Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   SOCIALEVERZEKERINGSPLICHT
x
LJN:
x
AR4672
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 21-10-2004
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Is er bij betrokkenen (bestuurders, directeuren en aandeelhouders van een BV) sprake van een gezagsverhouding ten aanzien van de algemene vergadering van aandeelhouders en is er daardoor sprake van een verzekeringsplichtige arbeidsrelatie?
 
 
 
 
 

 

 
Uitspraak 02/2759 ALGEM




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te [vestigingsplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.

Namens appellante heeft mr. W. Eenhoorn, werkzaam bij Deloitte & Touche Belastingadviseurs te Enschede, op bij aanvullend beroepschrift van 6 augustus 2002 aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de tussen partijen gewezen uitspraak van de rechtbank Almelo van 4 april 2002 nummer 01/659.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 9 september 2004, waar appellante - zonder kennisgeving - niet is verschenen en gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door E.I. van Dompselaar, werkzaam bij het Uwv.




II. MOTIVERING


Bij besluit op bezwaar van 6 juli 2001 heeft gedaagde ongegrond verklaard het bezwaar van appellante tegen het besluit van 14 februari 2001, waarbij gedaagde [betrokkenen] (hierna ook: betrokkenen) ingaande 20 januari 2000 en ook na 29 november 2000 als verzekeringsplichtig voor de sociale werknemersverzekeringen heeft aangemerkt.

In geding is de vraag of betrokkenen ten tijde in geding in een verzekeringsplichtige arbeidsrelatie hebben gestaan tot appellante.

Betrokkenen zijn directeur en tevens enig aandeelhouder in respectievelijk [X BV], [Y BV], [Z BV] en [T BV]

Appellante heeft onder meer ten doel de distributie, in- en verkoop en ontwikkeling van soft- en hardware, alsmede de ondersteuning, aanpassing en het onderhoud daarvan.
Appellante is op 20 januari 2000 opgericht door de vennootschappen [Q BV], [Z BV] en [T BV] Deze vennootschappen namen bij de oprichting met respectievelijk 120, 40 en 40 aandelen ofwel 60%, 20% en 20% deel in het geplaatste kapitaal van appellante. Op dat moment was [Q BV] voor 50% eigendom van [Y BV] en voor 50% van [X BV] en waren [Z BV] en [T BV] ieder voor 50% houder van de aandelen in [R BV]

Op 29 november 2000 zijn de 80 aandelen in appellante die in handen waren van [Z BV] en [T BV] verkocht aan [R BV] Eveneens op 29 november 2000 is [S BV] opgericht door de vier vennootschappen [Y BV], [X BV], [Z BV] en [T BV] De aandelen van deze nieuw opgerichte vennootschap zijn voor respectievelijk een derde, een derde, een zesde en een zesde deel in handen van deze vier vennootschappen. [S BV] is sedert 29 november 2000 enig aandeelhouder van de aandelen van zowel [Q BV] als [R BV]

De persoonlijke vennootschappen van betrokkenen zijn bij de oprichting van appellante tot bestuurders van appellante benoemd. Met de feitelijke uitvoering van de bestuurstaken zijn de vier betrokkenen belast. Ingevolge de statuten van appellante dient het bestuur zich te gedragen naar de door de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) te geven aanwijzingen betreffende de algemene lijnen van het te volgen financiŽle, sociale en economische beleid en van het personeelsbeleid. De bestuurders worden benoemd door de AVA. Iedere bestuurder kan te allen tijde door de AVA worden geschorst en ontslagen. Het bestuur vertegenwoordigt appellante voorzover uit de wet niet anders voortvloeit. Daarbij komt de bevoegdheid tot vertegenwoordiging toe aan twee gezamenlijk handelende bestuurders dan wel aan een bestuurder die door de AVA als gevolmachtigde bestuurder is benoemd. De AVA besluit bij volstrekte meerderheid van stemmen, waarbij elk aandeel recht geeft op ťťn stem. Blijkens een overkoepelende overeenkomst, gedateerd 20 januari 2000, zijn de toenmalige aandeelhouders van appellante overeengekomen dat in afwijking van de statuten besluiten aangaande benoeming, schorsing en ontslag van een directeur/manager in de AVA slechts kunnen worden genomen met een meerderheid van ten minste drie/vierde deel van de uitgebrachte stemmen. De aandeelhouders in [S BV] hebben bij akte van 29 november 2000 eveneens een stemovereenkomst gesloten.

Tussen partijen is niet in geschil dat betrokkenen verplicht zijn de desbetreffende werkzaamheden persoonlijk te verrichten en dat hetgeen hun persoonlijke vennootschappen als contraprestatie voor hun arbeid ontvangen als loon in de zin van de sociale werknemersverzekeringswetten kan worden aangemerkt.

De Raad overweegt als volgt.

Het is vaste jurisprudentie van de Raad dat, behoudens zeer bijzondere gevallen, bij de beoordeling van de verzekeringsplicht van directeuren/aandeelhouders de mogelijkheid om al dan niet tegen hun wil te kunnen worden ontslagen van doorslaggevende betekenis is. Indien een directeur/aandeelhouder van een besloten vennootschap in de algemene vergadering van aandeelhouders in verband met de statutaire bepalingen en de eigendomsverhoudingen met betrekking tot de aandelen geen doorslaggevende invloed heeft op een besluit betreffende zijn ontslag, moet in beginsel worden aangenomen dat hij werkzaam is in een gezagsrelatie tot de besloten vennootschap. Een uitzonderingsgeval kan zich voordoen indien uit alle feiten en omstandigheden overigens voldoende materiŽle indicaties naar voren komen voor het gezamenlijk drijven van een onderneming door de betrokken natuurlijke personen, ook in situaties waarin zij niet volledig of nagenoeg volledig participeren in het aandelenkapitaal.

De Raad is van oordeel dat gelet op de statutaire bepalingen en de eigendomsverhoudingen voor ieder van de directeuren de mogelijkheid bestaat dat hij, in een conflictsituatie, bij een meerderheidsbesluit van de AVA tegen zijn wil wordt ontslagen. Daarnaast kan iedere directeur gelet op de stemverhoudingen met hem onwelgevallige besluiten omtrent het te voeren bestuur worden geconfronteerd.

Daaraan kan de stemovereenkomst van 20 januari 2000 niet afdoen, nu deze de statutaire stemverhouding binnen de AVA niet wijzigt en onverlet laat dat de aandeelhouders hun stem rechtsgeldig kunnen uitbrengen in afwijking van die stemovereenkomst. Ook ten aanzien van de stemovereenkomst, gedateerd 29 november 2000, die de aandeelhouders van [S BV] met betrekking tot besluiten omtrent schorsing of ontslag van een bestuurder hebben gesloten, geldt dat deze geen afbreuk kan doen aan de statutaire stemverhouding binnen de AVA van appellante.

Nu, gelet op de aandelenverhoudingen en de daaruit voortvloeiende stemverhoudingen in de AVA van appellante, geen van de betrokkenen bij machte is een besluit tot zijn ontslag in de AVA tegen te houden, zijn zij in beginsel werkzaam in een gezagsrelatie tot die AVA.

De Raad acht onvoldoende materiŽle aanwijzingen aanwezig om te kunnen aannemen dat hier sprake is van het gezamenlijk drijven van een onderneming op basis van gelijkwaardigheid. De stelling van appellante dat de directeuren op basis van gelijkwaardigheid functioneren en dat elk van hen feitelijk zelfstandig bevoegd is tot het nemen van beslissingen over zaken betreffende het bedrijfsbeleid en de bedrijfsvoering doet er niet aan af dat zij hun werkzaamheden gelet op de hierboven aangehaalde statutaire bepalingen verrichten in ondergeschiktheid aan de AVA. Van een beroepsmatige onafhankelijkheid als bedoeld in de uitspraak van deze Raad, gepubliceerd in RSV 1999/27, waarop appellante zich beroept is geen sprake. Gelet op de verschillen in de aandelenpakketten, zoals hierboven vermeld, doet zich hier voorts niet de situatie voor dat voor een ontslag van ťťn van de directeuren steeds de stemmen van de drie anderen noodzakelijk zijn.

Het beroep van appellante op artikel 2, eerste lid, onder c, van de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder van 19 december 1997 (nr. SV/WV/97/5347) kan niet tot een ander oordeel leiden. Er is hier immers, gelet op de verschillen in de aandelenpakketten van de betrokkenen, geen sprake van de situatie dat alle bestuurders een gelijk of nagenoeg gelijk aantal stemmen in de AVA van appellante kunnen uitbrengen.

Met betrekking tot de meer subsidiaire stelling van appellante dat althans [betrokkene 1] en [betrokkene 2] niet tegen hun wil ontslagen kunnen worden omdat zij via [Q BV] samen een aandelenbelang van 60% in appellante houden, overweegt de Raad dat vaststaat dat zij elk 50% van de aandelen in [Q BV] houden. Naar het oordeel van de Raad valt niet in te zien dat zij niet in de AVA van appellante ieder voor zich kunnen stemmen op basis van het aantal aandelen dat zij in [Q BV] bezitten. Aldus kunnen zij, als het erop aan komt in een conflictsituatie, ieder voor zich in de AVA van appellante hun stem ook uitbrengen in afwijking van de stem van de ander en kunnen zij ieder tegen hun wil ontslagen worden. Ook zij zijn derhalve in een gezagsrelatie tot appellante werkzaam.

Vorenstaande overwegingen leiden tot de conclusie dat gedaagde terecht verzekeringsplicht ten aanzien van betrokkenen heeft aangenomen en dat de uitspraak van de rechtbank, zij het op enigszins andere gronden, voor bevestiging in aanmerking komt.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. B.J. van der Net als voorzitter en mr. drs. N.J. van Vulpen-Grootjans en mr. M.C.M. van Laar als leden, in tegenwoordigheid van mr. A. KovŠcs als griffier en uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2004.

(get.) B.J. van der Net.

(get.) A. KovŠcs.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. sv-plicht | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x