Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AV2075
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 14-02-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens het ontbreken van procesbelang nu de gemeente volledig is tegemoet gekomen aan betrokkenes bezwaren.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/6772 NABW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellante heeft mr. D. Matadien, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 november 2004, reg.nr. 04/1428.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 24 januari 2005, waar partijen - met kennisgeving - niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Bij besluit van 9 december 2003 heeft gedaagde het recht op uitkering van appellante ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw) met ingang van 1 september 2003 ingetrokken. Gedaagde heeft hierbij overwogen dat appellante niet heeft voldaan aan de inlichtingenverplichting door onvoldoende inlichtingen te verstrekken over haar woonsituatie waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.

Bij besluit van 23 maart 2004 heeft gedaagde het bezwaar tegen het besluit van 9 december 2003 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 23 maart 2004 ongegrond verklaard.

Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad stelt vast dat gedaagde bij besluit van 10 januari 2006 het besluit van 30 maart 2004, alsmede het besluit van 9 december 2003 heeft ingetrokken waardoor de uitkering van appellante feitelijk na 31 augustus 2003 wordt gecontinueerd. Naar het oordeel van de Raad wordt hiermee geheel aan de grieven van appellant tegemoet gekomen. Nu van enig ander rechtens relevant belang van appellante bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak niet is gebleken, betekent dit dat het hoger beroep wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Met betrekking tot de gevraagde proceskosten overweegt de Raad het volgende.

De Raad ziet aanleiding om gedaagde te veroordelen in de proceskosten van appellante. Deze kosten worden begroot op 322,-- in beroep en op eveneens 322,-- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

De Raad ziet tevens termen aanwezig om met toepassing van artikel 8:74, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 25, tweede lid, van de Beroepswet de gemeente Rotterdam te veroordelen tot het vergoeden van het betaalde griffierecht in beroep en hoger beroep aan appellante.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante in beroep tot een bedrag van in totaal 644,--, te betalen door de gemeente Rotterdam aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat de gemeente Rotterdam aan appellante het betaalde griffierecht van in totaal 139,-- vergoedt.

Aldus gewezen door mr. Th.C. van Sloten, in tegenwoordigheid van mr. P.C. de Wit als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2006.

(get.) Th.C. van Sloten.

(get.) P.C. de Wit.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x