Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
BA5961
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 15-05-2007
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Intrekking van de bijstand omdat betrokkene onvoldoende gegevens heeft verstrekt. Betrokkene heeft niet alle gevraagde giroafschriften overgelegd.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 06/1287 NABW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 5 januari 2006, 05/1609 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug (hierna: College).

Datum uitspraak: 15 mei 2007.




I. PROCESVERLOOP


Als gevolg van een gemeentelijke herindeling treedt in dit geding het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug in de plaats van het College van burgemeester en wethouders van de voormalige gemeente Doorn. In deze uitspraak wordt onder het College tevens verstaan het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Doorn.

Namens appellant heeft mr. F.H. Barwegen, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 april 2007. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. E. Osinga, advocaat te Utrecht. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door A. de Vries, werkzaam bij de gemeente Utrechtse Heuvelrug.




II. OVERWEGINGEN


De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellant ontving een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw) naar de norm voor een alleenstaande. Bij besluit van 1 mei 2003 is het recht op bijstand van appellant vanaf 28 april 2003 opgeschort en is appellant verzocht uiterlijk 15 mei 2003 de volgende gegevens te verstrekken:
ď- Bankafschriften vanaf 1 juni 2002 t/m beŽindiging bankrekening.
- Kompleet overzicht girorekening vanaf opening t/m heden.Ē
Tegen dit besluit is geen rechtsmiddel aangewend.

Vervolgens heeft op 23 juni 2003 een heronderzoek plaatsgevonden. Bij brief van dezelfde datum, met als onderwerp ďhersteltermijn art. 69 lid 2 AbwĒ, is appellant verzocht nog de volgende gegevens te verstrekken:
ď- Kopie van alle bank/giro afschriften van de laatste 3 maanden
Vanaf 1 april 2003 t/m 23 juni 2003
- Geldige inschrijving van het CWI Zeist
- Kopie van de aan u verleende gratie naar aanleiding van het verzoek van 13 maart 2003 door advocaat mr. L. Louwerse.Ē

Bij besluit van 13 augustus 2003, voor zover hier van belang, heeft het College de bijstand van appellant met ingang van 28 april 2003 beŽindigd (lees: ingetrokken) en daarbij verwezen naar artikel 69, vierde lid, van de Abw.

Bij besluit van 7 april 2004, voor zover hier van belang, heeft het College het tegen het besluit van 13 augustus 2003 gemaakte bezwaar tegen de intrekking van bijstand ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 5 april 2005 heeft de rechtbank - met bepalingen omtrent griffierecht en proceskosten - het tegen het besluit van 7 april 2004 ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het College opgedragen een nader besluit te nemen met inachtneming van haar uitspraak. Daarbij is onder meer overwogen dat in dat besluit niet is aangegeven dat en welke dagafschriften (nog) zouden ontbreken.

Bij besluit van 4 mei 2005, voor zover hier van belang, heeft het College het bezwaar tegen de intrekking van bijstand met toepassing van artikel 69, vierde lid, van de Abw opnieuw ongegrond verklaard, met de volgende (aanvullende) motivering:
  
"Bij brief van 1 mei 2003 hebben wij aangegeven dat overgegaan wordt tot opschorting van het recht op uitkering met ingang van 28 april 2003.
Ingevolge artikel 69 lid 4 Abw hebben wij een termijn gesteld waarbinnen de in de brief genoemde gegevens alsnog ingediend konden worden. De gevraagde gegevens betroffen de bankafschriften van 1 juni 2002 t/m beŽindiging bankrekening, alsmede een kompleet overzicht girorekening vanaf opening t/m heden.
In de brief van 1 mei 2003 is aan [appellant] bericht welke sanctie stond op het niet verstrekken van de opgevraagde informatie. Het volgende is hierbij letterlijk aangegeven: ďDe gegevens dienen uiterlijk donderdag 15 mei 2003 op ons kantoor binnen te zijn. Als u deze gegevens niet voor genoemde datum verstrekt dan zullen wij uw uitkering beŽindigen (artikel 69, vierde lid Abw).

Binnen de gestelde termijn zijn niet alle gegevens verstrekt inzake de girorekening.
Over 2002 zijn binnen de termijn de volgende afschriften niet ingediend: 1, 2, 3, 5 en laatste afschrift van 2002.
Over 2003 zijn binnen de termijn de volgende afschriften niet ingediend: 1, 3 en 4.

Volledigheidshalve merken wij het volgende op:
In het kader van het periodieke heronderzoek is eveneens door [appellant] verzuimd op ons verzoek gegevens te verstrekken (tijdens de afspraak van 23 juni 2003).
Als reactie hierop is vervolgens onze brief van 23 juni 2003 verzonden.
Het feit dat in het kader van het periodieke heronderzoek tevens een termijn is gegeven om bepaalde gegevens te verstrekken doet niet af aan de hierboven weergegeven plicht en bevoegdheid om de bijstandsuitkering te beŽindigen naar aanleiding van het eerder niet verstrekken van gegevens binnen de daarvoor gestelde hersteltermijn.
Voor [appellant] was dit voldoende duidelijk.

[appellant] heeft na afloop van de in onze brief van 1 mei 2003 gestelde termijn naar aanleiding van onze schriftelijke en mondelinge verzoeken bij stukjes en beetjes tot augustus 2003 afschriften ingediend.
Dit heeft nooit geleid tot een compleet overzicht van de giroafschriften. Tot op heden ontbreken in ons dossier de volgnummers:
1, 2, 3, 5 en laatste afschrift van 2002.
1, 3 en 4 van 2003.

Voor de beoordeling van het recht op bijstand is in beginsel een compleet overzicht noodzakelijk. Hierop kunnen wij in het voorliggende geval geen uitzondering maken. De wel ingediende giroafschriften laten immers opmerkelijke stortingen zien waarvoor [appellant] geen sluitende verklaring heeft. Het betreft hier Ä 3600,-- in de periode aanvang bijstandsuitkering 18/6/2002 doorlopend tot 25/6/2003 (zie bijlage 1 van de door ons aan u verstrekte stukken).
Bovendien is verzuimd uit eigen beweging deze inkomsten te melden."

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het besluit van 4 mei 2005 ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Op grond van de hierboven aangehaalde overwegingen heeft het College terecht aangenomen dat aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 69, vierde lid, van de Abw in het geval van appellant is voldaan.

Hetgeen in het aanvullend hogerberoepschrift ter zake nog is aangevoerd acht de Raad voldoende weerlegd door de inhoud van de gedingstukken en het verweerschrift in hoger beroep, waarnaar hier kortheidshalve wordt verwezen.

In hetgeen namens appellant naar voren is gebracht ziet de Raad evenmin dringende redenen als bedoeld in artikel 69, vijfde lid, van de Abw, zodat het College niet bevoegd was om geheel of gedeeltelijk van intrekking af te zien.

Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en A.B.J. van der Ham en L.H. Waller als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, uitgsproken in het openbaar op 15 mei 2007.

(get.) G.A.J. van den Hurk.

(get.) M. Pijper.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x