Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
AZ3021
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 21-11-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering bijzondere bijstand voor de kosten van het opknappen van de woning, de kosten van dubbele huur en de verhuiskosten. In de opknapkosten en kosten van dubbele huur was reeds voorzien zodat voor verlening van bijzondere bijstand in beginsel geen plaats is, terwijl van de verhuiskosten de noodzaak niet is gebleken.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/6490 NABW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 oktober 2005, 04/1671 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College).

Datum uitspraak: 21 november 2006.




I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 november 2006. Appellant is verschenen tezamen met zijn echtgenote [naam echtgenote]. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.M. Tjen A Kwoei, werkzaam bij de gemeente Amsterdam.




II. OVERWEGINGEN


De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellant en zijn partner ontvangen sinds 8 april 2002 bijstand ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw) naar de norm voor gehuwden.

Op 25 februari 2003 krijgt appellant de beschikking over een nieuwe huurwoning.

Door middel van een aanvraagformulier gedagtekend op 3 april 2003 heeft appellant een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand in de kosten die hij heeft moeten maken in verband met het opknappen van die woning, het betalen van dubbele huur alsmede van de verhuiskosten.

Bij twee - afzonderlijke - besluiten van 20 oktober 2003 heeft het College afwijzend op dit verzoek beslist.

Bij besluit van 9 maart 2004 heeft het College de bezwaren tegen de besluiten van 20 oktober 2003 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 9 maart 2004 ongegrond verklaard.

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

In artikel 39, eerste lid, van de Abw is bepaald dat, onverminderd hoofdstuk II, de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm bedoeld in afdeling 1, paragraaf 2 en 3, en de aanwezige draagkracht.

Uit de stukken blijkt dat de kosten van het opknappen van de woning en de huurbetaling (bedragen van 2.200,-- respectievelijk 866,04,) ten tijde van het indienen van de aanvraag op 3 april 2003 al - geruime tijd - waren voldaan. In deze kosten was derhalve reeds voorzien zodat voor verlening van bijzondere bijstand hierin in beginsel geen plaats is. Van omstandigheden die een uitzondering op deze regel rechtvaardigen is de Raad niet gebleken. De Raad is met name niet gebleken dat door of vanwege het College bij appellant enige gerechtvaardigde verwachting is gewekt dat de door hem aangevraagde bijzondere bijstand zou worden toegekend. In het bijzonder is niet komen vast te staan of de bijstandsconsulent mevrouw Hadad appellant dan wel zijn echtgenote heeft meegedeeld dat een aanvraag voor bijstand in de betreffende kosten niet nodig zou zijn en dat hij zou kunnen volstaan met het indienen van aankoopbonnen. Ook bieden de gedingstukken geen aanknopingspunten voor de ter zitting van de Raad door appellant ingenomen stelling dat hij dan wel zijn echtgenote bij mevrouw Hadad (telefonisch) heeft verzocht om toezending van het aanvraagformulier voor bijzondere bijstand, dat het formulier pas na verloop van tijd is toegezonden en dat hierin de oorzaak is gelegen van het feit dat de aanvraag eerst op 3 april 2003 is gedaan.

Met betrekking tot de verhuiskosten, door appellant gesteld op een bedrag van 142,--, is de Raad met de rechtbank van oordeel dat op geen enkele wijze is komen vast te staan dat deze kosten moesten worden gemaakt zodat de noodzaak hiervan niet is komen vast te staan.

Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt daarom voor bevestiging in aanmerking.

De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Th.C. van Sloten. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.H. Polderman-Eelderink als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 november 2006.

(get.) Th.C. van Sloten.

(get.) A.H. Polderman-Eelderink.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x