Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WERKLOOSHEIDSWET

Versie 1 januari 1999 (tekstplaatsing)

(Geconsolideerde versie)

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1985-1986, 19 261.
Handelingen II 1985-1986, blz. 4304-4367, 4369-4397, 4402-4455, 4458, 4463-4489, 4515-4542, 4558-4604, 4607-4630, 4633-4644, 4699-4751, 4836-4860, UCV 62(1-75), UCV 65(1-55), 4926-4941, 4944-4945, 4954-4958, 5017-5023.
Kamerstukken I 1985-1986, 19 261 (199, 199a, 199b); 1986-1987, 19 261 (25, 25a, 25b, 45, 45a, 45b, 45c, 45d, 45e, 45f).
Handelingen I 1986-1987, zie vergadering van 4 november 1986.

 

 

BESCHIKKING van de Minister van Justitie van 21 januari 1999, Stb. 1999, 21, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Werkloosheidswet, zoals deze luidt met ingang van 1 januari 1999

 

     De Minister van Justitie;
     Gelet op artikel 75 van de Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;

     Besluit:

 

 

     De tekst van de Werkloosheidswet, zoals deze luidt met ingang van 1 januari 1999, in het Staatsblad te plaatsen als bijlage bij deze beschikking.

 

’s-Gravenhage, 21 januari 1999

 

De Minister van Justitie,
A.H. Korthals

 

Uitgegeven de achtentwintigste januari 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals

 

 

 

Tekst van de Werkloosheidswet, zoals deze wet luidt op 1 januari 1999 ¹

 

 

1. De voetnoten bij de artikelen zijn geplaatst door de wetgever, red.

 

[WET van 6 november 1986, Stb. 1986, 566, tot verzekering van werknemers tegen geldelijke gevolgen van werkloosheid (Werkloosheidswet). Inwerkingtreding: 1 januari 1987 (Stb. 1986, 597).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is opnieuw regels te stellen met betrekking tot de verzekering van werknemers tegen geldelijke gevolgen van werkloosheid, ter vervanging van de Werkloosheidswet (Stb. 1967, 421) en de Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485);
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:, red.]

 

 

HOOFDSTUK  I

Algemene bepalingen

 

§ 1.  Algemeen

 

Art. 1.
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. uitvoeringsinstelling: een uitvoeringsinstelling als bedoeld in artikel 41, derde lid van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
c. College van toezicht sociale verzekeringen: het College van toezicht sociale verzekeringen, genoemd in hoofdstuk 2 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
d. Landelijk instituut sociale verzekeringen: het Landelijk instituut sociale verzekeringen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
e. wachtgeldfonds: een fonds als bedoeld in artikel 102;
f. Algemeen Werkloosheidsfonds: het fonds, bedoeld in artikel 103;
g. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens;
h. sector: een sector als bedoeld in artikel 51 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
i. onbetaald verlof: een tussen werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen verlof waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht.
j. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet.

 

Art. 2.
-1. Waar een natuurlijk persoon woont en waar een lichaam gevestigd is, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
-2. Voor de toepassing van het eerste lid worden schepen en luchtvaartuigen die binnen Nederland hun thuishaven hebben, beschouwd als deel van Nederland.

 

Art. 2a.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de termijn waarbinnen een beschikking op aanvraag ingevolge deze wet dient te worden gegeven. Deze algemene maatregel van bestuur vervalt op 1 januari 2000.

 

 

§ 2.  De werknemer

 

Art. 3.
-1. Werknemer is de natuurlijke persoon jonger dan 65 jaar die in privaatrechtelijke of in publiekrechtelijke dienstbetrekking staat.
-2. Wie zijn dienstbetrekking buiten Nederland vervult, wordt niet als werknemer beschouwd, tenzij hij in Nederland woont en zijn werkgever eveneens in Nederland woont of gevestigd is. Voor zover een werkgever:
a. in Nederland een vaste inrichting voor de uitoefening van zijn bedrijf of beroep of een in Nederland wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger heeft; of
b. in Nederland één of meer personen in dienst heeft en hij door of vanwege Onze Minister als werkgever is aangewezen, wordt hij voor de toepassing van de eerste volzin gelijkgesteld met een in Nederland wonende of gevestigde werkgever.
-3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt niet als werknemer beschouwd de vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet.
-4.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat:
a. personen die buiten Nederland wonen ook als werknemer worden beschouwd, voor zover zij hun dienstbetrekking buiten Nederland vervullen;
b. personen die in Nederland wonen ook als werknemer worden beschouwd, voor zover zij hun dienstbetrekking buiten Nederland vervullen en hun werkgever buiten Nederland woont of gevestigd is.
-5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan van het eerste, tweede en derde lid worden afgeweken ten aanzien van:
a. vreemdelingen;
b. personen op wie een regeling van toepassing is inzake verzekering tegen geldelijke gevolgen van werkloosheid van de Nederlandse Antillen, van Aruba, van een andere mogendheid of van een volkenrechtelijke organisatie; en
c. personen die slechts tijdelijk in Nederland verblijven of tijdelijk in Nederland werkzaam zijn.
-6. Bij een maatregel als bedoeld in het vijfde lid kan worden afgeweken van het derde lid ten aanzien van:
a. vreemdelingen die rechtmatig in Nederland arbeid verrichten dan wel hebben verricht;
b. vreemdelingen die, na rechtmatig in Nederland verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet, tijdig toelating in aansluiting op dat verblijf hebben aangevraagd, dan wel bezwaar hebben gemaakt of beroep hebben ingesteld tegen de intrekking van het besluit tot toelating, totdat op die aanvraag, dat bezwaar of dat beroep is beslist.

 

Art. 3a.
Zo nodig in afwijking van artikel 3 en de daarop berustende bepalingen:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x