Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   AAW
x
LJN:
x
AI5666
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 16-12-1998
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: In geval van voortzetting van een tekortkoming die voortvloeit uit onrechtmatige besluitvorming van vóór 1 januari 1992 is het oude BW van toepassing.
 
 
 

 

 
Uitspraak 96/2864S AAW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Met ingang van 1 maart 1997 is de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 treedt het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) in de plaats van de betrokken bedrijfsvereniging. In het onderhavige geval is het Lisv in de plaats getreden van de Bedrijfsvereniging voor Detailhandel, Ambachten en Huisvrouwen. In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het bestuur van deze bedrijfsvereniging.

Bij uitspraak d.d. 15 april 1998 heeft de Raad in het geding tussen appellant en gedaagde, geregistreerd onder nummer 96/2864 AAW, de uitspraak van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht d.d. 30 januari 1996 en het bestreden intrekkingsbesluit d.d. 19 november 1993 betrekking hebbend op de uitvoering van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) vernietigd, op de grond dat appellant op 1 juni 1990 niet in staat was met passende werkzaamheden een inkomen te verdienen van meer dan 75% van zijn maatmaninkomen. Toepassing gevend aan het bepaalde in artikel 8:73, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de Raad voorts bepaald dat het onderzoek wordt heropend ter zake van de gevorderde schadevergoeding.

In dat kader heeft de Raad bij brief d.d. 29 juli 1998 gedaagde verzocht zijn standpunt ter zake van de gevorderde renteschade te bepalen, aan welk verzoek gedaagde bij brief d.d. 20 augustus 1998 heeft voldaan.

Vervolgens heeft de Raad bij brief d.d. 27 augustus 1998 aan mr. A.A.M. Sturkenboom, advocaat te Nieuwegein en gemachtigde van appellant, verzocht te reageren op gedaagdes brief d.d. 20 augustus 1998, aan welk verzoek bij brief d.d. 4 september 1998 is voldaan.

Het voortgezette geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 11 november 1998, waar partijen, zoals aangekondigd, niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


Namens appellant is bij brief van 13 september 1996 de Raad verzocht om, indien mocht worden beslist dat gedaagde ten onrechte de AAW-uitkering van appellant met ingang van 1 juni 1990 heeft ingetrokken, gedaagde te veroordelen tot vergoeding van schade, die volgens artikel 6:119 en 6:120 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bestaat in de wettelijke rente over de na te betalen bruto-uitkeringstermijnen, te rekenen vanaf het moment dat deze betaalbaar gesteld hadden moeten worden, dat wil zeggen vanaf 1 juli 1990 en vervolgens telkens een maand later. Bij brief van 4 september 1998 is tevens samengestelde interest gevorderd.

Blijkens zijn brief d.d. 20 augustus 1998 meent gedaagde over de uitkeringstermijnen van 1 juni 1990 tot 1 januari 1992 - aldus begrijpt de Raad gedaagdes standpunt - op grond van artikel 1286 BW (oud) rente verschuldigd te zijn ingaande 27 september 1996, rekening houdend met een redelijke termijn van 14 dagen vanaf 13 september 1996, de datum waarop appellant de rente in rechte gevorderd heeft. Over de uitkeringstermijnen vanaf 1 januari 1992 erkent gedaagde rente verschuldigd te zijn vanaf de data dat deze betaalbaar hadden moeten worden gesteld.

De Raad overweegt als volgt.

Gelet op de standpunten van partijen beperkt het geschil zich tot de vraag of over de nabetaling van de uitkeringstermijnen van 1 juni 1990 tot 1 januari 1992 reeds vanaf 1 juli 1990 rente verschuldigd is of eerst vanaf 27 september 1996.

Vooropgesteld wordt, zoals de Raad eerder in zijn uitspraak van 30 maart 1995, gepubliceerd in onder meer AB 1995, 334, heeft overwogen, dat, hoewel artikel 8:73 Awb geen materiële criteria ter bepaling van de schade bevat, voor de beantwoording van de vraag of een partij schade lijdt en in welke omvang, zoveel mogelijk aansluiting dient te worden gezocht bij het civielrechtelijk schadevergoedingsrecht.

Bij het onrechtmatig te achten besluit d.d. 19 november 1993 is appellant ten onrechte vanaf 1 juni 1990 een AAW-uitkering onthouden. Aan dat besluit is een eerder besluit d.d. 6 juli 1990 voorafgegaan. Daarbij is aan appellant na het verstrijken van de wachttijd van 52 weken op en na 10 juni 1989 geen AAW-uitkering toegekend, op de grond dat hij minder dan 25% arbeidsongeschikt in de zin van de AAW was. Dat besluit is door de Raad bij uitspraak d.d. 16 juni 1993 wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel vernietigd, omdat gedaagde aan appellant reeds een AAW-uitkering had toegekend, die hij ten onrechte als 'voorlopig' had aangemerkt. Gedaagde had appellant intussen in kennis gesteld van zijn opvatting dat hij in staat werd geacht werkzaamheden in passende functies te verrichten en bij brief van 20 (of 28) maart 1990 bericht dat zijn 'voorlopige' uitkering per 1 april 1990 zou worden beëindigd. Daarvan uitgaande en met inachtneming van de normale uitlooptermijn van twee maanden heeft gedaagde bij het bestreden besluit d.d. 19 november 1993 per 1 juni 1990 de AAW-uitkering ingetrokken.

Naar het oordeel van de Raad is het onrechtmatige besluit d.d. 19 november 1993 een vervolg op het eerder onrechtmatig gebleken besluit d.d. 6 juli 1990, waardoor schade is geleden. Dat betekent dat hier sprake is van een voortzetting van de tekortkoming die is voortgevloeid uit onrechtmatige besluitvorming van gedaagde die heeft plaatsgevonden vóór 1 januari 1992. Gelet op de Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek acht de Raad het voor de gevorderde rente dan ook aangewezen aan te knopen bij hetgeen in artikel 1286 en 1287 BW (oud) is neergelegd.

Ingevolge artikel 1286, derde lid, BW (oud) wordt, zoals namens appellant terecht is opgemerkt, de rente verschuldigd van de dag dat deze in rechte is gevorderd. Uit artikel 1287 BW (oud) vloeit voort dat in een geval als het onderhavige geen samengestelde interest verschuldigd is.

Naar het oordeel van de Raad, zich beperkende tot het tussen partijen bestaande punt van geschil, is gedaagde vanaf 13 september 1996 wettelijke rente verschuldigd over het verschil tussen de appellant over de periode van 1 juni 1990 tot 1 januari 1992 ten onrechte onthouden bruto AAW-uitkering en het bedrag dat appellant over dezelfde periode krachtens een sociale verzekeringswet bruto heeft ontvangen, tot aan de dag der algehele voldoening toe. Daarbij is geen rente op rente verschuldigd. De Raad acht termen aanwezig om gedaagde te veroordelen in de aan de zijde van appellant gevallen proceskosten in verband met de verdere behandeling van het verzoek tot vergoeding van de renteschade, welke worden begroot op f 365,- wegens verleende rechtsbijstand. Die kosten moeten in verband met artikel 8:75, tweede lid, Awb worden voldaan aan de griffier van de Raad. Van andere kosten is de Raad niet gebleken.

Beslist wordt als hierna is aangegeven.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Veroordeelt gedaagde tot vergoeding van de renteschade als hierboven is aangegeven;
Wijst af hetgeen meer is gevorderd;
Veroordeelt gedaagde in de kosten van appellant, begroot op f 365,-, te voldoen aan de griffier van de Raad.

Aldus gegeven door mr. M.A. Hoogeveen als voorzitter en mr. G. van der Wiel en prof. mr. F.A.M. Stroink als leden, in tegenwoordigheid van mr. P.W.A. van Geloven als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 16 december 1998.

(get.) M.A. Hoogeveen.

(get.) P.W.A. van Geloven.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. AAW | WAZ | Wajong | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x