Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AT6686
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 31-05-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor reiskosten in verband met bezoek aan de advocaat is niet behandeld omdat niet tijdig de gevraagde gegevens zijn aangevuld.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 03/4405 NABW




U I T S P R A A K



in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Winsterswijk, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 28 augustus 2003, reg.nr. 03/129 NABW.

Op 2 oktober 2003 en 7 april 2005 heeft appellant nog nadere stukken ingediend.

Het geding is - tezamen met de gedingen in de zaken met de reg.nrs. 03/3577, 03/3579, 03/3880, 03/3881, 03/4406, 03/5105 en 03/5564 NABW - gevoegd behandeld ter zitting van 19 april 2005. Daar is appellant in persoon verschenen en heeft gedaagde zich niet laten vertegenwoordigen. Na de gevoegde behandeling ter zitting zijn de gedingen weer gesplitst. In de onderhavige zaak wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.




II. MOTIVERING


De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellant heeft op 6 augustus 2002 bij gedaagde een aanvraag om bijzondere bijstand voor reiskosten in verband met gestelde bezoeken aan advocaten tot een bedrag van 925,30 ingediend. Deze aanvraag heeft uiteindelijk geleid tot het besluit van 6 september 2002 om de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet te behandelen, omdat appellant niet binnen de gestelde termijn de aanvraag met de gevraagde gegevens heeft aangevuld.

Bij besluit van 16 januari 2003 heeft gedaagde het bezwaar tegen het besluit van 6 september 2002 ongegrond verklaard, en dat besluit gehandhaafd.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank Zutphen het door appellant ingestelde beroep tegen het besluit van 16 januari 2003 ongegrond verklaard.

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Artikel 4:5, eerste lid, van de Awb bepaalt dat indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn de aanvraag aan te vullen. Blijkens de totstandkomingsgeschiedenis van deze bepaling gaat het bij een onvolledige of ongenoegzame aanvraag onder meer om het onvoldoende verstrekken van gegevens of bescheiden om een goede beoordeling van de aanvraag mogelijk te maken. Daarbij gaat het, gelet op artikel 4:2, tweede lid, van de Awb, om gegevens die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

Appellant is bij brief van 7 augustus 2002 in de gelegenheid gesteld tot 1 september 2002 zijn aanvraag van 6 augustus 2002 aan te vullen met onder meer vervoersbewijzen. Appellant heeft deze termijn laten verstrijken zonder de gevraagde gegevens te verstrekken.

Naar het oordeel van de Raad zijn de door gedaagde gevraagde vervoersbewijzen van belang om te kunnen bepalen of appellant voor de door hem gevraagde bijstand in aanmerking kan komen. Voorts is de Raad van oordeel dat appellant redelijkerwijs in staat moet zijn geweest om over de gevraagde gegevens te beschikken en deze tijdig te overleggen. Mocht dit laatste overigens anders zijn geweest dan had het op de weg van appellant gelegen gedaagde binnen de hem gegeven hersteltermijn hiervan op de hoogte te stellen.

Dit betekent dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. A.B.J. van der Ham, in tegenwoordigheid van mr. P.E. Broekman als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2005.

(get.) A.B.J. van der Ham.

(get.) P.E. Broekman.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x