Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AP1685
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 01-06-2004
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering bijzondere bijstand in de kosten van seksuele hulpverlening vanwege de Stichting Alternatieve Relatiebemiddeling omdat de noodzaak niet is komen vast te staan.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 01/6376 NABW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellant heeft B.E. Crone, destijds verbonden aan de Stichting Juridische EHBO te Tilburg, op bij beroepschrift aangegeven gronden hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank Breda op 6 oktober 2001 onder reg.nr. 01/1359 NABW tussen partijen gewezen uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 20 april 2004, waar voor appellant is verschenen Ch. Verpaalen, werkzaam bij de Stichting Juridische EHBO, en waar gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door J.P. Nuijten, werkzaam bij de gemeente Goirle.




II. MOTIVERING


De Raad gaat voor zijn oordeelsvorming uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Appellant, geboren in 1950, is lichamelijk zeer ernstig gehandicapt. Op 17 november 2000 heeft hij bij gedaagde een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand in de kosten van seksuele hulpverlening vanwege de Stichting Alternatieve Relatiebemiddeling (hierna: SAR). Deze stichting heeft ten doel aan personen met een handicap seksuele hulp te bieden als alternatief voor seksualiteit binnen een relatie.
Bij besluit van 12 april 2001 heeft gedaagde deze aanvraag afgewezen op de grond dat de gevraagde voorziening niet noodzakelijk is.

Bij besluit van 3 juli 2001 heeft gedaagde het tegen het besluit van 12 april 2001 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 3 juli 2001 ongegrond verklaard.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

In artikel 39, eerste lid (oud), van de Algemene bijstandswet (Abw) is bepaald dat onverminderd hoofdstuk II de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voorzover deze niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm bedoeld in afdeling 1, paragraaf 2 en 3, en de aanwezige draagkracht.

Gedaagde heeft zich in verband met de aanvraag van appellant voor advies gewend tot de GGD Hart voor Brabant. Op zijn beurt heeft de GGD zich gewend tot de seksuologe I.W. Gaasbeek. Deze heeft in haar rapport van 1 februari 2001 onder meer als volgt geconcludeerd:
"De kwaliteit van meneers leven zal toenemen als hij twee keer per maand gebruik kan maken van de diensten van de SAR. Het zal de frustratie die hij ondervindt vanwege onvoldoende vorm kunnen geven aan zijn gevoelens van seksualiteit, doen verminderen. De vraag naar wenselijkheid versus noodzakelijkheid is moeilijk te beantwoorden. Ik verwacht dat een afwijzing om voor Bijzondere Bijstand in aanmerking te komen, wederom gevoelens van teleurstelling e.d. zal veroorzaken. Op de wat langere termijn voorzie ik geen toename van psychische problematiek als voor de dienstverlening van de SAR geen gelden beschikbaar worden gesteld."

Gelet op deze conclusie is de Raad met gedaagde en de rechtbank van oordeel dat in het geval van appellant de noodzaak van seksuele hulpverlening vanwege de SAR niet is komen vast te staan.

Appellant heeft tegenover het rapport van Gaasbeek geen ander medisch rapport gesteld waaruit blijkt dat seksuele hulpverlening vanwege de SAR voor hem wl noodzakelijk is. Gelet op de bewoordingen van artikel 39 van de Abw kan slechts bijzondere bijstand worden verleend indien sprake is van noodzakelijke kosten. Er is geen ruimte voor het verlenen van bijzondere bijstand in het geval dat sprake is van wenselijke kosten.

De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. J.M.A. van der Kolk-Severijns, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2004.

(get.) J.M.A. van der Kolk-Severijns.

(get.) M. Pijper.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x