Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   AKW
x
LJN:
x
AD5018
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 03-10-2001
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering kinderbijslag met ingang van het kwartaal in geding op de grond dat het (studerende) kind 18 jaar is. Overgangsrecht met betrekking tot kinderen die zijn geboren vˇˇr 1 oktober 1986. Volgens de SVB is de studie aan het Telford College niet dezelfde opleiding als die aan de Heriot-Watt University, zodat het kind ingaande het vierde kwartaal van 1996 niet langer de opleiding volgde die zij op 1 oktober 1995 volgde en er derhalve vanaf het vierde kwartaal van 1996 geen recht op kinderbijslag meer bestond. Het begrip "dezelfde opleiding".
 
 
 

 

 
Uitspraak 99/2338 AKW



U I T S P R A A K




in het geding tussen:

A., wonende te B., appellante

en

de Sociale Verzekeringsbank, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Gedaagde heeft bij besluit van 12 november 1996 aan appellante ingaande het vierde kwartaal van 1996 de aanspraak op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) voor haar dochter C. ontzegd.

Bij beslissing op bezwaar van 21 februari 1997, het bestreden besluit, heeft gedaagde het bezwaar tegen het besluit van 12 november 1996 ongegrond verklaard.

De Arrondissementsrechtbank te Leeuwarden heeft bij uitspraak van 25 maart 1999 het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Appellante is van deze uitspraak op bij beroepschrift van 5 mei 1999 uiteengezette gronden in hoger beroep gekomen.

Bij schrijven van 12 oktober 1999 heeft gedaagde een verweerschrift ingediend.

Aan partijen is toegezonden het arrest d.d. 20 maart 2001 van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in de zaak C-33/99.

Appellante heeft op 1 augustus 2001 een nader stuk ingediend.

Het geding is, gevoegd met een drietal soortgelijke zaken, behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 22 augustus 2001, waar namens appellante is verschenen haar echtgenoot [D.] en waar gedaagde zich niet heeft doen vertegenwoordigen.




II. MOTIVERING


Appellantes dochter C., geboren in 1973, heeft met ingang van augustus 1995 gestudeerd aan het Edinburgh's Telford College in Schotland, waar zij de opleiding "Access to Science, Engineering & Technology" volgde.
Met ingang van 1 oktober 1996 ging zij studeren aan de Heriot-Watt University in Edinburgh, voor de graad "Bachelor of Science in Biological Sciences".

In het bestreden besluit van 21 februari 1997 heeft gedaagde ingaande het vierde kwartaal van 1996 aan appellante voor C. kinderbijslag geweigerd. De wettelijke grondslag voor deze weigering vindt zijn oorsprong in de wijziging van de AKW per 1 oktober 1986, waarbij het recht op kinderbijslag voor studerende kinderen vanaf 18 jaar in verband met de inwerkingtreding van de Wet op de studiefinanciering is afgeschaft, echter met een overgangsregeling krachtens welke het recht op kinderbijslag voor dergelijke kinderen, mits geboren voor 1 oktober 1986, gehandhaafd bleef. Bij de Wet van 21 december 1995, Stb. 691, is deze overgangsregeling met het oog op een versnelde afbouw in die zin gewijzigd, dat - krachtens artikel XII van die wet - het recht op kinderbijslag vervalt op het moment dat het kind ophoudt te studeren aan de opleiding die het op de eerste dag van het vierde kwartaal van 1995 volgde. Gedaagde heeft in dit kader bij het bestreden besluit met betrekking tot C. het standpunt ingenomen dat de studie aan het Telford College niet dezelfde opleiding is als die aan de Heriot-Watt University, zodat C. ingaande het vierde kwartaal van 1996 niet langer de opleiding volgde die zij op 1 oktober 1995 volgde en er derhalve vanaf het vierde kwartaal van 1996 geen recht op kinderbijslag meer bestond.

De rechtbank heeft dit besluit in stand gelaten, zich met bovengenoemd standpunt van gedaagde verenigend.

Appellante heeft tegen deze uitspraak aangevoerd dat C. al vanaf haar twaalfde jaar bioloog wil worden, hetgeen blijkt uit een stukje uit de schoolkrant van C.'s basisschool uit 1985. Aangezien zij HAVO heeft gedaan diende zij in Schotland eerst "Acces to Science, Engineering & Technology" te volgen aan het Telford College om daarmee toegang tot de universiteit te krijgen. In de visie van appellante neemt dat echter niet weg dat sprake is van dezelfde opleiding tot bioloog, waarop C. haar vakkenpakket heeft afgestemd en welke na het Telford College nog niet was afgerond.

In de visie van gedaagde volgde C. op 1 oktober 1996 niet langer dezelfde opleiding als op 1 oktober 1995 omdat de opleiding aan het Telford College geen ge´ntegreerd onderdeel uitmaakt van de opleiding aan de Heriot-Watt University en de opleiding aan het Telford College met een certificaat is afgesloten.

De Raad oordeelt als volgt.

Ten aanzien van het begrip "dezelfde opleiding" is in de memorie van toelichting op het ontwerp dat geleid heeft tot de Wet van 21 december 1995 overwogen dat daarvan sprake is zolang het kind dezelfde schoolsoort blijft volgen en verder dat een door een verhuizing gedwongen wisseling van school geen invloed heeft zolang de studie aan dezelfde schoolsoort wordt voortgezet (Kamerstukken 1994-1995, 24326, nr. 3, blz. 43). In de beleidsregels van gedaagde is opgenomen dat sprake dient te zijn van "dezelfde soort opleiding van hetzelfde soort onderwijs" (SVB Beleidsregels 1997). De Raad oordeelt overeenkomstig deze beleidsregels dat het, wil er van dezelfde opleiding gesproken kunnen worden, moet gaan om een zelfde soort opleiding en een zelfde soort onderwijs. In casu is geen sprake van een zelfde soort opleiding nu de opleiding aan het Telford College met een certificaat is afgerond welk certificaat in het maatschappelijk verkeer een zelfstandige betekenis heeft namelijk het toegang verkrijgen tot het (hogere) onderwijs aan een universiteit. Dat een student daarbij het vakkenpakket reeds afstemt op de later te volgen universitaire studie doet niet af aan die zelfstandige betekenis.
In de visie van appellante zou al het onderwijs dat is gericht op het uiteindelijk te behalen resultaat, te weten het worden van bioloog, als dezelfde opleiding gezien moeten worden, hetgeen naar het oordeel van de Raad een veel te ruime uitleg vormt van het begrip dezelfde opleiding als bedoeld in artikel XII.

Het vorenstaande brengt mee dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

Beslist wordt als volgt.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. N.J. Haverkamp als voorzitter en mr. F.P. Zwart en mr. T.L. de Vries als leden, in tegenwoordigheid van mr. M.F. van Moorst als griffier en uitgesproken in het openbaar op 3 oktober 2001.

(get.) N.J. Haverkamp.

(get.) M.F. van Moorst.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. AKW | AKW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x