Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   SOCIALEVERZEKERINGSPLICHT
x
LJN:
x
AZ0709
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 19-10-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep omdat gesteld noch gebleken is van enig belang van appellant bij het ingestelde hoger beroep.
 
 
 
 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 05/6913 ALGEM en 05/6948 ALGEM




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[H.P.], beweerdelijk optredend namens de vennootschap naar Amerikaans recht [naam vennootschap], handelend onder de naam [appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 oktober 2005, 03/809 en 04/1060 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

de vennootschap naar Amerikaans recht [naam vennootschap] handelend onder de naam [appellant], statutair gevestigd te [vestigingsplaats] (Delaware, Verenigde Staten van Amerika)

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 19 oktober 2006.




I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft als voormalig bestuurder van [naam vennootschap] (hierna: de vennootschap) hoger beroep ingesteld. Drs. W.H. Krabbe, belastingadviseur te Arnhem, heeft bij schrijven van 6 februari 2006 namens appellant de gronden van het hoger beroep aangevuld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad van 24 augustus 2006, waar verschenen zijn appellant en drs. Krabbe, voornoemd. Het Uwv heeft zich - na voorafgaand schriftelijk bericht - niet doen vertegenwoordigen.




II. OVERWEGINGEN


Ter zitting van de Raad heeft drs. W.H. Krabbe de Raad erop gewezen dat de vennootschap sedert 1999 niet meer bestaat en dat hij van de voormalige directeur [H.P.] opdracht heeft gekregen om de belangen van de vennootschap te behartigen. Daarbij heeft hij aangegeven dat de vennootschap ontbonden is, geen zetel meer heeft in Nederland en niet beschikt over middelen om betalingen te doen.

Gelet op het vorenstaande en in aanmerking nemende dat gesteld noch gebleken is van enig belang van appellant bij het ingestelde hoger beroep, dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net als voorzitter en G. van der Wiel en N.J. van Vulpen-Grootjans als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2006.

(get.) B.J. van der Net.

(get.) R.E. Lysen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. sv-plicht | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x