Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   SOCIALEVERZEKERINGSPLICHT
x
LJN:
x
AT8256
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 16-06-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet (tijdig) indienen van de gronden van het bezwaar?
 
 
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/7146 ALGEM




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te Curaçao, appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellante is mr. P.J.J. Reekers, belastingadviseur te Leiden, op daartoe aangevoerde gronden in hoger beroep gekomen tegen de op 18 november 2004, onder nummer 03/5773, tussen partijen gewezen uitspraak van de rechtbank Amsterdam.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 2 juni 2005, waar partijen, gedaagde met voorafgaand schriftelijk bericht, niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


Het geschil betreft het antwoord op de vraag of gedaagde appellante - ten aanzien van de boetenota’s - bij besluit van 11 juli 2003 op juiste gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat appellante bij het instellen van bezwaar verzuimd heeft de gronden van het bezwaar in te dienen en dit verzuim niet binnen de gestelde termijn heeft hersteld.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Daartoe heeft zij onder meer overwogen dat appellante de gronden van het bezwaar niet binnen de door gedaagde daartoe gegunde termijn van vier weken heeft ingediend. De omstandigheid dat appellante de brief van 1 mei 2004, waarbij haar verzoek om verlenging van de termijn is afgewezen, wegens vakantie eerst later in handen heeft gekregen, dient voor haar risico te komen. Naar het oordeel van de rechtbank had appellante maatregelen dienen te treffen in verband met afwezigheid tijdens vakantie. Het niet treffen van dergelijke maatregelen en de daaruit voortvloeiende gevolgen dienen voor risico te komen van appellante.

De Raad verenigt zich met dit oordeel van de rechtbank en met de overwegingen die de rechtbank daaraan ten grondslag heeft gelegd. In weerwil van hetgeen in hoger beroep naar voren is gebracht is de Raad eveneens van oordeel dat appellante voorzieningen had moeten treffen voor de post tijdens haar afwezigheid. Appellante had mede gelet op de redactie van de brief van gedaagde van 24 april 2003, waarbij haar de gelegenheid is geboden het verzuim binnen vier weken te herstellen, er niet zonder meer van uit mogen gaan dat haar verzoek om uitstel voor het indienen van de gronden, gedaan daags voor haar vakantie, zou worden gehonoreerd. De Raad is voorts niet gebleken van omstandigheden op grond waarvan moet worden geoordeeld dat appellante niet in staat was om - hoe summier ook - tijdig gronden in te dienen.

Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet kan slagen en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht geen termijn aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

In dit geding ten overvloede merkt de Raad op dat gedaagde bij besluit van 16 september 2003 het besluit op bezwaar van 11 juli 2003 heeft herzien, in die zin dat het bezwaar van appellante tegen de correctienota’s ontvankelijk en ongegrond is verklaard. De Raad wijst erop dat de rechtbank nog dient te beslissen op het tegen het besluit van 16 september 2003 gerichte beroepschrift van 23 september 2003.

Beslist wordt als volgt.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. drs. N.J. van Vulpen-Grootjans, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 16 juni 2005.

(get.) N.J. van Vulpen-Grootjans.

(get.) R.E. Lysen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. sv-plicht | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x