Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AT3549
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 22-03-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Er is geen sprake van voor vergoeding in aanmerking komende kosten indien een betrokkene voor de dienstverlening van zijn gemachtigde geen kosten verschuldigd is.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 03/5736 NABW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar, appellant,

en

[gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 27 oktober 2003, reg.nr. NABW 02/1345.

Namens gedaagde heeft P.J.H. van den Heuvel een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.




II. MOTIVERING


Appellant is in hoger beroep gekomen van de aangevallen uitspraak, voorzover hij daarbij veroordeeld is de proceskosten van gedaagde, bestaande uit kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, te voldoen.

Appellant heeft aangevoerd dat gedaagde zich in beroep heeft laten bijstaan door P.J.H. van den Heuvel, werkzaam als sociaal raadslid bij de Regionale Instelling Maatschappelijke Dienstverlening (RIMA). Tot de functie van mevrouw Van den Heuvel behoort het verlenen van rechtsbijstand. Gedaagde is hiervoor geen kosten verschuldigd, zodat om deze reden geen sprake kan zijn van een veroordeling in de proceskosten wegens verleende rechtsbijstand.

Namens gedaagde heeft mevrouw Van den Heuvel verweer gevoerd. Zij heeft bevestigd dat cliënten van de RIMA voor de dienstverlening door de raadslieden geen kosten verschuldigd zijn. Dat neemt niet weg dat door de RIMA kosten zijn gemaakt, aangezien sociaal raadslieden bij de RIMA in loondienst zijn.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Artikel 8:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), voorzover van belang, bepaalt dat de rechtbank bevoegd is een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank redelijkerwijs heeft moeten maken.

Ingevolge vaste rechtspraak van de Raad, waarvan onder meer blijkt uit de uitspraak van 26 mei 1998, gepubliceerd in JABW 1998/129, is geen sprake van op grond van artikel 8:75 van de Awb voor vergoeding in aanmerking komende kosten, indien een betrokkene voor de dienstverlening van zijn gemachtigde geen kosten verschuldigd is.

Tussen partijen is niet in geschil - en ook voor de Raad staat vast - dat gedaagde voor de in beroep verleende rechtsbijstand door mevrouw Van den Heuvel geen kosten verschuldigd is. Dit betekent dat geen sprake kan zijn van een veroordeling tot vergoeding van proceskosten wegens in beroep verleende rechtsbijstand. De omstandigheid dat mevrouw Van de Heuvel bij de RIMA in loondienst is maakt dit niet anders.

Uit het voorgaande vloeit voort dat het hoger beroep slaagt en dat de aangevallen uitspraak, voorzover aangevochten, dient te worden vernietigd.

De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten in hoger beroep.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak, voorzover aangevochten.

Aldus gewezen door mr. G.A.J van den Hurk, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2005.

(get.) G.A.J van den Hurk.

(get.) L. Jörg.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x