Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   SOCIALEVERZEKERINGSPLICHT
x
LJN:
x
AR4424
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 21-10-2004
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Privaatrechtelijke dienstbetrekking. Is betrokkene vanaf 1 januari 1999 onder het gezag van het betrokken bedrijf werkzaam geweest?
 
 
 
 
 

 

 
Uitspraak 02/4153 ALGEM




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te [vestigingsplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellante heeft mr. C.W.B.M. Wouters, belastingadviseur te Meliskerke, op bij aanvullend beroepschrift ingediende gronden hoger beroep ingesteld tegen de tussen partijen onder kenmerk 01/707 door de rechtbank Middelburg op 26 juni 2002 gewezen uitspraak.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 9 september 2004, waar voor appellante is verschenen mr. Wouters, voornoemd, en waar voor gedaagde is verschenen mr. R. Hofland, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.




II. MOTIVERING


Naar aanleiding van een bij appellante gehouden looncontrole, heeft gedaagde medio 2000 een onderzoek ingesteld naar het al dan niet bestaan van verzekeringsplicht voor de door [naam betrokkene] (betrokkene) voor appellante verrichte werkzaamheden. Betrokkene was lange tijd (middellijk) directeur en aandeelhouder van appellante. Hij gaf leiding aan de medewerkers en deed acquisitie met als specialisme de monumentenzorg in Zuidwest Nederland; het accent was daarbij in de loop van de tijd verschoven van de architectuur naar het algemene management.

Met ingang van 1 januari 1999 is betrokkene teruggetreden als statutair directeur. Hij heeft tevens zijn aandelen in appellante verkocht en zijn arbeidstijd tot de helft teruggebracht. Er is een nieuwe samenwerkingsovereenkomst voor de duur van drie jaar gesloten tussen (de management-B.V. van) betrokkene en appellante, waarin voor de inhoud van de werkzaamheden wordt verwezen naar de beschrijving van de functie Projectstedebouwkundige II. Volgens die beschrijving ontvangt betrokkene leiding van de directie en is hij gebonden aan interne en externe voorschriften. De door betrokkene uitgevoerde projecten vormen een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering van appellante en zijn ingebed in het organisatorisch verband daarvan. De acquisitie en het relatienetwerkbeheer in handen van betrokkene zijn voor appellante van essentiŽle betekenis.

Bij brief van 21 september 2000 heeft gedaagde aan appellante te kennen gegeven van oordeel te zijn dat betrokkene vanaf 1 januari 1999 zijn werkzaamheden voor appellante verricht in een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Het daartegen gerichte bezwaar heeft appellante bij het bestreden besluit van 29 oktober 2001 ongegrond verklaard.

Met de rechtbank stelt de Raad vast dat het geschil tussen partijen zich toespitst op de vraag of betrokkene vanaf 1 januari 1999 onder het gezag van appellante werkzaam is geweest. Deze vraag heeft de rechtbank terecht en op goede gronden bevestigend beantwoord. Ook heeft de rechtbank naar het oordeel van de Raad het beroep van appellante op het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel met een deugdelijke motivering verworpen; het beroep op de op automatiseringsdeskundigen en interimmanagers ziende besluiten van 23 augustus 2000, respectievelijk 30 september 1998 gaat immers niet op, nu betrokkene tot een andere beroepsgroep behoort.

De aangevallen uitspraak komt daarom voor bevestiging in aanmerking.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Gegeven door mr. R.C. Schoemaker als voorzitter en mr. G. van der Wiel en mr. R.C. Stam als leden, in tegenwoordigheid van M. Renden als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2004.

(get.) R.C. Schoemaker.

(get.) M. Renden.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. sv-plicht | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x