Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AO5905
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 10-03-2004
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Intrekking en terugvordering van de bijstand. Nu geen bezwaar is gemaakt tegen het intrekkingsbesluit, moet als rechtens vaststaand worden aangenomen dat het recht op bijstand over de in geding zijnde periode terecht is ingetrokken. Het bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit kan derhalve niet slagen.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak 01/5442 NABW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Als gevolg van een gemeentelijke herindeling is de voormalige gemeente Bemmel opgegaan in de huidige gemeente Lingewaard. In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het College van burgemeester en wethouders van de voormalige gemeente Bemmel.

Namens appellant heeft mr. W. Boers, advocaat te Overveen, op de bij het beroepschrift en bij een aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 4 september 2001, reg.nr. 00/506, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 28 januari 2004, waar appellant zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. Boers en gedaagde door mr. R.J.A. Broeren, werkzaam bij de gemeente Lingewaard.




II. MOTIVERING


Voor een overzicht van de feiten verwijst de Raad, mede gelet op de gedingstukken, naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende. Bij besluit van 5 februari 1999 heeft gedaagde, voorzover hier van belang, het recht op uitkering van appellant ingevolge de Algemene bijstandswet (hierna: Abw) over de periode van 1 mei 1997 tot en met 31 januari 1998 ingetrokken. Tegen dit besluit is geen bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 7 mei 1999 heeft gedaagde vervolgens, voorzover hier van belang, de over die periode ten onrechte betaalde bijstand tot een bedrag van f 20.600,34 van appellant teruggevorderd.

Bij besluit van 25 januari 2000 heeft gedaagde het bezwaar van appellant tegen het besluit van 7 mei 1999 ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het namens appellant tegen het besluit van 25 januari 2000 - de rechtbank heeft abusievelijk de datum van verzending van het besluit als datum van het besluit aangemerkt - ingestelde beroep ongegrond verklaard. Daartoe heeft zij - kort weergegeven - overwogen dat, nu geen bezwaar is gemaakt tegen het besluit van 5 februari 1999, als rechtens vaststaand moet worden aangenomen dat het recht op uitkering over de in geding zijnde periode terecht is ingetrokken.

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen dit oordeel van de rechtbank gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Volgens vaste rechtspraak (vgl. onder meer de uitspraak van de Raad van 18 november 2003, gepubliceerd in JB 2004, nr. 31) staat, nu het besluit tot intrekking van het recht op uitkering in rechte onaantastbaar is geworden, vast dat is voldaan aan de voorwaarden voor terugvordering op grond van artikel 81, eerste lid (tekst tot en vanaf 1 juli 1997), van de Abw. Gedaagde was dan ook gehouden de aldus ten onrechte aan appellant betaalde bijstand terug te vorderen. Alle in hoger beroep namens appellant aangevoerde grieven stuiten - reeds - hierop af en behoeven daarom geen verdere bespreking.

De hoogte van het teruggevorderde bedrag is als zodanig door appellant niet betwist.

Van dringende redenen als bedoeld in artikel 78, derde lid, van de Abw om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien, is de Raad niet gebleken.

Uit het voorgaande volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. drs. Th.G.M. Simons als voorzitter en mr. J.G. Treffers en mr. M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van I.J.M. Peereboom-Nieuwenburg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2004.

(get.) Th.G.M. Simons.

(get.) I.J.M. Peereboom-Nieuwenburg.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x