Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AO3897
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 17-02-2004
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Intrekking van de bijstand omdat betrokkene andermaal niet is verschenen op een oproeping en niet zijn verblijfs- of vestigingsvergunning alsmede zijn kaart van het arbeidsbureau heeft overgelegd.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 01/4934 NABW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellant heeft mr. H. Brouwer, advocaat te Utrecht, op bij beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Utrecht op 29 augustus 2001 tussen partijen gewezen uitspraak, reg.nr. SBR 00/1780, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 6 januari 2004, waar voor appellant niemand is verschenen, en gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door E.W.J. Bruinsma, werkzaam bij de gemeente Utrecht.




II. MOTIVERING


De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

In het kader van een begeleidingstraject bij de Utrechtse Werkbedrijven is appellant bij brief van 11 februari 2000 opgeroepen te verschijnen bij gedaagde op 15 februari 2000 en tevens verzocht zijn verblijfs- of vestigingsvergunning alsmede zijn kaart van het Arbeidsbureau mee te nemen. Appellant heeft niet op die brief gereageerd.

Gedaagde heeft naar aanleiding daarvan bij besluit van 18 februari 2000, tevens verzenddatum, met toepassing van artikel 69, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) het recht op bijstand van appellant met ingang van 15 februari 2000 opgeschort en appellant alsnog de gelegenheid gegeven te verschijnen op 22 februari 2000.

Appellant heeft ook op de oproep van 18 februari 2000 niet gereageerd. Bij besluit van 28 februari 2000 heeft gedaagde de uitkering van appellant, onder verwijzing naar artikel 69, vierde lid, van de Abw met ingang van de opschortingsdatum ingetrokken.

Bij besluit van 14 augustus 2000 heeft gedaagde het door appellant tegen dit besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het tegen dat besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard, waarmee appellant zich niet kan verenigen. Daartoe wordt in hoger beroep aangevoerd dat - samengevat - appellant op 21 februari 2000 in verzekering is gesteld bij de politie te Utrecht, dat hij niet op de hoogte was van de oproep van gedaagde van 18 februari 2000 en dat hem niet kan worden tegengeworpen dat hij niet (meer) heeft gereageerd.

De Raad overweegt het volgende.

Het opschortingsbesluit berust op toepassing van artikel 69, eerste lid, van de Abw. Die bepaling verplicht gedaagde tot opschorting van het recht op bijstand indien de belanghebbende de voor de verlening van bijstand van belang zijnde gegevens of de gevorderde bewijsstukken niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt en hem dit te verwijten valt, dan wel indien de belanghebbende anderszins onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek.

De Raad stelt vast dat appellant zonder aanwijsbare reden niet is verschenen op de oproep van gedaagde van 11 februari 2000 te verschijnen op 15 februari 2000, welke uitnodiging verband hield met een onderzoek naar de arbeidsmogelijkheden van appellant. Hiermee heeft appellant onvoldoende medewerking verleend aan het onderzoek als bedoeld in het eerste lid van artikel 69, van de Abw. Verweerder was derhalve gehouden het recht op bijstand op te schorten met ingang van 15 februari 2000.

Het besluit tot intrekking van het recht op bijstand berust op toepassing van artikel 69, vierde lid, van de Abw. Die bepaling verplicht gedaagde tot intrekking met ingang van de eerste dag waarover het recht op bijstand is opgeschort indien de belanghebbende het verzuim niet herstelt binnen de daarvoor gestelde termijn.

Vaststaat dat appellant niet (meer) heeft gereageerd op de oproep van gedaagde van 18 februari 2000 te verschijnen op 22 februari 2000. Dit verzuim valt appellant aan te rekenen. Weliswaar heeft hij gesteld daartoe niet in de gelegenheid te zijn geweest vanwege zijn detentie doch dit argument snijdt naar het oordeel van de Raad geen hout. Immers niet gesteld of gebleken is dat appellant de op 18 februari 2000 verzonden oproep niet op 19 februari 2000 of op 21 februari 2000, althans vr zijn detentie, heeft ontvangen, terwijl appellant evenmin aannemelijk heeft gemaakt dat hij gedaagde niet tijdig van zijn inverzekeringstelling en/of aansluitende detentie in kennis heeft kunnen stellen. Tot dat laatste was appellant overigens gehouden ingevolge de op hem rustende inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de Abw. Van omstandigheden die daaraan in de weg hebben gestaan is de Raad niet kunnen blijken.

Aangezien de Raad tenslotte evenmin is gebleken van dringende redenen als bedoeld in het vijfde lid van artikel 69 van de Abw, op grond waarvan gedaagde de bevoegdheid toekomt geheel of gedeeltelijk van intrekking af te zien, kan de Raad tot geen ander oordeel komen dan dat gedaagde de uitkering van appellant terecht overeenkomstig het imperatieve voorschrift van artikel 69, vierde lid, van de Abw met ingang van 15 februari 2000 heeft ingetrokken.

Uit het vorenstaande vloeit voort dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voorzover aangevochten.

Aldus gewezen door mr. R.H.M. Roelofs, in tegenwoordigheid van mr. P.E. Broekman als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2004.

(get.) R.H.M. Roelofs.

(get.) P.E. Broekman.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x