Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AX8372
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 07-02-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Ongegrondverklaring in plaats van niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/229 NABW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen-Chaam, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 3 december 2004, reg.nr. 04/1214 NABW.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Appellant heeft nadere stukken aan de Raad gezonden.

Het geding is behandeld ter zitting van 10 januari 2006, waar partijen niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Bij besluit van 27 november 2003 heeft gedaagde de aanvraag van appellant om bijzondere bijstand voor het volgen van een opfriscursus metselen afgewezen.

Bij brief van 13 januari 2004 heeft eiser daartegen bezwaar gemaakt. Gedaagde heeft geconstateerd dat het bezwaarschrift na het verstrijken van de wettelijke termijn is ingediend, heeft afgezien van het horen van appellant en heeft het ingediende bezwaarschrift bij besluit van 29 april 2004 wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het besluit van 29 april 2004 ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Daartoe heeft hij, kort gezegd en voorzover van belang, aangevoerd dat hij vanwege zijn bemoeienis met de afwikkeling van de nalatenschap van zijn ouders en zijn medische situatie buiten staat is geweest adequaat te reageren en tijdig een bezwaarschrift in te dienen.

De Raad stelt voorop dat hij de op 6 januari 2006 gedateerde brief van appellant aan de Raad buiten beschouwing laat, nu nadere stukken ingevolge artikel 8:58, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) slechts tot tien dagen voor de zitting kunnen worden ingediend en appellant daarop in de uitnodiging voor de zitting is gewezen.

De Raad overweegt voorts het volgende.

Tussen partijen is niet in geding, en ook voor de Raad staat vast, dat appellant eerst na het verstrijken van de geldende bezwaartermijn schriftelijk bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 27 november 2003.

De Raad leidt uit de stukken af dat appellant niet voorafgaand aan het besluit op bezwaar is gevraagd naar de reden van termijnoverschrijding en evenmin in de gelegenheid is gesteld die termijnoverschrijding toe te lichten, terwijl ook overigens niet uit het bezwaarschrift valt op te maken wat de grond van de te late indiening van het bezwaar was.

De Raad stelt voorts vast dat de rechtbank dit niet heeft onderkend en bovendien geen juiste consequenties heeft verbonden aan het feit dat gedaagde het (te laat) ingediende bezwaar ongegrond heeft verklaard. De enkele overweging dat het “dictum” van het besluit op bezwaar op een kennelijke verschrijving berust volstaat in dat verband niet.

Een en ander brengt de Raad tot het oordeel dat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het (inleidende) beroep gegrond verklaren en het besluit op bezwaar vernietigen. Voorts ziet de Raad aanleiding met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb, zelf in de zaak voorziend, het door appellant ingediende bezwaar alsnog niet-ontvankelijk te verklaren wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat de inmiddels door appellant in de loop van deze procedure naar voren gebrachte omstandigheden ter zake van die termijnoverschrijding geen geldig excuus vormen voor de te late indiening van het bezwaarschrift, terwijl ook overigens niet is gebleken dat appellant buiten staat is geweest tijdig bezwaar aan te tekenen tegen het besluit van 27 november 2003. Met name is de Raad niet gebleken van objectieve medische gegevens die het niet tijdig maken van bezwaar door appellant zelf, of met behulp van derden, zouden kunnen rechtvaardigen.

De Raad is, ten slotte, niet gebleken van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep gegrond;
Vernietigt het besluit van 29 april 2004;
Verklaart het bezwaar tegen het besluit van 27 november 2003 niet-ontvankelijk;
Bepaalt dat de gemeente Alphen-Chaam aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 133,-- vergoedt.

Aldus gewezen door mr. R.H.M. Roelofs, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier, en uitgesproken in het openbaar
op 7 februari 2006.

(get.) R.H.M. Roelofs.

(get.) L. Jörg.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x