Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AV1047
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 17-01-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Intrekking van de eerder verleende ontheffing van de arbeidsverplichtingen. Zorgvuldig onderzoek naar de sociale en medische omstandigheden.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/511 NABW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellant heeft mr. J.H.M. Verstraten, advocaat te Venlo, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 13 december 2004, reg.nr. 04/599 NABW.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend en nadien nadere stukken aan de Raad toegezonden.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 6 december 2005, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

Bij besluit van 17 november 2003 heeft gedaagde appellant medegedeeld dat hem met ingang van 13 november 2003 niet langer ontheffing wordt verleend van de verplichtingen als bedoeld in artikel 113, eerste lid, van de Abw.

Bij besluit van 20 april 2004 heeft gedaagde het bezwaar tegen het besluit van 17 november 2003 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 20 april 2004 ongegrond verklaard.

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

In artikel 113, eerste lid, van de Abw zijn de verplichtingen opgenomen die gelden voor de belanghebbende die voor de zelfstandige bestaansvoorziening is aangewezen op arbeid in dienstbetrekking. Artikel 107, eerste lid, van de Abw biedt de mogelijkheid deze verplichtingen niet op te leggen, dan wel daarvan tijdelijk ontheffing te verlenen, in gevallen waarin daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding bestaat om redenen van medische of sociale aard, dan wel om redenen gelegen in de aard en het doel van de bijstand.

Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen dient het bestuursorgaan dat met besluitvorming is belast, ervoor zorg te dragen, dat een zorgvuldig onderzoek wordt ingesteld naar de feiten en omstandigheden die voor een besluit de grondslag vormen. Indien, zoals in het onderhavige geval, voor het vaststellen van die feiten mede gebruik wordt gemaakt van deskundigheid waarover het bestuursorgaan niet zelf beschikt, kan het zich laten adviseren door daartoe in te schakelen deskundigen. Het ligt dan op de weg van het bestuursorgaan, dat van een zodanig advies gebruik maakt, zich ervan te vergewissen dat het advies voldoet aan de eisen die uit oogpunt van zorgvuldigheid aan de besluitvorming zelf moeten worden gesteld.

De Raad is evenals de rechtbank van oordeel dat gedaagde het besluit van 17 november 2003 op het advies van de GGD Noord- en Midden Limburg van 22 oktober 2003 kon en mocht baseren. De Raad is niet gebleken dat dit advies, wat betreft de wijze van totstandkoming of inhoud, niet deugdelijk zou zijn.

Uit het advies en de daarop gegeven toelichting blijkt dat informatie is ingewonnen bij de huisarts van appellant en dat appellant het spreekuur van de GGD-arts heeft bezocht. Uit het advies van de GGD-arts blijkt voorts dat rekening is gehouden met de door appellant gestelde beperkingen. Appellant is immers arbeidsgeschikt geacht voor rugsparende arbeid waarbij zitten, staan en lopen kunnen worden afgewisseld (ca. elke 15-30 min), zware lichamelijke belasting wordt vermeden, hij niet frequent hoeft te bukken/tillen, het werken op ladders/steigers wordt beperkt, het knielen, kruipen en hurken wordt beperkt en vibratiebelasting wordt beperkt. Daarnaast is niet gebleken dat appellant ten tijde in geding onder medische behandeling stond. Nu appellant geen medische informatie heeft overgelegd die aanleiding geeft tot twijfel aan de bevindingen van de GGD-arts, dan wel informatie die een onderbouwing geeft voor de aangevoerde medische klachten, gaat de Raad er van uit dat de GGD-arts de medische beperkingen van appellant juist heeft ingeschat en dat op basis daarvan aan hem de arbeidsverplichtingen konden worden opgelegd. Evenals de rechtbank heeft de Raad dan ook geen aanleiding gezien om een deskundige in te schakelen.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van mr. P.E. Broekman als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2006.

(get.) H.J. de Mooij.

(get.) P.E. Broekman.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x