|
BEKENDMAKING van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16
december 2010, IVV/FB/2010/24132, betreffende
herziening van normen en bedragen, genoemd in de Wet werk en bijstand, met
ingang van 1 januari 2011
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakt op grond van
artikel 38, zesde lid, en 39,
derde lid, van de
Wet werk en bijstand bekend dat met
ingang van 1 januari 2011 in de
Wet werk en bijstand:
1. in artikel
21 "€|652,19" wordt herzien
in: €|656,93; "€|913,06"
in: €|919,70 en "€|1304,37"
in: €|1313,85;
2. in artikel
22 "€|1003,66" wordt herzien
in: €|1008,30; "€|1260,94"
in: €|1268,72 en "€|1379,66"
telkens in: €|1388,16;
3. in artikel
23, eerste lid, "€|290,45"
wordt herzien in: €|292,57 en "€|451,76"
in: €|455,06;
4. in artikel
23, tweede lid, "€|44,00"
wordt herzien in: €|45,00 en "€|81,00"
in: €|83,00;
5. in artikel
25, tweede lid, "€|260,87"
wordt herzien in: €|262,77;
6. in artikel
31, tweede lid, onderdeel j en o,¹ "€|2239,00"
wordt herzien in: €|2253,00 en "€|187,00"
in: €|189,00;
7. in artikel
33, vijfde lid, "€|18,15"
wordt herzien in: €|18,40 en "€|36,30"
in: €|36,80;
8. in artikel
34, tweede lid, "€|46 200,00" wordt herzien in: €|46
900,00;
9. in artikel
34, derde lid, "€|5480,00"
wordt herzien in: €|5555,00 en "€|10
960,00" telkens in: €|11 110,00;
10. in artikel
35, tweede lid, "€|120,00"
wordt herzien in: €|122,00.
1. Gelet op het bepaalde in artikel
58, onderdeel M, van de Wet investeren in
jongeren juncto het enig artikel,
tweede lid, van het Besluit van 1 juli 2009, Stb.
2009, 283 dient volgens de redactie "onderdeel j en
o" te worden vervangen door: onderdeel j en n.
Den Haag, 16 december 2010.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
de directeur Inkomensverzekeringen en -voorzieningen,
I.D. Nijboer.
TOELICHTING
[16 december 2010]
Het wettelijk
minimumloon is met ingang van 1 januari 2011
vastgesteld op €|1424,40 per maand.
Bovendien veranderen per 1 januari 2011 de belastingtarieven en de
premiepercentages. In
verband hiermee zal het nettominimumloon, bedoeld in artikel 37
van de Wet werk en bijstand (Wwb), eveneens
veranderen. Als gevolg hiervan wijzigen tevens de aan het nettominimumloon
gekoppelde bijstandsnormen. Het bedrag in artikel
31, tweede lid, onderdeel o, wijzigt niet door de afronding. Hieronder volgt de berekening van het
nettominimumloon (A) alsmede van de bijstandsnorm per 1 januari 2011 voor
gehuwden, een alleenstaande ouder en een alleenstaande van 27 jaar tot
65 jaar (B).
A. Berekening nettominimumloon,
bedoeld in artikel 37
van de Wet werk en bijstand,
per 1 januari 2011:
| 1.
Brutominimumloon inclusief
vakantie-uitkering |
€|1538,35 |
| bij:
vergoeding inkomensafhankelijke bijdrage Zvw |
€|119,22 |
| af:
inkomensafhankelijke bijdrage Zvw |
€|119,22 |
| af:
premie AWf |
€|0,00 |
| af:
loonheffing |
€|224,50 |
| Nettominimumloon
ex artikel 37, eerste lid, Wwb |
€|1313,85 |
| xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx |
x |
| 2.
Brutominimumloon exclusief
vakantie-uitkering |
€|1424,40 |
| bij:
vergoeding inkomensafhankelijke bijdrage Zvw |
€|110,39 |
| af:
inkomensafhankelijke bijdrage Zvw |
€|110,39 |
| af:
premie AWf |
€|0,00 |
| af:
loonheffing |
€|175,16 |
| Nettominimumloon
zonder vakantie-uitkering |
€|1249,24 |
De in het nettominimumloon
begrepen nettovakantie-uitkering bedraagt: €|1313,85
- €|1249,24
= €|64,61
B. Berekening
van de bijstandsnorm per maand voor gehuwden, een alleenstaande ouder en
een alleenstaande van 27 tot 65 jaar per 1 januari 2011:
gehuwden, beide partners 27
jaar of ouder: 100% van €|1313,85 = €|1313,85
hierin begrepen vakantietoeslag: 5% ¹ van €|1313,85
= €|65,69
alleenstaande ouder 27 jaar
of ouder: 70% van €|1313,85 = €|919,70
hierin begrepen vakantietoeslag: 5% ¹ van €|919,70 = €|45,99
alleenstaande 27 jaar of
ouder: 50% van €|1313,85 = €|656,92
hierin begrepen vakantietoeslag: 5% ¹ van €|656,92 = €|32,85
1. Het percentage, genoemd
in artikel 19, derde lid, van de Wwb,
geeft de verhouding weer tussen de nettoaanspraak op vakantietoeslag en
het maandloon inclusief vakantietoeslag die bij het nettominimumloon
bestaat.
Nettovakantie-uitkering: €|64,61
Nettominimumloon: €|1313,85
Verhouding: €|64,61
/ €|1313,85 x 100% =
4,9%, afgerond 5%
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
de directeur Inkomensverzekeringen en -voorzieningen,
I.D. Nijboer.
|
|