Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   AAW / WAO
x
LJN:
x
AY6228
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 08-08-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering WAO-uitkering en toekenning gedeeltelijke AAW-uitkering. Is de arbeidskundige beoordeling juist?
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/3638 AAWAO




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 25 mei 2004, 04/161 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

[betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene).

Datum uitspraak: 8 augustus 2006.




I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld en daarbij een rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige F.M.A. Havermans van 11 juni 2004 en een rapportage van de bezwaarverzekeringsarts M.C. Wijnen van 30 juni 2004 overgelegd.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 juli 2006. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L. Ritsma. Betrokkene is in persoon verschenen.




II. OVERWEGINGEN


Aan de aangevallen uitspraak en de overige gedingstukken ontleent de Raad de volgende feiten en omstandigheden.

Betrokkene was laatstelijk werkzaam als schoonmaakster en schoonheidsspecialiste toen zij op 16 juli 1996 uitviel ten gevolge van een auto-ongeval met nekklachten.

Bij besluit van 12 augustus 1997 (besluit 1) heeft appellant geweigerd aan betrokkene een uitkering ingevolge de Algemene arbeidsongeschiktheidswet (hierna: AAW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (hierna: WAO) toe te kennen, op grond dat betrokkene met ingang van 11 augustus 1997 minder dan 25%, respectievelijk minder dan 15% arbeidsongeschikt wordt geacht in de zin van deze wetten. Het hiertegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 6 januari 1999 (hierna: besluit 2) ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep tegen besluit 2 bij uitspraak van 23 april 2001, 99/344, gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, en tevens bepaald dat het Uwv een nieuw besluit op bezwaar dient te nemen. Volgens de rechtbank was er van de geduide functies maar één geschikt voor betrokkene. Appellant is ten slotte veroordeeld tot vergoeding aan betrokkene van het betaalde griffierecht en de gemaakte proceskosten.

Bij besluit van 10 december 2003 (hierna: besluit 3) is naar aanleiding van deze uitspraak het bezwaar tegen het besluit van 12 augustus 1997 ongegrond verklaard.
Bij besluit van 8 april 2004 (hierna: besluit 4) heeft appellant een gewijzigde beslissing op bezwaar afgegeven. Appellant heeft aan betrokkene meegedeeld dat zij met ingang van 11 augustus 1997 voor 45 tot 55% arbeidsongeschikt is te achten in de zin van de AAW. Besluit 4 komt voor zover deze betrekking heeft op de AAW in de plaats van besluit 3. Voor het overige dient besluit 3 gehandhaafd te worden.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het ingestelde beroep tegen besluit 3 en besluit 4 gegrond verklaard, de besluiten 3 en 4 vernietigd en bepaald dat appellant een nieuw besluit op bezwaar neemt. Appellant is ten slotte veroordeeld tot vergoeding aan betrokkene van het betaalde griffierecht. De rechtbank heeft overwogen dat de besluiten 3 en 4 berusten op een deugdelijke medische grondslag. Ten aanzien van de arbeidskundige aspecten overweegt de rechtbank dat alleen de functie van schadebeoordelaar (fb-code 3931) ongeschikt is voor betrokkene en niet aan de schatting ten grondslag kan worden gelegd. Blijkens de verwoording functiebelasting komt in deze functie dragen voor gedurende één uur per werkdag 5 kg, terwijl betrokkene blijkens het belastbaarheidspatroon is beperkt tot een half uur per werkdag 5 kg dragen, aldus de rechtbank.

Het geding beperkt zich blijkens het hoger beroep en het verweerschrift tot dit arbeidskundige aspect van de zaak.

Naar het oordeel van de Raad blijkt uit de in hoger beroep overgelegde rappportage van de bezwaararbeidsdeskundige F.M.A. Havermans van 11 juni 2004, het commentaar van de bezwaarverzekeringsarts M.C. Wijnen van 30 juni 2001, en de ter zitting gegeven toelichting hierop genoegzaam dat de aan betrokkene voorgehouden functie van schadebeoordelaar (fb-code 3931) voor haar geschikt kan worden geacht. De bezwaren die in de aangevallen uitspraak zijn weergegeven zijn naar het oordeel van de Raad voldoende weerlegd in de rapportage van Havermans. De Raad heeft daarbij onder andere in aanmerking genomen dat de functie van schadebeoordelaar een overwegend administratieve functie betreft waarbij het dragen van archiefdozen met een gewicht van ten hoogste 3,5 kg maximaal 1 uur per week voorkomt. Voorts onderschrijft de Raad het standpunt van appellant dat in het Functie Informatie Systeem altijd de maximale belasting is aangegeven, ook als een belasting slechts incidenteel voorkomt.

De overige aan betrokkene voorgehouden functies zijn door de rechtbank reeds als passend aangemerkt. Appellant heeft derhalve terecht de mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene bepaald op 45 tot 55% in het kader van de AAW en met ingang van 11 augustus 1997 op minder dan 15% in het kader van de WAO.

De aangevallen uitspraak, waarbij het bestreden besluit niet in stand is gelaten, dient derhalve te worden vernietigd en het inleidend beroep dient ongegrond te worden verklaard.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak.
Verklaart het inleidend beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier, uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2006.

(get.) C.W.J. Schoor.

(get.) A.H. Hagendoorn-Huls.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. AAW | WAZ | Wajong | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x