Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   SOCIALEVERZEKERINGSPLICHT
x
LJN:
x
AV0048
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 19-01-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Niet-verschoonbare overschrijding van de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift.
 
 
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/3388 ALGEM




U I T S P R A A K




in het geding tussen:


[appellante], gevestigd te [vestigingsplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de tussen partijen op 29 april 2005 onder kenmerk 04/2516 door de rechtbank Breda gewezen uitspraak.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 16 december 2005 waar partijen - met voorafgaand schriftelijk bericht - niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


Bij besluit van 5 november 2004 is het bezwaar van appellante tegen het besluit van 8 april 2004, waarbij appellante is medegedeeld dat de werkzaamheden die [betrokkene] voor haar heeft verricht verzekeringsplichtige arbeid betreft ingevolge de sociale werknemersverzekeringswetten, niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante bij het instellen van bezwaar de ingevolge de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde termijn voor het indienen van een bezwaarschrift van zes weken niet in acht heeft genomen, en dat niet is gebleken van enige omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard, vaststellend dat het niet aangetekend verzonden bezwaarschrift van 19 mei 2004 niet tijdig is ingediend en dat niet gebleken is van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs zou moeten worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest en er sprake is van en verschoonbare termijn overschrijding.

De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank en overweegt dat hetgeen appellante hieromtrent in hoger beroep heeft aangevoerd in essentie een herhaling is van hetgeen in eerste aanleg naar voren is gebracht en door de rechtbank terecht gemotiveerd is verworpen. De eerst in hoger beroep naar voren gebrachte stelling dat het primaire besluit eveneens niet aangetekend verzonden is mist relevante betekenis aangezien appellante de ontvangst van dit besluit niet heeft betwist.

Gezien het vorenstaande komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.

De Raad ziet geen aanleiding toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. B.J. van der Net, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2006.

(get.) B.J. van der Net.

(get.) R.E. Lysen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. sv-plicht | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x