Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   SOCIALEVERZEKERINGSPLICHT
x
LJN:
x
AU2405
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 01-09-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Is betrokkene (voor 42% aandeelhouder van een BV) verzekerd voor de sociale werknemersverzekeringswetten ter zake van werkzaamheden voor die BV? Is er sprake van een gezagsverhouding?
 
 
 
 
 

 

 
Uitspraak 04/6646 ALGEM




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Bij beroepschrift van 3 december 2004 heeft mr. J.P.R. Scholten, advocaat te Ďs-Gravenhage, als gemachtigde van appellant hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank ís-Gravenhage op 21 oktober 2004, nummer 04/608, tussen partijen gewezen uitspraak (hierna: de aangevallen uitspraak).

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 21 juli 2005, waar appellant in persoon is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. Scholten, voornoemd, en vergezeld van zijn zaakwaarnemer, [naam zaakwaarnemer], en waar gedaagde - met bericht vooraf - niet is verschenen.




II. MOTIVERING


Bij besluit van 11 november 2003 heeft gedaagde appellant niet verplicht verzekerd geacht ingevolge de werknemersverzekeringswetten ter zake van zijn werkzaamheden ten behoeve van [de besloten vennootschap] (hierna: de vennootschap). Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft gedaagde ongegrond verklaard bij besluit van 27 januari 2004. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen laatstgenoemd besluit ongegrond verklaard.

In geding is de vraag of de aangevallen uitspraak in rechte stand kan houden. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.
Appellant is bestuurder van de vennootschap en houder van 42,4% van de aandelen. Krachtens de statuten van de vennootschap kunnen besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders tot schorsing of ontslag van bestuurders slechts worden genomen met tenminste tweederde van de uitgebrachte stemmen, vertegenwoordigend meer dan de helft van het kapitaal. Op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d, van de werknemersverzekeringswetten en artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder volgt uit de hiervoor aangehaalde feiten dat de arbeidsverhouding van appellant niet als dienstbetrekking wordt beschouwd.

Appellant is van mening dat zijn arbeidsverhouding met de vennootschap aangemerkt moet worden als een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Daarbij beroept hij zich op een met de vennootschap gesloten arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, welke overeenkomst is ingegaan op 1 september 2000 en geŽindigd op 31 december 2002. Volgens appellant was hij krachtens deze overeenkomst werkzaam onder gezag van de Raad van Bestuur van de vennootschap.

De Raad volgt appellant niet in zijn stellingname. Voorzover aan het door appellant bedoelde contract al zelfstandige betekenis toekomt, strekt dat in essentie niet verder dan tot een in de tijd gelimiteerde toekenning van bezoldiging aan de bestuurder van de vennootschap. Aangezien vaststaat dat tussen appellant en de vennootschap geen sprake is van een dienstbetrekking, ontstaat die dienstbetrekking met de vennootschap niet alsnog door het door appellant gesloten contract. Nu appellant niet onder gezag van de vennootschap - want niet onder gezag van de algemene vergadering van aandeelhouders - werkzaam is, ontstaat een dienstbetrekking niet door het creŽren van een gezagsverhouding tot een ander orgaan van de vennootschap, zoals de Raad van Bestuur.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. G. van der Wiel als voorzitter en mr. drs. C.M. van Wechem en mr. C.P.M. van de Kerkhof als leden, in tegenwoordigheid van M. Renden als griffier en uitgesproken in het openbaar op 1 september 2005.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) M. Renden.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. sv-plicht | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x