Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AT8036
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 14-06-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Waarschuwing; niet tijdig inleveren van gegevens; willens en wetens handelen/nalaten met het oog op geldelijk gewin; de ratio van artikel 14, derde lid, van de Abw.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/1529 NABW en 04/1530 NABW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], appellant, en [appellante], appellante, beiden wonende te [woonplaats],

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellanten heeft mr. P.P.M. Heeren, advocaat te Roosendaal, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 27 januari 2004, reg.nr. 03/1885 NABW.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 17 mei 2005, waar partijen - waarvan appellanten met bericht - niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellanten ontvingen ten tijde in geding een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw) naar de gehuwdennorm. In het kader van een heronderzoek is hen een inlichtingenformulier gezonden met het verzoek dit onder bijsluiting van enige bewijsstukken vóór 7 februari 2003 te retourneren. Appellanten hebben het formulier weliswaar tijdig teruggezonden, maar hebben verzuimd het gevraagde bewijs van inschrijving bij het CWI en de bankafschriften over de laatste drie maanden mee te zenden.

Bij brief van 25 februari 2003 heeft gedaagde het recht op bijstand met ingang van 7 februari opgeschort en appellanten de gelegenheid geboden dit verzuim te herstellen. Daarbij is aangegeven dat een maatregel kan worden opgelegd. Appellanten hebben hierop het geconstateerde verzuim alsnog hersteld.

Bij besluit van 13 maart 2003 heeft gedaagde aan appellanten meegedeeld dat de bijstandsverlening aan hen weer onverkort wordt voortgezet, dat hen geen maatregel wordt opgelegd maar dat wordt volstaan met het geven van een waarschuwing.

Bij besluit van 22 juli 2003 heeft gedaagde het tegen het besluit van 13 maart 2003 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het besluit van 22 juli 2003 ingestelde beroep ongegrond verklaard.

In hoger beroep hebben appellanten zich tegen deze uitspraak gekeerd. Daartoe is - samengevat - met een beroep op de wetsgeschiedenis aangevoerd dat pas in redelijkheid tot het geven van een waarschuwing kan worden overgegaan indien vaststaat dat de betrokkene willens en wetens en met het oog op geldelijk gewin niet, niet behoorlijk of te laat gegevens heeft verstrekt. Naar de mening van appellanten is in dit geval niet aan deze vereisten voldaan. Voorts is gesteld dat de gegeven waarschuwing niet in verhouding staat tot de vermeende nalatigheid.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Ingevolge artikel 14, eerste lid, van de Abw, voorzover hier van belang, weigeren burgemeester en wethouders de bijstand tijdelijk geheel of gedeeltelijk, indien de belanghebbende de verplichting, bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de Abw, niet binnen de door burgemeester en wethouders daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen. Ingevolge artikel 66, eerste lid, van de Abw, voorzover hier van belang, bepalen burgemeester en wethouders onder meer welke gegevens ten behoeve van de verlening van bijstand dan wel de voortzetting daarvan door de belanghebbende in ieder geval worden verstrekt en welke bewijsstukken worden overgelegd, alsmede de wijze en het tijdstip waarop de verstrekking van de gegevens dient plaats te vinden.

Artikel 14, derde lid, van de Abw bepaalt voorts dat burgemeester en wethouders, indien het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de Abw niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand, kunnen afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en kunnen volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven.

Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 14, derde lid, van de Abw (Kamerstukken II 1998-1999, 26 239, nr. 6, pag.10) komt naar voren dat de bevoegdheid om af te zien van het treffen van een maatregel, en in plaats daarvan een waarschuwing te geven, is opgenomen voor gevallen waarin het opleggen van een boete of maatregel als onrechtvaardig wordt beschouwd. Gekozen is voor een bevoegdheid tot het geven van een waarschuwing, omdat de mogelijkheid aanwezig moet blijven een sanctie te treffen indien de betrokkene willens en wetens niet, niet behoorlijk of te laat gegevens heeft ingeleverd of te laat een uitkering heeft aangevraagd, met het oog op geldelijk gewin maar het geldelijk gewin uiteindelijk niet aanwezig bleek te zijn. Voorts is daarbij overwogen dat verplichtingen als hier aan de orde niet alleen zijn bedoeld om de belanghebbende een uitkering van de juiste hoogte te kunnen verstrekken, maar ook om de uitkeringsinstanties in staat te stellen een efficiënte administratie te voeren opdat die uitkeringen tijdig aan belanghebbenden kunnen worden verstrekt.

Tussen partijen is niet in geding, en ook voor de Raad staat vast, dat appellanten hun inlichtingenformulier zonder bijvoeging van alle verzochte bescheiden hebben ingeleverd. Evenzeer staat vast dat zij de ontbrekende gegevens pas later, na een gegeven hersteltermijn, hebben overgelegd. De Raad ziet, mede gelet op de niet voor tweeërlei uitleg vatbare tekst op het betreffende inlichtingenformulier, geen grond om aan te nemen dat hen daarvan geen verwijt kan worden gemaakt. Gesteld noch gebleken is dat appellanten eerder schriftelijk zijn gewaarschuwd ter zake van het niet tijdig nakomen van de in artikel 65, eerste lid, van de Abw neergelegde inlichtingenverplichting.

Gelet hierop was gedaagde bevoegd op grond van het bepaalde in artikel 14, derde lid, van de Abw tot het geven van een schriftelijke waarschuwing. In hetgeen namens appellanten is gesteld ziet de Raad geen grond om te oordelen dat gedaagde niet in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.

De Raad merkt in dat verband nog op dat het namens appellanten ingenomen standpunt berust op een onjuiste lezing/uitleg van bovenvermelde wetsgeschiedenis. Daaruit blijkt immers dat bij een relatief geringe verwijtbare gedraging (niet leidend tot een benadelingsbedrag) in beginsel kan worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing in plaats van het opleggen van een boete of maatregel. Aan het geven van een waarschuwing wordt evenwel niet het door appellanten veronderstelde vereiste van “een willens en wetens handelen of nalaten met het oog op geldelijk gewin” gesteld. Integendeel, indien sprake is van een overtreding van wettelijke voorschriften met een zodanige intentie ligt blijkens de wetsgeschiedenis - ook al leidt de overtreding tot nulbenadeling - juist het opleggen van een boete of maatregel in de rede en zal als regel niet kunnen worden volstaan met het geven van een waarschuwing.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. R.H.M. Roelofs als voorzitter, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 14 juni 2005.

(get.) R.H.M. Roelofs.

(get.) L. Jörg.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x