Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AY0103
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 20-06-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Oplegging van een maatregel van 10% gedurende één maand wegens het niet dan wel in onvoldoende mate meewerken aan het tot stand komen van het re-integratieplan.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/5510 NABW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 3 augustus 2005, 04/1053 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden (hierna: College).

Datum uitspraak: 20 juni 2006.




I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 mei 2006. Appellant is verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door H. Inia, werkzaam bij de gemeente Leeuwarden.




II. OVERWEGINGEN


De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellant ontving ten tijde hier van belang een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw) naar de norm voor een alleenstaande.

In maart 2003 is ten behoeve van appellant een start gemaakt met een uitstroomtraject via het bureau KISS Communicatie (hierna: KISS), in welk kader met appellant een reïntegratieplan is opgesteld. In dit door appellant op 12 juni 2003 voor gezien ondertekende reïntegratieplan, is onder meer het volgende weergegeven:

"NB Opgemerkt moet worden dat [appellant] tekent voor gezien, m.a.w. hij conformeert zich met de inhoud van dit trajectplan en zegt toe mee te werken aan de voortgang van het traject voorzover dit niet indruist tegen zijn aard."

Appellant heeft in een brief van 14 juni 2003 aan het College kenbaar gemaakt dat hij niet veel vertrouwen heeft in de professionaliteit van KISS, dat hij het reïntegratieplan wel “voor gezien” maar niet “voor akkoord” heeft getekend en dat hij het College voorts heeft geadviseerd dat plan niet te accorderen. Op 5 augustus 2003 heeft vervolgens een gesprek plaatsgevonden tussen appellant en KISS, in welk gesprek enkele door appellant gestelde voorwaarden aan de orde zijn gekomen.

In een mede naar aanleiding van voornoemd gesprek opgestelde eindrapportage van 15 augustus 2003 meldt KISS onder meer het volgende:
  
"Tijdens het gesprek gaf [appellant] aan dat hij het reïntegratieplan alleen wil ondertekenen als er onder punt 9 een zinsnede wordt toegevoegd met de volgende strekking: “Te ondernemen stappen in het traject hoeven alleen te worden uitgevoerd als ze in wederzijds overleg zijn vastgesteld”. Hiermee zegt [appellant] te bedoelen dat hij alleen die acties wil uitvoeren, waar hij zelf het nut van inziet en dat hij, als dit niet het geval is, niet verplicht wil worden er toch aan mee te werken.

In dit verband zijn we nagegaan of [appellant] zich kan vinden in de manier waarop wij trajecten invullen. Hierbij is het ‘netwerken’ naar voren gebracht met de motivatie, dat iemand zijn kansen kan vergroten door zijn netwerk uit te breiden als het niet lukt om via vacatures bij het CWI of in de kranten werk te vinden. [Appellant] gaf aan dat deze manier niet bij hem past en dat hij dat daarom niet wil doen. Hij zei te vinden dat wij zijn netwerk zijn en dat hij via ons dus werk kan krijgen. Hieruit blijkt een zekere passiviteit van [appellant]. Hij wil dat wij voor hem werk zoeken en hij wil zelf niet meer hoeven doen dan reageren op vacatures waarop hij wil solliciteren. Hij is overigens zelf van mening dat wij hem niet passief kunnen noemen omdat hij zich totnogtoe erg actief heeft opgesteld in het traject.

Door de hiervoor genoemde toevoeging te eisen geeft [appellant] volgens ons aan in ons geen vertrouwen te hebben, terwijl hij verwacht dat wij hem wel vertrouwen. Wij hebben dit aan hem voorgelegd, maar [appellant] vond dat wij zijn vertrouwen moesten winnen door te laten zien dat we hem echt kunnen helpen met het vinden van werk.

(...)

Het bovenstaande is op 15 augustus jl. telefonisch besproken met de casemanager, mevrouw Soolsma. Tijdens dit gesprek is afgesproken dat we niet akkoord gaan met de voorwaarde van [appellant] dat de genoemde zinsnede onder punt 9 wordt toegevoegd. Zonder wederzijds vertrouwen is een traject naar onze mening niet mogelijk. Als [appellant] alsnog zou willen afzien van de toevoeging zou de intake verlengd kunnen worden om samen met [appellant] te onderzoeken welke functies de B-functies moeten zijn.

Tijdens het hierop volgende telefonisch contact met [appellant] op 15 augustus is hem meegedeeld dat wij met de door hem gewenste toevoeging niet akkoord gaan en dat we de intake kunnen verlengen als hij van deze eis afziet. Hij gaf hierop te kennen dat hij vond dat de intake nu wel alsnog lang genoeg heeft geduurd en dat hij er weinig vertrouwen in heeft dat verder contact nog iets zal opleveren."

KISS heeft vervolgens het College gemeld dat met appellant geen traject aangegaan kan worden.

Een en ander is voor het College aanleiding geweest om bij besluit van 26 februari 2004 de bijstandsuitkering van appellant met ingang van 1 maart 2004 gedurende een periode van een maand te verlagen met 25%.

Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft het College bij besluit van 26 augustus 2004 in zoverre gegrond verklaard, dat de uitkering van appellant gedurende een periode van een maand wordt geweigerd met 10%. Het College heeft aan deze weigering ten grondslag gelegd dat appellant niet of onvoldoende heeft meegewerkt aan het opstellen van bedoeld trajectplan. Het College heeft de maatregel gebaseerd op artikel 70 in verbinding met artikel 14, eerste lid, van de Abw alsmede op artikel 3, aanhef en tweede lid en artikel 5, eerste lid onder c, van het Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz (hierna: Maatregelenbesluit).

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 26 augustus 2004 ongegrond verklaard.

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

De Raad stelt voorop dat ten aanzien van appellant ten tijde in geding de verplichtingen als bedoeld in artikel 113, eerste lid, van de Abw golden.

Artikel 14, eerste lid, van de Abw bepaalt, voorzover hier van belang, dat indien de belanghebbende een op grond van hoofdstuk VIII van de Abw aan de bijstand verbonden verplichting niet of niet behoorlijk is nagekomen, burgemeester en wethouders de bijstand tijdelijk geheel of gedeeltelijk weigeren. Ingevolge artikel 14, tweede lid, van de Abw wordt een maatregel afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin hij verkeert. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Burgemeester en wethouders zijn ingevolge artikel 14, vierde lid, van de Abw daartoe bevoegd, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. In artikel 14, vijfde lid, van de Abw is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur met betrekking tot het eerste lid en het tweede lid nadere regels worden gesteld. De desbetreffende algemene maatregel van bestuur is het Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz (hierna: het Maatregelenbesluit). Ingevolge artikel 3 van het Maatregelenbesluit worden de gedragingen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Abw, onderscheiden in een aantal categorieën. Tot de tweede categorie behoort onder meer de gedraging: het niet dan wel in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot inschakeling in de arbeid. Blijkens artikel 5, eerste lid, aanhef en onder b, van het Maatregelenbesluit leidt een gedraging van de tweede categorie ertoe dat 10% van de bijstand gedurende één maand wordt geweigerd.

De Raad is, met het College en de rechtbank, van oordeel dat het door appellant bij de ondertekening van eerdergenoemde trajectplan gemaakte voorbehoud alsmede de houding en opstelling van appellant, zoals aangegeven in de door KISS opgestelde eindrapportage, een belemmering vormen voor de inschakeling in de arbeid.

Gelet hierop komt de Raad tot de conclusie dat appellant niet dan wel in onvoldoende mate heeft meegewerkt aan het tot stand komen van het reïntegratieplan welk plan is gericht op inschakeling in de arbeid. De Raad ziet in de gedingstukken onvoldoende grond om aan te nemen dat de hier aan de orde zijnde gedragingen appellant niet zouden kunnen worden verweten.

Uit het voorgaande volgt dat het College, gelet op artikel 14, eerste lid, van de Abw, gehouden was appellant een maatregel op te leggen. De opgelegde maatregel is in overeenstemming met bovenvermelde bepalingen van het Maatregelenbesluit. De Raad ziet geen feiten of omstandigheden op grond waarvan het College met toepassing van artikel 14, tweede lid, tweede volzin, van de Abw geheel of ten dele van het opleggen van een maatregel had moeten afzien. Evenmin is gebleken van dringende redenen als bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Abw.

In hetgeen appellant nog heeft aangevoerd omtrent een door hem op 16 augustus 2003 gedateerde brief aan KISS ziet de Raad geen grond voor een andersluidend oordeel. Anders dan appellant ziet de Raad in de strekking van deze brief overigens veeleer een bevestiging van de visie van KISS dan een onderbouwing van de stellingen van appellant.

Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs. De beslissing is, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2006.

(get.) R.H.M. Roelofs.

(get.) L. Jörg.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x