Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   AAW
x
LJN:
x
AZ7598
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 19-01-2007
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Ingangsdatum van de arbeidsongeschiktheid.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/6741 AAW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 1 november 2004, 04/1303,

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 19 januari 2007.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellante is hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 december 2006. Appellante is in persoon verschenen, bijgestaan door J.F.J.L. Homan, advocaat te Mijdrecht. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.J. van Werven.




II. OVERWEGINGEN


Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van het Uwv van 2 april 2004 tot handhaving van zijn besluit van 21 januari 2002 tot weigering van de toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, kort gezegd, omdat zij niet aan de inkomenseis voldoet.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en daartoe verworpen de beroepsgrond dat het Uwv de eerste arbeidsongeschiktheidsdag eerder dan 1 januari 1990, namelijk op een datum in 1986, had moeten vaststellen. Hiertegen keert appellante zich vergeefs in hoger beroep en de Raad overweegt in dat verband het volgende.

In 1986 heeft appellante zich ziek gemeld met klachten als vermoeidheid, duizeligheid en psychische klachten. Na 15 augustus 1986 is zij hersteld verklaard en is haar geen ziekengeld meer verstrekt.

Appellante heeft op 25 september 2001 een aanvraag gedaan tot toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering. In de loop van het bezwaar is de datum waarop haar arbeidsongeschiktheid is ingetreden door appellante (verder) vervroegd naar medio 1986. Appellante stelt in dat verband dat haar later vastgestelde hartklachten een verklaring vormen voor de klachten waarmee zij zich in 1986 heeft ziek gemeld.

Appellante heeft in 1992 een hartoperatie ondergaan. In 1990 heeft zij zich onder behandeling van een cardioloog gesteld. Er zijn geen gegevens waaruit een (verdenking op) hartfalen vr 1990 valt af te leiden, hoewel appellante, zoals blijkt uit de medische kaart, vanaf 1986 onder behandeling van haar huisarts is geweest. Ook uit de door appellante in hoger beroep overgelegde brief van 10 november 2006 van de haar behandelende cardioloog blijkt niet dat zij vr 1990 onder behandeling van een hartspecialist is geweest. In 1986 is eenmalig een lage(re) bloeddruk vastgesteld, maar deze bleek in de loop van dat zelfde jaar hersteld. In 1987 heeft appellante zonder complicaties een zwangerschap volbracht. Onder deze omstandigheden is het Uwv naar het oordeel van de Raad terecht er van uit gegaan dat de arbeidsongeschiktheid van appellante niet eerder dan 1 januari 1990 is aangevangen.
De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.R.H. van Roekel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2007.

(get.) R.C. Stam.

(get.) T.R.H. van Roekel.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. AAW | WAZ | Wajong | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x