Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   AKW
x
LJN:
x
AZ3064
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 24-11-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering kinderbijslag op de grond dat betrokkene niet op eenvoudig controleerbare wijze heeft aangetoond in voldoende mate in het onderhoud van zijn kinderen te hebben voorzien in de kwartalen in geding. De SVB heeft hangende het hoger beroep laten weten dit standpunt niet langer te handhaven, de bestreden besluiten in te trekken en nieuwe beschikkingen op bezwaar te zullen gaan nemen.
 
 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 04/3995 AKW, 04/3997 AKW en 04/3998 AKW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank s-Gravenhage van 16 juni 2004, 03/5137, 03/5144, 03/5145 (hierna: aangevallen uitspraak),

in de gedingen tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 24 november 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. M.J. Smit, advocaat te s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Op 11 oktober 2006 heeft de Svb de Raad nadere stukken doen toekomen, waarop mr. Smit, voornoemd, op 12 oktober 2006 heeft gereageerd.

De gedingen zijn ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 13 oktober 2006, waar partijen, met voorafgaand bericht, niet zijn verschenen.




II. OVERWEGINGEN


Bij een drietal besluiten van 21 mei 2002 heeft de Svb geweigerd aan appellant kinderbijslag toe te kennen voor zijn, in Marokko woonachtige, kinderen vanaf het eerste kwartaal van 2001. Bij eveneens een drietal besluiten van 17 oktober 2003 (hierna ook: bestreden besluiten) heeft de Svb de bezwaren van appellant tegen deze besluiten deels gegrond en deels ongegrond verklaard in die zin dat appellant wel recht heeft op kinderbijslag over het tweede kwartaal van 2002, maar niet over het eerste kwartaal van 2001 tot en met het eerste kwartaal van 2002 en het derde kwartaal van 2002 tot en met het tweede kwartaal van 2003. Dit is gebaseerd op het standpunt van de Svb dat appellant niet op eenvoudig controleerbare wijze heeft aangetoond in voldoende mate in het onderhoud van zijn kinderen te hebben voorzien in de kwartalen in geding.

In het hierboven genoemde faxbericht van 11 oktober 2006 heeft de Svb de Raad laten weten dit standpunt niet langer te handhaven, de besluiten van 17 oktober 2003 in te trekken en nieuwe beschikkingen op bezwaar te zullen gaan nemen. In reactie hierop heeft mr. Smit, voornoemd, de Raad op 12 oktober 2006 laten weten het hoger beroep te handhaven wat betreft het verzoek om een veroordeling van de Svb in de proceskosten en het griffierecht.

Nu de Svb de bestreden besluiten niet langer handhaaft, volgt hieruit dat de aangevallen uitspraak, waarin deze besluiten in stand zijn gelaten, voor vernietiging in aanmerking komt, evenals de bestreden besluiten.

De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht de Svb te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, derhalve in totaal 966,-.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden besluiten;
Bepaalt dat de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank opnieuw op de bezwaarschriften beslist met inachtneming van deze uitspraak;
Veroordeelt de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank in de proceskosten van appellant tot een bedrag van 966,-, te betalen door de Sociale verzekeringsbank aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat de Sociale verzekeringsbank aan appellant het betaalde griffierecht van totaal 195,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries als voorzitter en H.J. Simon en R.C. Stam als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Gunter als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 november 2006.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) M. Gunter.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. AKW | AKW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x