Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AT4916
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 26-04-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Is betrokkene terecht hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor terugbetaling van een bedrag van ten onrechte ten behoeve van zijn ex-partner gemaakte kosten van bijstand? Hoogte van het maandelijks te betalen aflossingsbedrag.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 03/2128 NABW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Groesbeek, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 11 april 2003, reg.nr. 01/2225 NABW.

Gedaagde heeft bij wijze van verweer verwezen naar het besluit op bezwaar.

Het geding is behandeld ter zitting van 15 maart 2005, waar appellant in persoon is verschenen, en waar gedaagde zich niet heeft laten vertegenwoordigen.




II. MOTIVERING


De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Bij besluit van 6 juni 2000 heeft gedaagde appellant hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor terugbetaling van een bedrag van f 17.838,94, zijnde de over de periode van 1 maart 1999 tot 30 november 1999 ten onrechte ten behoeve van zijn ex-partner, [naam ex-partner], gemaakte kosten van bijstand.
Voorts heeft gedaagde bij besluit van 31 mei 2001 het aflossingsbedrag met ingang van 1 juni 2001 op f 573,00 per maand vastgesteld.

Bij besluit van 13 november 2001 heeft gedaagde het bezwaar tegen het besluit van 31 mei 2001 ongegrond verklaard, en het aflossingsbedrag ingaande 1 juni 2001 vastgesteld op f 563,00 per maand.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 13 november 2001 ongegrond verklaard.

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Gedaagde heeft blijkens de gedingstukken de draagkracht van appellant, na eerst de op hem van toepassing zijnde bijstandsnorm op zijn inkomen in mindering te hebben gebracht en na aftrek van de aanvullende premie ziekenfonds en premie uitvaartverzekering, vastgesteld op f 932,34. Van dit bedrag heeft gedaagde - overeenkomstig zijn beleid, neergelegd in de Beleidsnota Invordering 1998 - de helft in aanmerking genomen en daarbij - conform de normen van de Nederlandse Vereniging voor Kredietwezen - een aflossingspercentage van 6% van de toepasselijke bijstandsnorm opgeteld. Dit heeft geresulteerd in een aflossingscapaciteit ingaande 1 juni 2001 van f 563,00 per maand.

Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat gedaagde terecht bij de vaststelling van de draagkrachtruimte slechts rekening heeft gehouden met de aanvullende premie ziekenfonds en de premie uitvaartverzekering, aangezien met betrekking tot de overige door appellant aangevoerde kosten geen verifieerbare gegevens in het geding zijn gebracht.

Het voorgaande, mede bezien in het licht van hetgeen artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering omtrent de beslagvrije voet bepaalt, leidt de Raad tot het oordeel dat gedaagde het aflossingsbedrag ingaande 1 juni 2001 in redelijkheid op f 563,00 per maand heeft kunnen stellen. Overigens heeft appellant ter zitting verklaard dat het aflossingsbedrag door gedaagde inmiddels is vastgesteld op 155,00 per maand.

Volledigheidshalve merkt de Raad op dat de door appellant aangevoerde grieven tegen de vaststelling van de gezamenlijke huishouding en de hoogte van de terugvordering in onderhavige procedure buiten beschouwing dienen te blijven.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. A.B.J van der Ham, in tegenwoordigheid van C.H.T.W. van Rooijen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 26 april 2005.

(get.) A.B.J van der Ham.

(get.) C.H.T.W. van Rooijen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x