentrum verblijft, binnen zes weken nadat hij na vertrek uit het centrum voor de eerste keer aangifte van verblijf en adres als bedoeld in artikel 65 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens heeft gedaan; en
b. in de overige gevallen, binnen zes weken nadat hem de vergunning tot verblijf is uitgereikt.
-3. De nieuwkomer die Nederlander is, voldoet aan de in het eerste lid bedoelde verplichting binnen zes weken nadat hij aangifte van verblijf en adres als bedoeld in artikel 65 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens heeft gedaan.
-4. Onder een opvangcentrum als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan: een door het Rijk beschikbaar gestelde accommodatie die uitsluitend bestemd is voor het bieden van tijdelijke opvang aan vreemdelingen.

 

Art. 3.
-1. Het college van burgemeester en wethouders ontheft de nieuwkomer van de in artikel 2 bedoelde verplichting, indien deze:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x