Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  OP  DE  (RE)INTEGRATIE  ARBEIDSGEHANDICAPTEN

Versie 23 april 1998

(Geconsolideerde versie)

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1996-1997, 1997-1998, 25 478.
Handelingen II 1997-1998, blz. 2074-2086, 2161-2162.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 478 (141, 141a, 141b, 141c, 141d, 141e, 141f, 141g, 141h).
Handelingen I 1997-1998, blz. 1410-1425, 1433-1451.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 23 april 1998, Stb. 1998, 290, houdende vaststelling van nieuwe regels met betrekking tot de (re)integratie van arbeidsgehandicapten (Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten). Inwerkingtreding: 1 juli 1998 (Stb. 1998, 369).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de integratie en reÔntegratie van arbeidsgehandicapten een krachtige impuls te geven, daartoe bestaande wettelijke instrumenten uit te breiden en institutionele belemmeringen die aan de integratie en reÔntegratie van arbeidsgehandicapten in de weg staan weg te nemen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemeen

 

Art. 1. Algemene begrippen
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. Osv 1997: Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
c. Landelijk instituut sociale verzekeringen: het Landelijk instituut sociale verzekeringen, bedoeld in hoofdstuk 4 van de Osv 1997;
d. uitvoeringsinstelling: een uitvoeringsinstelling als bedoeld in artikel 41, derde lid, van de Osv 1997;
e. Arbeidsvoorzieningsorganisatie: de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, bedoeld in artikel 2 van de Arbeidsvoorzieningswet 1996;
f. arbodienst: de persoon aan wie op grond van artikel 31a van de Arbeidsomstandighedenwet een certificaat als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van die wet is verleend;
g. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
h. WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
i. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
j. WW: Werkloosheidswet;
k. WBIA: Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria;
l. ZW: Ziektewet;
m. AAW: Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
n. Wsw: Wet sociale werkvoorziening;
o. Wiw: Wet inschakeling werkzoekenden;
p. dienstbetrekking: een dienstbetrekking in de zin van artikel 3 van de WAO of een op grond van artikel 4 of 5 van de WAO daarmee gelijkgestelde arbeidsverhouding;
q. werknemer: de persoon die in dienstbetrekking werkzaam is;
r. werkgever: de persoon tot wie een werknemer in dienstbetrekking staat;
s. zelfstandige: de zelfstandige, bedoeld in artikel 4, aanhef en onder a, van de WAZ.
-2. Een dienstbetrekking in de zin van de Wiw wordt voor de toepassing van deze wet niet als dienstbetrekking aangemerkt.

 

Art. 2. Arbeidsgehandicapte
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder arbeidsgehandicapte verstaan:
a. de persoon die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO, de WAZ of de Wajong;
b. de persoon aan wie op grond van een wettelijk voorschrift in verband met ziekte of gebrek een voorziening is toegekend die strekt tot behoud, herstel of bevordering van de arbeidsgeschiktheid of ten behoeve van wie een subsidie voor met een voorziening verband houdende kosten is verstrekt;
c. de persoon die bij indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking op grond van de Wsw behoort tot de doelgroep voor de Wsw, doch niet werkzaam is als werknemer in de zin van de Wsw of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van de Wsw;
d. voor de duur van vijf jaar na de datum van beŽindiging van een dienstbetrekking op grond van de Wsw, de persoon die arbeid heeft verricht op grond van de Wsw;
e. voor de duur van vijf jaar na de datum van een herindicatiebeschikking op grond van de Wsw, de persoon die na herindicatie niet meer behoort tot de doelgroep van de Wsw.
-2. De persoon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, blijft arbeidsgehandicapte in de zin van deze wet voor de periode van vijf jaar na de datum waarop de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in onderdeel a, in verband met vermindering van de arbeidsongeschiktheid of de voorziening, bedoeld in onderdeel b, is geŽindigd.
-3. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt tevens onder arbeidsgehandicapte verstaan de persoon die niet behoort tot een categorie van personen als bedoeld in het eerste en tweede lid, doch ten aanzien van wie op grond van een medisch-arbeidskundige beoordeling is vastgesteld dat hij in verband met ziekte of gebrek een belemmering heeft bij het verkrijgen of verrichten van arbeid.
-4. De persoon, bedoeld in het derde lid, blijft gedurende een periode van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van vaststelling, arbeidsgehandicapte in de zin van deze wet. Onmiddellijk na afloop van deze periode wordt opnieuw vastgesteld of hij in verband met ziekte of gebrek een belemmering heeft bij het verkrijgen of verrichten van arbeid.
-5. De persoon die werkzaam is als werknemer in de zin van de Wsw of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van de Wsw wordt niet als arbeidsgehandicapte aangemerkt.
-6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het derde lid.

 

Art. 3. Vaststelling arbeidsgehandicapte
-1. De vaststelling, bedoeld in artikel 2, derde lid, geschiedt door het Landelijk instituut sociale verzekeringen ten aanzien van de persoon die:
a. recht heeft op doorbetaling van loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, na daarover geadviseerd te zijn door de arbodienst van de werkgever die het loon bij ziekte van de werknemer doorbetaalt, in welk advies wordt aangegeven of de werknemer, naar het oordeel van de arbodienst, arbeidsgehandicapt is, met toepassing van een voorziening de eigen arbeid kan blijven verrichten of bij dezelfde werkgever, al dan niet met toepassing van een voorziening, in een andere functie arbeid kan verrichten;
b. recht heeft op een uitkering op grond van de ZW, de WW of de WBIA;
c. verzekerd is op grond van de WAZ;
d. ingezetene is als bedoeld in artikel 3 van de Wajong en de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
e. als overheidswerknemer als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen recht heeft op bezoldiging of uitkering in geval van ziekte als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van die wet, na daarover op overeenkomstige wijze als bedoeld in onderdeel a geadviseerd te zijn door de arbodienst van de werkgever die de bezoldiging of de uitkering bij ziekte van de werknemer betaalt;
f. als gewezen overheidswerknemer recht heeft op bezoldiging of uitkering in geval van ziekte als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen of recht heeft op een wachtgeld als bedoeld in artikel 1, onderdeel r, van die wet.
-2. De vaststelling, bedoeld in artikel 2, derde lid, ten aanzien van de persoon die uitsluitend recht heeft op een uitkering op grond van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen geschiedt door het gemeentebestuur.
-3. De vaststelling, bedoeld in artikel 2, derde lid, ten aanzien van de persoon die uitsluitend recht heeft op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet en ten aanzien van de persoon waarvoor de vaststelling, bedoeld in artikel 2, derde lid, niet is opgedragen aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen of de gemeenten geschiedt door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie indien hij als werkloos werkzoekende bij deze organisatie is geregistreerd.
-4. Zo nodig in afwijking van het eerste lid geschiedt de vaststelling, bedoeld in artikel 2, derde lid, ten aanzien van een persoon die

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x