Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AR2701
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 21-09-2004
Soort procedure: verzet
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Het verzet is ongegrond omdat er geen gronden zijn aangevoerd om tot de conclusie te komen dat betrokkenen het verzuim (het niet indienen van de beroepsgronden) niet kan worden tegengeworpen. Het handelen en/of het nalaten van handelen door de gemachtigde.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak 01/2932 NABW en 01/2934 NABW




U I T S P R A A K




met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen:

[opposanten], beiden wonende te [woonplaats], opposanten,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, geopposeerde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Bij uitspraak van de Raad van 30 maart 2004 is het namens opposanten ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de president van de rechtbank Rotterdam van 13 april 2001, reg.nrs. 01/505 DGG en 01/114 DGG, niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft mr. M.N.R. Nasrullah, advocaat te Rotterdam, een verzetschrift ingediend.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 31 augustus 2004, waar opposanten niet zijn verschenen. Geopposeerde heeft zich - zoals aangekondigd - niet laten vertegenwoordigen.




II. MOTIVERING


De uitspraak van de Raad van 30 maart 2004 steunt kort samengevat hierop, dat het ingediende beroepschrift niet de gronden bevat waarop het hoger beroep berust, als bedoeld in artikel 6:5, eerste lid, onder d, in samenhang met artikel 6:24 van de Awb en dat de gemachtigde van opposanten, nadat hij de gelegenheid kreeg dit verzuim te herstellen, binnen de door de griffier gestelde termijn de gronden niet tijdig heeft ingediend.
In geding is de vraag of de hoger beroepen van opposanten terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard.

De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn genoemde uitspraak gegeven.

Uit de gedingstukken blijkt dat de gemachtigde van opposanten in gebreke is gebleven de gronden in te dienen waarop de hoger beroepen berusten. Dit ondanks het feit dat hem zes maal een nadere termijn is gegund om het verzuim te herstellen

Voorts merkt de Raad op dat hij ook in het verzetschrift geen aanknopingspunten heeft gevonden welke kunnen leiden tot de conclusie dat opposanten het verzuim niet kan worden tegengeworpen. De Raad overweegt in dit verband nog dat de gevolgen van (processueel) handelen of van nalatigheid van de gemachtigde volledig voor rekening komen van degene die de behartiging van zijn belangen aan die gemachtigde heeft toevertrouwd.

Gelet op het vorenstaande bestaat er aanleiding het verzet met toepassing van artikel 8:55, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Awb ongegrond te verklaren.

De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. G.A.J. van den Hurk, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier en uitgesproken in het openbaar op 21 september 2004.

(get.) G.A.J. van den Hurk.

(get.) L. Jörg.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x