Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AS3482
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 05-01-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden die toekenning van bijstand met terugwerkende kracht rechtvaardigen.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak 02/3996 NABW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 12 juni 2002, reg.nr. 01/1565 NABW.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 24 november 2004, waar partijen - wat gedaagde betreft met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


Voor de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad, gelet op de gedingstukken, naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

Appellant ontving vanaf 20 december 1996 een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw). Bij de aanvraag van die uitkering heeft appellant aan gedaagde kenbaar gemaakt dat hij per 1 april 1997 voor eigen rekening en risico in zijn levensonderhoud wilde gaan voorzien door middel van de verkoop van ijsproducten. Gelet hierop is de uitkering per 1 april 1997 beŽindigd.

Bij brief van 30 juli 1997 heeft appellant gedaagde verzocht om herstel van de uitkering met terugwerkende kracht tot 1 april 1997, wegens tegenvallende verkoop door het slechte weer. Daarbij heeft appellant vermeld dat hij in de maand april 1997 slechts gedurende zes uren (namelijk op 30 april 1997) en in de maand mei 1997 slechts gedurende 79 uren ijs heeft kunnen verkopen.

Bij het in beroep bij de rechtbank bestreden besluit van 16 augustus 2001 heeft gedaagde de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd, met verwijzing naar artikel 67, eerste lid, van de Abw waaruit volgt dat in beginsel geen bijstand met terugwerkende kracht wordt toegekend.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 16 augustus 2001 ongegrond verklaard.

In hoger beroep heeft appellant zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd en daarbij de in eerste aanleg aangevoerde gronden herhaald.

De Raad is, met gedaagde en de rechtbank, van oordeel dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die toekenning van bijstand met terugwerkende kracht rechtvaardigen. Daarvoor is reeds doorslaggevend dat niet is gebleken van enige omstandigheid die appellant zou hebben belet om reeds in de loop van de maand april 1997 te constateren dat hij onvoldoende inkomsten verwierf en vervolgens tijdig (herstel van de) uitkering aan te vragen.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van mr. I.D. Veldman als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 5 januari 2005.

(get.) Th.G.M. Simons.

(get.) I.D. Veldman.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x