Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AO7750
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 30-05-2000
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering bijzondere bijstand voor de kosten van begrafenis of crematie. Territorialiteitsbeginsel.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak 98/5705 NABW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

de erven van wijlen [betrokkene], in leven laatstelijk verblijvende te [woonplaats] (Duitsland),
appellanten,

  en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Veghel, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellanten heeft mr W.A. Nijman, wonende te Veghel, op bij het beroepschrift (met bijlagen) aangegeven gronden hoger beroep ingesteld tegen een door de Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch op 2 juni 1998 tussen partijen gewezen uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 18 april 2000, waar appellanten noch in persoon en - zoals schriftelijk was bericht - noch bij gemachtigde zijn verschenen en waar gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door P.W.M. van der Kamp, werkzaam bij de gemeente Veghel.




II. MOTIVERING


Blijkens de gedingstukken is wijlen [betrokkene] (verder te noemen: betrokkene) op 4 maart 1996 in een ziekenhuis te DŁsseldorf (Duitsland) overleden; in verband hiermee is de bijstandsuitkering die gedaagde haar in het verleden had toegekend, met ingang van 5 maart 1996 beŽindigd. Betrokkene is op 11 maart 1996 te Heeze gecremeerd.
Op 8 mei 1996 heeft mr Nijman voornoemd namens appellanten, twee kinderen van betrokkene die beiden woonachtig zijn in Duitsland, bij gedaagde een aanvraag ingediend om toekenning van bijzondere bijstand ter zake van begrafenis-/crematiekosten ad f 6.797,79.
Gedaagde heeft die aanvraag afgewezen bij besluit van 29 mei 1996 zoals - na gemaakt bezwaar - gehandhaafd bij besluit van 29 oktober 1996, voorzover hier van belang onder overweging dat de kosten van de begrafenis/crematie van betrokkene ten laste van de nalatenschap en van appellanten komen en dat zij als woonachtig in het buitenland op grond van artikel 7 van de Algemene bijstandwet (Abw) geen recht op de gevraagde bijzondere bijstand hebben.

Namens appellanten is tegen het besluit van 29 oktober 1998 beroep bij de rechtbank ingesteld; ook hebben zij een beroep aanhangig gemaakt ter zake van het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar. De rechtbank heeft bij de in rubriek I genoemde uitspraak van 2 juni 1998 het beroep, voorzover gericht tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar, niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond verklaard. Inzake het beroep tegen het besluit van 29 oktober 1996 heeft de rechtbank - voorzover hier van belang - de zojuist weergegeven motivering van het bestreden besluit als juist onderschreven.

Appellanten kunnen zich in hoger beroep niet met die uitspraak verenigen, voorzover de ongegrondverklaring van het beroep betreffende.

Dienaangaande overweegt de Raad als volgt.

Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Abw heeft recht op bijstand van overheidswege iedere Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.

Ten tijde van de aanvraag van 8 mei 1996 was betrokkene ten gevolge van haar overlijden geen subject van bijstand. Die aanvraag dient dan ook geacht te worden namens appellanten te zijn gedaan en betrekking te hebben op kosten die ten laste van appellanten komen.

Aangezien appellanten in het buitenland wonen, staat het in artikel 7, eerste lid, van de Abw neergelegde territorialiteitsbeginsel eraan in de weg dat zij aanspraak kunnen maken op bijzondere bijstand met betrekking tot de kosten van de crematie van betrokkene.
Om dezelfde reden kunnen appellanten evenmin in aanmerking komen voor de ook aangevraagde bijzondere bijstand ter zake van de kosten, verbonden aan betrokkenes woning in Veghel over de maand april 1996.

Het voorgaande leidt de Raad tot de slotsom dat de rechtbank bij de aangevallen uitspraak het beroep namens appellanten terecht ongegrond heeft verklaard.
Die uitspraak dient derhalve, voorzover aangevochten, te worden bevestigd.

De Raad die, ten slotte, geen termen aanwezig acht om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, beslist als volgt.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voorzover aangevochten.

Aldus gegeven door mr J.G. Treffers als voorzitter en mr G.A.J. van den Hurk en mr drs N.J. van Vulpen-Grootjans als leden, in tegenwoordigheid van I.J.M. Peereboom-Nieuwenburg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 30 mei 2000.

(get.) J.G. Treffers.

(get.) I.J.M. Peereboom-Nieuwenburg.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x