Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   SOCIALEVERZEKERINGSPLICHT
x
LJN:
x
AU6522
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 10-11-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Termijnoverschrijding. Het risico van niet-aangetekende verzending ligt bij de afzender.
 
 
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/4082 ALGEM




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, appellant,

en

[gedaagde], gevestigd te [vestigingsplaats], gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekering (Lisv). In deze uitspraak wordt onder appellant tevens verstaan het Lisv, alsmede de voormalige Nieuwe Industriële Bedrijfsvereniging.

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de tussen partijen op 15 juni 2005 onder kenmerk 04/633 door de rechtbank ’s-Hertogenbosch gewezen uitspraak.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 3 november 2005 waar appellant niet is verschenen, terwijl gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door H.J. Ermers, financieel directeur.




II. MOTIVERING


Bij besluit van 30 januari 2004 is het bezwaar van gedaagde tegen de afrekeningsnota 1996 van 26 februari 1997 niet-ontvankelijk verklaard omdat gedaagde bij het instellen van bezwaar de ingevolge de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde termijn voor het indienen van een bezwaarschrift van zes weken niet in acht heeft genomen, en dat niet is gebleken van enige omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat gedaagde niet in verzuim is geweest.

De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat gelet op de feiten en omstandigheden van dit geval voorbijgegaan kan worden aan de vaste jurisprudentie dat het risico dat een niet aangetekend verzonden stuk de geadresseerde niet tijdig bereikt, voor rekening van de afzender dient te komen. Naar het oordeel van de rechtbank dient het er voor gehouden te worden dat gedaagde binnen de bezwaartermijn van 6 weken een bezwaarschrift tegen het besluit van 26 februari 1997 heeft ingediend.

De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank niet en overweegt daartoe als volgt.

Op 26 februari 1997 heeft appellant aan gedaagde de afrekeningnota SV 1996 gezonden. De ontvangst van deze nota wordt door gedaagde niet betwist. Gedaagde maakt hiertegen bij een niet aangetekend schrijven van 6 maart 1997 bezwaar. Eerst op 2 oktober 1997, ruimschoots na het verstrijken van de termijn waarbinnen bezwaar had kunnen worden gemaakt, ontvangt appellant een afschrift van de brief van 6 maart 1997. Dat appellant hierop niet adequaat heeft gereageerd en eerst bij beslissing op bezwaar van 30 januari 2004 gedaagde niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar bezwaar, kan niet meebrengen dat hier sprake is van een ontvankelijk bezwaar. De desbetreffende termijn is van openbare orde, terwijl ingevolge vaste jurisprudentie het risico dat een niet aangetekend verzonden brief de geadresseerde niet bereikt bij de afzender ligt. De Raad is, anders dan gedaagde zoals door hem ter zitting van de Raad nader is toegelicht, van oordeel dat het bezwaar niet tijdig is ingediend. De diverse contacten met P. Linders, accountmanager bij gedaagde, zoals onder meer weergegeven in zijn schrijven van 14 juli 2004, kunnen daaraan niet afdoen.

Uit het vorengaande vloeit voort dat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt en dat het inleidend beroep alsnog ongegrond dient te worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. B.J. van der Net, in tegenwoordigheid van mr. A. Kovács als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 10 november 2005.

(get.) B.J. van der Net.

(get.) A. Kovács.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. sv-plicht | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x