Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

  
JURISPRUDENTIE   ---   Abw
x
LJN:
x
BA8438
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 19-06-2007
Soort procedure: herziening
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Afwijzing van het verzoek om herziening omdat niet is gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb. Het onderhavige verzoek om herziening houdt in wezen in een verzoek om hernieuwde behandeling van het hoger beroep. Het - bijzondere - rechtsmiddel van herziening is daarvoor echter niet bedoeld.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 06/4455 NABW




U I T S P R A A K




als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van:

[verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),

inzake de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 februari 2006, 04/6872 NABW,

in het geding tussen:

verzoeker

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College).

Datum uitspraak: 19 juni 2007.




I. PROCESVERLOOP


Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 22 februari 2006, 04/6872 NABW.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2007. Verzoeker is niet verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. J.M. Boegborn, werkzaam bij de gemeente Amsterdam.




II. OVERWEGINGEN


Ingevolge artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vr de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vr de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

Bij de uitspraak van 22 februari 2006 heeft de Raad, met bepalingen omtrent griffierecht en proceskosten, de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 10 december 2004 vernietigd voor zover aangevochten, het beroep van verzoeker tegen het besluit van het College van 19 augustus 2004 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het bezwaar van verzoeker tegen het besluit van het College van 21 maart 2003, houdende een afwijzing van een verzoek van verzoeker om schadevergoeding, niet-ontvankelijk verklaard.

Verzoeker heeft aangevoerd dat de uitspraak van 22 februari 2006 onjuist is omdat hierbij niet is geoordeeld dat zijn verzoek om schadevergoeding voor toewijzing in aanmerking komt en heeft de Raad verzocht om hiertoe alsnog over te gaan.

De Raad stelt vast dat hetgeen verzoeker heeft aangevoerd niet kan worden aangemerkt als feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb.

Het verzoek om herziening houdt in wezen in een verzoek om hernieuwde behandeling van het hoger beroep. Het - bijzondere - rechtsmiddel van herziening is daarvoor echter niet bedoeld.

Gelet op het voorgaande dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen grond.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Schoemaker als voorzitter en G. van der Wiel en R.H.M. Roelofs als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D. Olthof als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2007.

(get.) R.C. Schoemaker.

(get.) D. Olthof.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Abw | Abw | Wwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x