Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AT3945
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 12-04-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Vaststelling van het maandelijks terug te betalen bedrag aan rente en aflossing van verstrekte leenbijstand.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak 03/1939 NABW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 27 maart 2003, reg.nr. 02/1429 ABW.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 15 maart 2005, waar partijen niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellant is met ingang van 13 september 1981 een uitkering ingevolge de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers toegekend in de vorm van een geldlening onder verband van krediethypotheek tot een maximumbedrag van f 32.600,--, nadien als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving gewijzigd in een bedrag van f 17.424,99 (€ 7.907,12). De bijstandsuitkering is vervolgens om niet voortgezet, laatstelijk ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw), en uiteindelijk met ingang van 1 december 2001 beëindigd wegens het bereiken van de 65-jarige leeftijd en het uit dien hoofde ontvangen pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW).

Bij besluit van 21 mei 2002 heeft gedaagde, met inachtneming van artikel 4, vierde lid, tweede volzin, van de Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet en de bepalingen van het Bijstandsbesluit krediethypotheek, bepaald dat appellant met ingang van 1 juni 2002 maandelijks € 59,30 aan rente en aflossing dient terug te betalen van de verstrekte leenbijstand.

Bij besluit van 22 november 2002 heeft gedaagde het tegen laatstgenoemd besluit gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en het maandelijks terug te betalen bedrag met inachtneming van artikel 1, eerste lid, van de Regeling uitstel van betaling rente en aflossing krediethypotheek nader vastgesteld op € 27,03.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het besluit van 22 november 2002 ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Appellant heeft zich gemotiveerd tegen de uitspraak van de rechtbank gekeerd. Daartoe heeft hij - samengevat - aangevoerd dat hem mondeling toezeggingen zijn gedaan dat de destijds onder verband van krediethypotheek verstrekte leenbijstand niet van hem zou worden terug- of ingevorderd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Tussen partijen is niet in geding, en ook voor de Raad staat vast, dat gedaagde het maandelijks terug te betalen bedrag overeenkomstig de toepasselijke wet- en regelgeving heeft vastgesteld. Daarbij is uiteindelijk, rekening houdend met de AOW-uitkering en het SFB-pensioen van appellant, 45% van het netto-inkomen boven de geldende bijstandsnorm voor een alleenstaande in aanmerking genomen.

De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het door appellant gedane beroep op het vertrouwensbeginsel niet kan slagen. Ook de Raad moet vaststellen dat niet is gebleken van een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging van de zijde van gedaagde waarop een in rechte te honoreren beroep op het vertrouwensbeginsel kan worden gebaseerd. Gedaagde is derhalve terecht tot terug- en invordering van de onder verband van krediethypotheek verstrekte leenbijstand overgegaan.

Ook hetgeen overigens door appellant is aangevoerd heeft de Raad niet tot een ander oordeel kunnen brengen.

Uit het voorgaande vloeit voort dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. R.H.M. Roelofs als voorzitter en mr. C. van Viegen en mr. S.W. van Osch-Leysma als leden, in tegenwoordigheid van mr. P.E. Broekman als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 12 april 2005.

(get.) R.H.M. Roelofs.

(get.) P.E. Broekman.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x