Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AT3159
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 22-03-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Intrekking en terugvordering van de bijstand wegens gezamenlijke huishouding.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 03/2978 NABW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellante heeft mr. R. Zilver, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 9 mei 2003, reg.nr. 01/2192 NABW.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 8 februari 2005, waar voor appellante is verschenen mr. Zilver, en waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door M. Meijering, werkzaam bij de gemeente Buren.




II. MOTIVERING


De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Bij besluit van 7 september 1999 heeft gedaagde het recht op uitkering van appellante over de periode van 1 juni 1998 tot en met 17 maart 1999 herzien en de gemaakte kosten van bijstand van appellante over die periode tot een bedrag van f 20.030,53 teruggevorderd wegens het voeren van een gezamenlijk huishouding met [partner].

Bij besluit van 22 februari 2000 heeft gedaagde het bezwaar tegen het besluit van 7 september 1999 ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 13 juni 2000 heeft de rechtbank Arnhem het beroep tegen het besluit van 22 februari 2000 niet-ontvankelijk verklaard. Het namens appellante gedane verzet is bij uitspraak van 8 november 2000 door de rechtbank Arnhem ongegrond verklaard.

Bij brief van 5 februari 2001 heeft appellante gedaagde verzocht het besluit van 22 februari 2000 in heroverweging te nemen.

Dit verzoek is door gedaagde bij besluit van 1 mei 2001 afgewezen.

Bij besluit van 30 oktober 2001 heeft gedaagde het bezwaar tegen het besluit van 1 mei 2001 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 30 oktober 2001 ongegrond verklaard.

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Het thans aan de orde zijnde verzoek van appellante strekt ertoe dat gedaagde terugkomt van zijn eerdere besluit van 22 februari 2000, welk besluit in rechte onaantastbaar is geworden.

Overeenkomstig hetgeen voor herhaalde aanvragen is bepaald in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), mag van degene die een bestuursorgaan verzoekt van een eerder genomen besluit terug te komen, worden verlangd dat bij dit verzoek nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld die zulk een terugkomen kunnen rechtvaardigen.

Namens appellante is ter ondersteuning van haar verzoek aan gedaagde om terug te komen van het besluit van 22 februari 2000 aangevoerd dat appellante bij vonnis van de rechtbank Arnhem van 5 oktober 2000 is vrijgesproken van valsheid in geschrifte met betrekking tot de feiten die gedaagde aanleiding hebben gegeven tot terugvordering over te gaan. Voorts is namens appellante aangevoerd de rechtbank Utrecht bij uitspraak van 7 juli 2000 heeft geoordeeld dat het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat appellante reeds vanaf 1 september 1997 geen hoofdverblijf meer had in [woonplaats], hetgeen naar het oordeel van appellante een zwaarwegende contra-indicatie oplevert voor de aanname dat appellante in de periode van 1 juni 1998 tot en met 17 maart 1999 een gezamenlijk huishouding met [partner] voerde.

Hetgeen namens appellante is aangevoerd kan echter niet worden aangemerkt als relevante nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden in vorenbedoelde zin. Met betrekking tot het vonnis van de rechtbank Arnhem van 5 oktober 2000 wijst de Raad erop dat volgens vaste rechtspraak van de Raad de bestuursrechter in de vaststelling van en het oordeel over het hem voorgelegde geschil in het algemeen niet gebonden is aan hetgeen door de strafrechter is geoordeeld, te minder nu in een dergelijke procedure een andere rechtsvraag voorligt en een ander procesrecht van toepassing is. De uitspraak van de rechtbank Utrecht van 7 juli 2000 betrof een andere rechtsvraag en een andere periode. Dat het besluit van 22 februari 2000 mede is gebaseerd op een onderzoeksrapport dat ten grondslag heeft gelegen aan het besluit dat in de uitspraak van 7 juli 2000 ter beoordeling stond, doet aan het vorenstaande niet af.

Gedaagde was dan ook bevoegd om met overeenkomstige toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb het verzoek af te wijzen en voor de motivering van die beslissing te volstaan met te verwijzen naar het besluit van 22 februari 2000. Naar het oordeel van de Raad kan niet worden gezegd dat gedaagde niet in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of met een algemeen rechtsbeginsel.

In hetgeen overigens namens appellante is aangevoerd, ziet de Raad geen grond om tot een ander oordeel te komen.

De aangevallen uitspraak komt derhalve met inachtneming van het voorgaande voor bevestiging in aanmerking.

De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. A.B.J. van der Ham, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2005.

(get.) A.B.J. van der Ham.

(get.) L. Jörg.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x