Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   AKW
x
LJN:
x
AY3973
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 14-07-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering kinderbijslag. Niet is aangetoond dan wel aannemelijk gemaakt dat betrokkene voor zijn niet in Nederland verblijvend kind heeft voldaan aan de voor hem geldende onderhoudsbijdrage.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/6888 AKW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 november 2004, 04/1330 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 14 juli 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. A.L. Kuit, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter zitting aan de orde gesteld op 2 juni 2006, waar partijen, met kennisgeving, niet zijn verschenen.




II. OVERWEGINGEN


Tussen partijen is in hoger beroep nog in geschil of de Svb terecht geweigerd heeft appellant kinderbijslag toe te kennen over het eerste kwartaal van 2000 tot en met het derde kwartaal van 2003. De Svb heeft bij besluit op bezwaar van 19 maart 2004 (hierna: het bestreden besluit) zijn primair besluit van 2 december 2003, in zoverre gehandhaafd dat aan appellant over voornoemde kwartalen geweigerd wordt kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) toe te kennen voor zijn dochter Yelda, geboren op [in] 1993, omdat Yelda niet in verband met studie of ziekte uitwonend is en appellant niet heeft aangetoond dat hij haar in belangrijke mate heeft onderhouden.

Wat betreft de weigering kinderbijslag toe te kennen over het eerste kwartaal van 2000 tot en met het derde kwartaal van 2003 heeft de Svb overwogen dat Yelda woont bij en verzorgd wordt door haar tante, [naam tante] en uit de door appellant overgelegde stortings- en ontvangstbewijzen blijkt dat appellant de bijdragen in het onderhoud van Yelda niet heeft overgemaakt aan de verzorgster van Yelda of aan Yelda zelf, maar aan [neef van appellant], een neef van appellant, of aan [zus van Yelda], een zus van Yelda, die beiden niet op hetzelfde adres wonen als Yelda en haar verzorgster. Naar het oordeel van de Svb heeft appellant hiermee niet op eenvoudig controleerbare wijze aangetoond te hebben bijgedragen in het onderhoud van zijn dochter. Dat degenen aan wie de betalingen zijn verricht, het geld hebben doorgegeven aan de verzorgster van Yelda, is daarbij niet van belang omdat geen sprake is van bijzondere omstandigheden waarin afgeweken kan worden van de eis van eenvoudige controleerbaarheid.

De rechtbank heeft het bestreden besluit in stand gelaten.

Namens appellant is in hoger beroep wederom aangevoerd dat er ten onrechte volledig voorbij gegaan wordt aan het feit dat de door hem overgemaakte bedragen in zijn geheel zijn doorbetaald aan de verzorgster van Yelda, zodat deze uiteindelijk ten goede zijn gekomen van Yelda. Appellant is gelet op dit laatste en het feit dat de overgemaakte bedragen voldoende zijn om aan te nemen dat zijn dochter in ten minste belangrijke mate wordt onderhouden, van oordeel dat hij recht heeft op kinderbijslag.

De Raad overweegt als volgt.

De vraag of de weigering kinderbijslag over de kwartalen in geding toe te kennen, in rechte stand kan houden, beantwoordt de Raad, evenals de rechtbank, bevestigend.

Blijkens vaste rechtspraak van de Raad dient een verzekerde desgevraagd op een voor het uitvoeringsorgaan eenvoudig te controleren wijze - met name door middel van internationale postwissels of bankoverschrijvingen ten name van de persoon die het kind verzorgt - aan te tonen dan wel aannemelijk te maken dat hij voor zijn niet in Nederland verblijvende kinderen heeft voldaan aan de voor hem geldende onderhoudsbijdrage.
Uit de door appellant overgelegde stortings- en ontvangstbewijzen blijkt dat appellant de bijdragen in het onderhoud van Yelda niet heeft overgemaakt aan de verzorgster van Yelda (of aan Yelda zelf), maar aan [neef van appellant], een neef van appellant, of aan [zus van Yelda], een zus van Yelda. Beiden kunnen naar het oordeel van de Raad niet als ‘medeverzorger’ aangemerkt worden nu zij niet op hetzelfde adres wonen als Yelda en haar verzorgster. Dat de door appellant overgemaakte bedragen zijn doorbetaald aan de verzorgster van Yelda en ten goede zijn gekomen van Yelda, maakt dit naar het oordeel van de Raad niet anders omdat deze wijze van betaling niet voldoet aan bovenvermeld criterium van controleerbaarheid, zodat de betalingen die langs deze weg zijn betaald terecht buiten beschouwing zijn gelaten door de Svb. De Svb heeft derhalve terecht geweigerd kinderbijslag toe te kennen.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de vergoeding van proceskosten.

Beslist wordt als volgt.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van P.H. Broier als griffier en uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2006.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) P.H. Broier.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. AKW | AKW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x