Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AX8477
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 13-06-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Voortzetting van de bijstandverlening met de verplichting deel te nemen aan een traject dat gericht is op het verbeteren van de positie van betrokkene op de arbeidsmarkt.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/106 NABW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 26 november 2004, 04/947 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar (hierna: College).

Datum uitspraak: 13 juni 2006.




I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 mei 2006. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. P.P.J.L. Appelman, advocaat te Alkmaar. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door S. Groothuis, werkzaam bij de gemeente Alkmaar.




II. OVERWEGINGEN


Appellant ontvangt bijstand ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw) naar de norm voor een alleenstaande ouder.

Bij besluit van 24 december 2003 heeft het College besloten tot voortzetting van de bijstand, waarbij aan appellant de verplichting is opgelegd deel te nemen aan een traject. Het traject is opgenomen in een als bijlage bij het besluit gevoegd plan, dat gericht is op het verbeteren van de positie van appellant op de arbeidsmarkt.

Bij besluit van 30 maart 2004 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 24 december 2003 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 30 maart 2004 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen - samengevat weergegeven - dat het College bij zijn besluitvorming heeft gehandeld in overeenstemming met het bepaalde in artikel 70, derde en vierde lid, van de Abw en het vigerende beleid.

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad onderschrijft het hierboven weergegeven oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dit oordeel rust. Niet gebleken is dat het College niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot vaststelling van het in geding zijnde trajectplan nu dit, gezien de inhoud ervan, gericht is op vergroting van de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling van appellant.

Naar aanleiding van het beroep op het vertrouwensbeginsel, inhoudende dat aan appellant toezeggingen zijn gedaan met betrekking tot het volgen van een opleiding als chauffeur, overweegt de Raad dat dit beroep niet slaagt aangezien hem niet is gebleken dat er van de zijde van het College uitdrukkelijk, ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezeggingen zijn gedaan, op grond waarvan het College bij appellant in rechte te honoreren verwachtingen zou hebben gewekt.
Gezien het vorenstaande slaagt het hoger beroep niet en komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.

De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Th.C. van Sloten. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.H. Polderman-Eelderink als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2006.

(get.) Th.C. van Sloten.

(get.) A.H. Polderman-Eelderink.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x