Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AV8295
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 28-03-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar omdat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak 04/7192 NABW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 november 2004, reg.nr. 03/4680 NABW.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingezonden.

Het geding is behandeld ter zitting van 14 februari 2006, waar appellant is verschenen, en waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. M.H.M. Diderich, werkzaam bij de gemeente Amsterdam.




II. MOTIVERING


De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellant ontving ten tijde van belang van gedaagde bijstand ingevolge de Algemene bijstandswet.

Bij besluit van 23 mei 2003 heeft gedaagde het verzoek van appellant om een stage te mogen volgen afgewezen.

Tegen dit besluit heeft appellant bij schrijven gedateerd 2 juli 2003 bezwaar gemaakt. Op het bezwaarschrift is door middel van een stempel als ontvangstdatum 8 juli 2003 aangegeven.

Gedaagde heeft appellant bij brief van 18 juli 2003 medegedeeld dat het bezwaarschrift na afloop van de bezwaartermijn is ingediend en hem in de gelegenheid gesteld aan te geven waarom het te laat is ingediend.

Bij brief van 5 augustus 2003 heeft appellant meegedeeld dat hij het bezwaarschrift op 2 juli 2003 in de grijze brievenbus van de Sociale Dienst aan de Berbenisstraat heeft gedeponeerd.

Bij besluit van 7 oktober 2003 heeft gedaagde het bezwaar tegen het besluit van 23 mei 2003 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het bezwaarschrift niet binnen de ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht geldende termijn is ingediend en voorts dat appellant daarbij in verzuim is geweest.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 7 oktober 2003 ongegrond verklaard.

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

De rechtbank heeft geoordeeld dat appellant niet heeft kunnen aantonen dat hij het bezwaarschrift voor het verstrijken van de bezwaartermijn in de grijze bus heeft gedeponeerd, zodat gedaagde het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen geheel. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd brengt de Raad niet tot een ander oordeel.

Uit het voorgaande volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. Th.C van Sloten als voorzitter en mr. R.M. van Male en mr. C. van Viegen als leden, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2006.

(get.) Th.C van Sloten.

(get.) M. Pijper.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x