Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   SOCIALEVERZEKERINGSPLICHT
x
LJN:
x
AS8286
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 24-02-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Door een beslissing omtrent schadevergoeding te geven zonder dat betrokkene hierom heeft verzocht, heeft de rechtbank in strijd met artikel 8:73 van de Awb gehandeld.
 
 
 
 
 

 

 
Uitspraak 03/1291 ALGEM en 04/5726 ALGEM




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de tussen partijen op 14 januari 2003 onder kenmerk 01/1202 door de rechtbank Haarlem gewezen uitspraak.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 13 januari 2005, waar appellant in persoon is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouwe mr. N.A. Wilms, advocaat te Haarlem en waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. W. Zwanink, werkzaam bij het Uwv.




II. MOTIVERING


Bij besluit op bezwaar van 13 juli 2001 heeft gedaagde zijn besluit van 18 oktober 2000 gehandhaafd, inhoudende dat appellant ter zake van zijn werkzaamheden voor Initiative Media B.V. gedurende de periode van 1 november 1998 tot 31 maart 1999 verplicht was verzekerd voor de sociale werknemersverzekeringswetten. In zijn herziene besluit op bezwaar van 24 september 2001 heeft gedaagde besloten zijn eerdere besluit op bezwaar van 13 juli 2001 niet te handhaven, het bezwaar gegrond verklaard en het (primaire) besluit van 18 oktober 2000 herroepen.

De rechtbank heeft, met een bepaling omtrent het griffierecht, het beroep van appellant tegen het besluit van 24 september 2001 gegrond verklaard en dit besluit vernietigd. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat gedaagde ten onrechte geen expliciet standpunt had ingenomen omtrent de aard van de arbeidsverhouding tussen appellant en Initiative Media B.V. en gedaagde opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Voorts heeft zij een beslissing gegeven over een verzoek tot schadevergoeding, inhoudende dat dit verzoek wordt afgewezen.

Het hoger beroep richt zich nog uitsluitend tegen de beslissing van de rechtbank tot afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.

In dit verband overweegt de Raad als volgt.

De Raad stelt vast dat appellant in zijn beroepschrift niet om veroordeling van gedaagde tot vergoeding van schade met toepassing van artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft verzocht.

Hetgeen appellant ter zitting naar voren heeft gebracht betreffende een vr het primaire besluit van 18 oktober 2000 aan gedaagde gericht verzoek om schadevergoeding is door de rechtbank naar het oordeel van de Raad ten onrechte opgevat als een verzoek om schadevergoeding als bedoeld in artikel 8:73 van de Awb. Appellant heeft immers tegelijkertijd gesteld dat hij het schadevergoedingsaspect buiten de beroepsprocedure wilde houden omdat hij zijn vordering te zijner tijd in een afzonderlijke procedure bij de burgerlijke rechter wilde aanbrengen.

Door een beslissing omtrent schadevergoeding te geven zonder dat appellant hierom heeft verzocht heeft de rechtbank in strijd met artikel 8:73 van de Awb gehandeld.
De Raad verwijst in dit verband naar zijn uitspraak van 6 augustus 1997, onder meer gepubliceerd in AB 1997,392. De aangevallen uitspraak kan op dit onderdeel niet in stand blijven.

De Raad ziet aanleiding gedaagde te veroordelen in de proceskosten van appellant, in hoger beroep begroot op 322,-- wegens verleende rechtsbijstand.

Beslist dient te worden als volgt.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak, voorzover daarin een beslissing is gegeven omtrent schadevergoeding;
Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellant tot een bedrag van 322,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van 87,-- vergoedt.

Aldus gegeven door mr. drs. N.J. van Vulpen-Grootjans als voorzitter en mr. M.C.M. van Laar en mr. C.P.M. van de Kerkhof als leden, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2005.

(get.) N.J. van Vulpen-Grootjans.

(get.) A.H. Hagendoorn-Huls.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. sv-plicht | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x