Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AR5923
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 09-11-2004
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Niet tijdig ingediend hogerberoepschrift. Niet valt in te zien waarom betrokkene niet ten minste een voorlopig hogerberoepschrift had kunnen indienen. De termijnoverschrijding is dan ook niet verschoonbaar.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 02/3674 NABW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Als gevolg van een gemeentelijke herindeling treedt in dit geding gedaagde in de plaats van het College van burgemeester en wethouders van de voormalige gemeente Naaldwijk. In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Naaldwijk.

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ís-Gravenhage van 23 mei 2002, reg.nr. 00/2355 ABW.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 12 oktober 2004, waar appellant is verschenen en waar gedaagde - met voorafgaand bericht - niet is verschenen.




II. MOTIVERING


De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het hoger beroep.

De aangevallen uitspraak is op 30 mei 2002 (in afschrift) aan partijen gezonden. De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde derhalve op 11 september 2002. Het hogerberoepschrift is bij de Raad ontvangen op 15 september 2002, zodat het niet voor het einde van de termijn is ontvangen.

Nu het hogerberoepschrift echter per post is verzonden en het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen, dient gelet op artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te worden bezien of het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd.

Het hogerberoepschrift is gedateerd 11 september 2002 en de enveloppe waarin het is verzonden draagt de afdruk van een frankeermachine met de datum 12 juli 2002.

Ter zitting heeft appellant verklaard dat hij de enveloppe waarin het hogerberoepschrift is verzonden zelf, door middel van een frankeermachine, heeft voorzien van de datum 12 september 2002 en dat hij vervolgens het hogerberoepschrift op diezelfde dag in de brievenbus heeft gedeponeerd.

Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet voor het einde van de termijn ter post is bezorgd.

Vervolgens is dan, gelet op artikel 6:11 van de Awb, aan de orde of de termijnoverschrijding verschoonbaar is.

Appellant heeft verklaard dat hij bij terugkeer van vakantie de aangevallen uitspraak thuis aantrof en dat toen reeds drie weken van de termijn waren verstreken. Vervolgens heeft het, aldus appellant, lang geduurd voordat hij alle voor de onderbouwing van het hoger beroep noodzakelijke informatie (die afkomstig was van derden) in zijn bezit had. Daardoor was appellant niet in staat om het hogerberoepschrift eerder in te dienen dan hij heeft gedaan.

De Raad ziet hierin geen grond voor het oordeel dat appellant redelijkerwijs niet in verzuim is geweest. Niet valt in te zien waarom hij, in de drie weken die daarvoor na terugkeer van vakantie nog restten, ten minste een voorlopig hogerberoepschrift had kunnen indienen. De termijnoverschrijding is dan ook niet verschoonbaar.

Daaruit volgt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Ter voorlichting van appellant merkt de Raad nog op dat dit betekent dat de aangevallen uitspraak onherroepelijk is geworden.

Voor een veroordeling in de proceskosten is ten slotte geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door mr. drs.Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van C.H.T.W. van Rooijen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 9 november 2004.

(get.) Th.G.M. Simons.

(get.) C.H.T.W. van Rooijen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x