Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   AAW
x
LJN:
x
AZ3368
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 28-11-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Afwijzing herhaalde aanvraag voor AAW-uitkering omdat er geen sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6, eerste lid, van de Awb.
 
 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 04/6621 AAW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 25 oktober 2004, 03/1113 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 28 november 2006.




I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2006. Appellant is daar niet verschenen. Voor het Uwv is verschenen drs. G.A. Tellinga.




II. OVERWEGINGEN


Appellant heeft op 21 juni 1978 een uitkering aangevraagd ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) wegens sedert 1970 bestaande arbeidsongeschiktheid. Bij besluit van 5 oktober 1978 is geweigerd om hem ingaande 1 oktober 1976 een AAW-uitkering toe te kennen. Het door appellant tegen dit besluit ingestelde beroep bij de toenmalige Raad van Beroep te Groningen is bij uitspraak van 21 januari 1980 niet-ontvankelijk verklaard. In hoger beroep is bij uitspraak van 11 september 1981 van deze Raad die uitspraak bevestigd. Daarmee is het besluit van 5 oktober 1978 rechtens onaantastbaar geworden.

Nadien heeft appellant diverse keren opnieuw een aanvraag om een AAW-uitkering ingediend, maar is hij niet arbeidsongeschikt geacht. Hierover zijn verscheidene beroepsprocedures gevoerd, die voor appellant niet tot een positief resultaat hebben geleid.

Op 22 november 2002 heeft appellant wederom een AAW-uitkering aangevraagd, waarbij hij zijn gezondheidstoestand vanaf zijn kindertijd tot aan de datum van aanvraag heeft beschreven. Het Uwv heeft dit opgevat als een nieuw verzoek om op het besluit van 5 oktober 1978 terug te komen. Bij besluit van 4 februari 2003 heeft het Uwv dit geweigerd omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die er toe zouden moeten leiden dat de destijds genomen beslissing om de uitkering te weigeren onjuist zou zijn.

Appellant heeft tegen het besluit van 4 februari 2003 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 28 augustus 2003 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv dit bezwaar ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat op grond van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het bestuursorgaan bevoegd is een herhaalde aanvraag onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende beschikking af te wijzen als de aanvrager geen nieuw gebleken feiten of omstandigheden aanvoert die nopen tot heroverweging. Vervolgens heeft de rechtbank vastgesteld dat de aanvraag van 22 november 2002 kan worden aangemerkt als een herhaalde aanvraag als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb. De rechtbank heeft geoordeeld dat uit de verzekeringsgeneeskundige rapportages voldoende is gebleken dat er geen sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.

In zijn hoger beroepschrift heeft appellant aangevoerd dat hij ter zitting van de rechtbank maar weinig heeft kunnen zeggen omdat hem de mond werd gesnoerd, dat er medische gegevens voor hem zijn achtergehouden en dat de uitspraak van de rechtbank niet in het openbaar is uitgesproken. Voorts heeft hij een beschrijving gegeven van zijn eigen levensgeschiedenis en die van zijn familie en van zijn gezondheidsklachten. Nadien heeft appellant bij brief van 6 oktober 2006, met bijlagen, nog een aanvulling op zijn beroepschrift ingezonden, waarbij hij onder meer heeft aangevoerd dat een vriend van hem, die naar zijn zeggen niets mankeert, wel een uitkering krijgt en dat hij zich daardoor gediscrimineerd voelt.

De Raad is - evenals de rechtbank - van oordeel dat hetgeen appellant in het kader van zijn herhaalde aanvraag heeft aangevoerd geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden bevat, als bedoeld in artikel 4:6, eerste lid, van de Awb. De door appellant genoemde feiten en omstandigheden die betrekking hebben op zijn medische situatie waren reeds bekend. Daarvan uitgaande kan naar het oordeel van de Raad niet worden gezegd dat het Uwv niet in redelijkheid tot zijn bestreden besluit heeft kunnen komen dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of met een algemeen rechtsbeginsel.
Hetgeen door appellant in hoger beroep is aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden, nu appellant in hoger beroep niet heeft aangetoond dat de feiten en omstandigheden die hij ter zake van zijn herhaalde aanvraag heeft gesteld, nieuw waren ten opzichte van hetgeen hij reeds - diverse malen - eerder had gesteld.

Ten aanzien van appellants grieven over de behandeling van zijn zaak ter zitting van de rechtbank overweegt de Raad dat die grieven niet nader zijn toegelicht. Voorts stelt de Raad vast dat onderaan de uitspraak van de rechtbank wordt vermeld dat die in het openbaar is uitgesproken op 25 oktober 2004 en dat de grief dat dit, ondanks deze vermelding, niet het geval is geweest, evenmin nader is toegelicht.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor als voorzitter en H.G. Rottier en H.T. van der Meer als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Gunter als griffier, uitgesproken in het openbaar op 28 november 2006.

(get.) C.W.J. Schoor.

(get.) M. Gunter.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. AAW | WAZ | Wajong | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x