Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   AKW
x
LJN:
x
BA0293
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 09-03-2007
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering kinderbijslag op de grond dat betrokkene niet voldoende heeft kunnen aantonen of aannemelijk heeft kunnen maken dat hij aan de onderhoudseis heeft voldaan.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/2232 AKW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle van 4 april 2005, 04/761 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 9 maart 2007.




I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 februari 2007. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door A. van de Weerd.




II. OVERWEGINGEN


In januari 2004 heeft de Svb van de afdeling burgerzaken van de gemeente Lelystad vernomen dat appellant niet langer samenleefde met zijn partner. De Svb heeft aan appellant verzocht ter zake informatie te verstrekken. Appellant heeft daarop medegedeeld dat hij sedert 10 september 2003 niet meer met zijn partner samenwoont en dat zijn kinderen Imane en Hasnae sinds die datum in Marokko wonen. Hij heeft voor deze twee kinderen kinderbijslag aangevraagd.

Bij besluit van 31 maart 2004 heeft de Svb appellant kinderbijslag ten behoeve van Imane en Hasnae over het eerste kwartaal van 2004 geweigerd onder overweging dat deze kinderen niet in belangrijke mate door appellant worden onderhouden. Bij het bestreden besluit van 10 juni 2004 heeft de Svb zijn besluit van 31 maart 2004 na bezwaar gehandhaafd. De rechtbank heeft appellants beroep tegen het bestreden besluit bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.

De Raad overweegt het volgende.

Tussen partijen is in geschil of appellant in het eerste kwartaal van 2004 in belangrijke mate heeft bijgedragen in het onderhoud van Imane en Hasnae. Volgens vaste jurisprudentie dient de verzekerde op voor de Svb eenvoudig te controleren wijze aan te tonen of aannemelijk te maken dat hij aan de onderhoudseis heeft voldaan. Appellant is hierin ook naar het oordeel van de Raad niet geslaagd.

Appellant heeft een overboeking via Western Union Money Transfer overgelegd waaruit blijkt dat zijn broer, K. el Kaddouri, op 30 januari 2004 een bedrag van 800,- heeft overgemaakt naar de verzorgster van Imane en Hasnae. Volgens appellant is dit geld door zijn broer overgemaakt omdat appellant zich op het moment van de overboeking niet kon legitimeren en daarom deze administratieve handeling niet kon verrichten. Appellant heeft twee verklaringen van zijn broer ter zake overgelegd.

Ook naar het oordeel van de Raad is niet op eenvoudig te controleren wijze aangetoond dat appellant in belangrijke mate in het onderhoud van zijn kinderen heeft bijgedragen. De overboeking van geld door appellants broer kan niet als een bijdrage van appellant gelden. In het midden latend of de verklaringen van appellants broer in deze een rol kunnen spelen, stelt de Raad vast dat deze verklaringen tegenstrijdig zijn, zodat daaraan niet die waarde kan worden toegekend die appellant daaraan wenst te hechten. In februari 2004 heeft appellants broer verklaard dat hij het gezin van appellant financieel ondersteunt, hetgeen er eerder op wijst dat hij om die reden zelf het geld heeft overgemaakt. Eerst in april 2004 heeft de heer K. el Kaddouri een verklaring ondertekend waarmee de lezing van appellant wordt onderschreven.

Uit het vorenstaande vloeit voort dat aan appellant terecht kinderbijslag over het eerste kwartaal van 2004 is geweigerd. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.F. van Moorst als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2007.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) M.F. van Moorst.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. AKW | AKW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x