Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AR4074
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 30-09-2004
Soort procedure: verzet
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Het hoger beroep is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. In het hogerberoepschrift waren toch (summier) beroepsgronden genoemd.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/2090 NABW en 04/2091 NABW




U I T S P R A A K




met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen:

[opposanten], wonende te [woonplaats], opposanten,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Eersel, geopposeerde.




I. INLEIDING


Bij uitspraak van de Raad van 29 juni 2004 is het namens opposanten ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ís-Hertogenbosch van 2 maart 2004, reg.nr. 03/1629 NABW, niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben opposanten een verzetschrift ingediend.




II. MOTIVERING


De uitspraak van de Raad van 29 juni 2004 steunt kort samengevat hierop, dat het ingediende beroepschrift niet de gronden bevat waarop het hoger beroep berust.

In geding is de vraag of het hoger beroep van opposanten terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

De Raad beantwoordt die vraag ontkennend, omdat in het beroepschrift - zij het summier - wel een beroepsgrond is opgenomen en daarin voorts is verwezen naar hetgeen opposanten in bezwaar en in beroep naar voren hebben gebracht.

Gezien het vorenstaande bestaat er aanleiding het verzet met toepassing van artikel 6:5, aanhef en onder d, in samenhang met artikel 8:55, vijfde lid onder c, van de Awb, gegrond te verklaren. Dit brengt, gelet op artikel 8:55, zevende lid van de Awb, mee dat de uitspraak waartegen verzet is aangetekend vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet gegrond.

Aldus gegeven door mr. G.A.J. van den Hurk, in tegenwoordigheid van T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier en uitgesproken in het openbaar op 30 september 2004.

(get.) G.A.J. van den Hurk.

(get.) T. Hemelrijk-van den Oudenalder.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x